- / 4
- / 4
- / 4
Rekenen en wiskunde 15 open vragen
Hoofdstuk 1: Getallen en Bewerkingen
1.Leg uit hoe je 476 : 14 zonder rekenmachine zou oplossen en geef alle stappen.
2.Beschrijf hoe je met hoofdrekenen 398 + 497 efficiënt kunt uitrekenen.
3.Een brood kost € 2,35. Hoeveel betaal je voor 7 broden en hoe rond je dit bedrag handig af?
4.Leg uit wat het verschil is tussen absolute en relatieve getallen. Geef een voorbeeld van beide.
5.Een klas bestaat uit 24 leerlingen. Een vierde deel gaat naar muziekles. Hoeveel leerlingen blijven er in de klas?
Hoofdstuk 2: Verhoudingen, Breuken en Procenten
6.Leg uit hoe je 3/4 kunt omzetten naar een percentage en een kommagetal.
7.Een recept is voor 6 personen. Je wilt het maken voor 10 personen. Hoe pas je de hoeveelheden aan?
8.Een trui kost € 40. Tijdens een uitverkoop krijg je 25% korting. Hoe bereken je de nieuwe prijs?
9.Schrijf in woorden uit hoe je de som 2/3 + 4/9 kunt oplossen.
10.Een verhouding is 2 : 5. Leg uit hoe je dit kunt omzetten naar een breuk en een percentage.
Hoofdstuk 3: Meten, Meetkunde en Verbanden
11.Een kamer heeft een lengte van 6 meter en een breedte van 3,5 meter. Hoe bereken je de oppervlakte en de omtrek?
12.Leg stap voor stap uit hoe je de inhoud berekent van een cilinder met straal 4 cm en hoogte 10 cm.
13.Een grafiek laat zien dat een trein in 2 uur 120 km aflegt. Hoe bereken je de gemiddelde snelheid?
14.Beschrijf hoe je kunt schatten hoeveel liter water er in een aquarium past van 120 cm x 40 cm x 50 cm.
15.Een driehoek heeft een basis van 8 cm en een hoogte van 6 cm. Hoe bereken je de oppervlakte?
- / 4