Rekenen Kerninzichten Hoofdstuk 1, 2 en 12
- Teller en getallen
Synchroon tellen Eén voorwerp aanwijzen en één telwoord noemen. Kinderen die aan het tellen zijn, kun je goed observeren over hoe ver ze al zijn. Het ritme van tellen vinden kinderen vaak leuk. Een kind moet eerst synchroon kunnen tellen voordat hij resultatief kan tellen. Fouten die voorkomen bij synchroon tellen: overslaan, dubbel tellen, niet aanraken, telrijen nog niet kennen. Het moet een betekenis hebben voor de kinderen, ze moeten weten wat ze doen anders is het zinloos.
Resultatief tellen Tellen van een aantal objecten, die een hoeveelheid aangeven. Het laatst genoemde woord geeft de hoeveelheid aan, van een hele verzameling. De leerkracht kan vragen stellen waardoor kinderen bewust worden van resultatief tellen.
- Globale perceptie: een kind herkent het getal zes van de dobbelsteen.
- Ordeningsfunctie/ordinale: het geeft een volgorde aan, bladzijde 5.
- Hoeveelheidsfunctie/kardinale: het getal slaat op bijvoorbeeld 25 kinderen.
- Meetgetallen: getallen met een maat erachter, 5 meter en 2 jaar.
- Naamgetallen: getallen die een naam aangeven, bus 15.
- Rekengetallen: 5 + 3 = 8
Representeren De hoeveelheid presenteren met behulp van materialen, schema’s etc. Voor volwassenen is een getal een cijfersymbool, kinderen moeten dat nog leren, ze geven hoeveelheden aan door te representeren of uitbeelden. Een getallenlijn is om kinderen te ondersteunen bij optellen en aftrekken. De getallen herkennen de kinderen vaak al.
- Cijfersymbolen = getallen uitbeelden met vingers, stippen, strepen of dobbelsteenpatroon.
Leerlijn tellen en getallen Kinderen rond 2 jaar kunnen vaak al hoeveelheden zien tot 5, ze kunnen het in één opslag zien, maar niet benoemen zoals de dobbelsteenstructuur. Jonge kinderen leren thuis vaak al met plezier, tellen van bestek etc. Er zijn verschillende liedjes, rijmpjes en telspelletjes. Daarin komt vaak vooruit tellen voor, terug tellen komt vaker voor dan maak je ook gebruik van de 0. Synchroon tellen kan je betekenisvoller maken door de kaarsjes van een taart te tellen, het wordt meteen representatief.Begin groep 3, leren kinderen tellen met voorwerpen omdat ze in groep 1/2 telde met hun handen.
- Akoestisch tellen: ritmisch opnoemen van de telwoorden, zonder besef wat de telwoorden
- Verkort tellen: kinderen tellen met stappen van 2-4-6-8-10, tellen met twee tegelijk heet ook wel
betekenen.
tellen met sprongen.
-Vijfstructuur: tellen met de handen, 1 hand is 5.
- / 2
- Tientallig stelsel
Tientallige bundeling Kinderen gaan ontdekken dat het handig is om objecten samen te voegen in groepjes, de kinderen moeten de structuur zien om te tellen. Tientallige bundeling is het groepjes maken van 10. Het tellen van eenheden naar groepjes kan moeilijk zijn voor kinderen. In Nederland werken we met een tientallig talstelsel, omdat we tien vingers hebben.
Positiewaarde Positioneel systeem: de plaats waarop een cijfer staan in een getal bepaald voor de waarde die die heeft.Decimaal positioneel getallensysteem: in Nederland gebruiken wij het decimaal of tientallig (groepjes van 10 maken) wat het cijfer waard is hangt af van de plaats.
Kinderen vinden het vaak lastig om te zorgen voor een perfecte symmetrie, deze is er niet.Honderdtallen en tientallen voor de komen en tienden en honderdsten na de komma.
Leerlijn tientallig stelsel Contexten en mondellen kunnen belangrijke didactische hulpmiddelen zijn voor kinderen, ze geven inzicht in tientalloge bundeling. Een goed praktijkverhaal kan ervoor zorgen dat de kinderen gaan rekenen door te tekenen (schematisch), door de vragen die je stelt gaan ze op formeel niveau verder.
Lijnmodellen: kralenketting en getallenlijn.
Positieschema: eenheden, tientallen, honderdtallen en duizendtallen.
Analogie: overeenkomsten 3+5=8 dus 13+5=18 dus 113+5=118
- OPGAVE??
- / 2