RENAISSANCE EN OPSTAND
1.1Een nieuwe tijd
SCHILDERS WORDEN KUNSTENAARS
Omstreeks 1500 veranderde de sociale positie van schilders, een voorbeeld daarvan is Durer. Omdat hij als kind al goed kon tekenen ging hij in leer bij een meester van de schilder gilde. Een schilder werd toen nog gezien als een ambachtsman maar toen Durer een reis maakte naar Italië merkte hij dat schilders omstreeks 1500 kunstenaars werden, oftewel mensen die hun creativiteit gebruikten om iets moois te maken. Sommige schilders waren beroemd en hadden als opdracht kunst maken voor rijke families of de kerk maar ze volgde wel hun eigen inspiratie. Ook zetten ze hun naam onder hun werk zodat iedereen wist wie het had gemaakt en maakte ze zelfportreten. Zo begon Durer het ook te doen en meer schilders die uitgroeide tot een beroemde kunstenaar zoals Durer.
ONDERNEMERS
Vanaf 1500 kwam er een eind aan de middeleeuwen en begon de vroegmoderne tijd die tot 1800 duurde. Ook begon het vijfde tijdvak de tijd van ontdekkers en hervormers die tot 1600 duurde.(bekijk boek). In de vroegmoderne tijd bleven gilden belangerijk omdat ambachtsmannen in steden er lid van moesten zijn. ( gilde= groep mensen met dezelfde ambacht oftewel werk in een stad.) maar ook steeds meer handelaren gingen zelf handelsgoederen verkopen, ze werden ondernemers. Dit waren mensen met een eigen bedrijf die goederen voor een zo laag mogelijke prijs verkochten om zoveel mogelijk te verdienen. Ondernemers wilden niks te maken hebben met gildes die hun prijs en kwaliteit van producten bepaalde. Steeds meer ondernemers namen personeel op het platteland in dienst , waar de gilderegels niet golden. ( de start van winkels zoals nu ). Een andere verandering was dat omstreeks 1500 tijd belangrijker werd. Eeuwenlang hadd en mensen tijd afgelezen aan de stand van de zon. Vanaf 1400 waren er klokken met machines en wijzers, oftewel mechanische klokken.Dankzij deze mechanische klokken konden de uren en minuten afgelezen worden zoals nu. (het zag er wel anders uit, bekijk afbeelding). Ook dankzij het slagwerk was er horen hoe laat het was , deze klokken werden in stede aangebracht op hoge gebouwen zodat iedereen de tijd kon weten (dit is nog steeds zo maar niet de enige manier om tijd te weten). Ondernemers wilden efficiënter werken dus stelden ze met klokken vast hoeveel je verdiende per hoe lang je werkte, dit lag ook aan wat voor werk. Gildes deden dit ook en ze besloten wanneer het werk precies af moet zijn. Tijd werd geld.
EEN VERBETERDE KALENDER
In de 16 e eeuw werd ook de meting van jaren verbeterd. (16 e eeuw= 1500 tot 1600). Doordat het Romeinse rijk in Europa was gebruikte Europa de kalender ( lijst met daarin de dagen , weken en maanden van een jaar ) die Julius Caesar had gemaakt. In deze kalender duurt een jaar gemiddeld 365,25 dagen. Dit staat gelijk aan het zonnejaar, de tijd die het duurt om voor de zon weer op dezelfde plaats ten opzichte van de aarde staat. De meeste jaren op de Juliaanse kalender bestond uit 365 dagen behalve dat er elk 4 jaar een schrikkeljaar was met 366 dagen. Maar in de 16 e eeuw ontdekten sterrenkundigen dat het zonnejaar 11 minuten achterliep met het kalenderjaar. Hierdoor was de kalender steeds meer gaan achterlopen met de natuur, volgens de kalender begon de lente op 21 maart maar volgens de natuur op 11 maart. Omdat paus Gregorius niet wilde dat Pasen op de verkeerde dag werd maakte hij een nieuwe kalender. Deze Gregoriaanse kalender ging in 1582. Na 4 oktober was het gelijk 15 oktober 1582. ( alleen in datum). Hierdoor waren er ook 3 schrikkeljaren minder elke 400 jaar. De Gregoriaanse kalender is hierbij de meest gebruikte kalender. Moslims gebruikten een ander kalender, inplaats van de zon was de maan het belangrijkst. In de Islamitische kalender duurde een maand 29,5 dagen, de tijd die de maan erover doet om rond de aarde te 1 / 2
draaien. Een Islamitisch kalender bestond uit 12 van deze maandmanden, oftewel 354 dagen.Hierdoor begint bijvoorbeeld de Ramadan op de Gregoriaanse kalender elk jaar elf dagen vroeger.
1.2 De renaissance
DE MENS EN DE WERELD
Omstreeks 1500 kregen mensen in Italië een heel ander mens- en wereldbeeld. De kerk had altijd geleerd dat het leven op aarde tijdelijk was en dat het alleen ging om het hiernamaals. Bij deze manier paste de spreuk memento mori (bedenk dat je zult sterven). Maar in Italië begonnen rijke mensen en edelen er anders over te denken, ze geloofden wel nog in God maar vonden de mens ook belangerijk. Ze vonden dat je als mens ook van het leven moest genieten en dat de mens zich voorop moest stellen. Ze lieten hun verstand van de wereld, zoals de mens/ de natuur en het leven te uitten met kunst. Bij deze mentaliteit paste de slagzin carpe diem (pluk de dag).
BELANGSTELLING VAN DE OUDHEID
De Italianen ontdekten dat de Grieken en romeinen ook over die mentaliteit dachten. Ook in die tijd probeerde schrijvers, kunstenaars en denkers van het leven te genieten en dit aan de wereld te laten zien. Daarom gingen Italianen de oudheid bewonderen en bestuderen. Omstreeks 1500 was het alsof de oudheid zich herleefde. Bewonderaars van de klassieke cultuur spraken daarom van de renaissance, het Franse woord voor wedergeboorte. De eeuwen tussen de oudheid en hun eigentijd noemde ze de “middeleeuwen”, dit was in hun ogen een onbelangrijke en donkere tijd. Deze mentaliteit verscheen dus eerst bij de Grieken en romeinen en verdween in de middeleeuwen, het kwam later terug in Italië en verandert de hele geschiedenis en mentaliteit.
DE MENS CENTRAAL
Net als filosofen uit de oudheid stelden de geleerden van renaissance de mens centraal. Deze geleerde werden humanisten genoemd. Ze wilde de ideeën van de Grieken en romeinen leren kennen en bestuurden de filosofie, literatuur en kunst uit de oudheid met veel aandacht voor de mens. Veel klassieke teksten lagen in kloosters. Monniken hadden ze keer op keer met de hand geschreven en daardoor waren er fouten, humanisten probeerde deze teksten te herstellen en ook zochten ze verloren teksten. Humanisten waren christenen maar vonden ook dat mensen niet zomaar moesten doen wat de kerk hun vertelden, ze moesten hun eigen vrijheid hebben. De Nederlandse nhumanist Erasmus dacht er ook zo over en vond dat christenen zelf de bijbel moesten bestuderen maar daarvoor moest de bijbel wel kloppen. Bij het bestuderen van deze teksten vond hij veel fouten en dus vertaalde hij het nieuwe testament, het tweede deel van de bijbel die over het leven van Jezus en het begin van het christendom ging. Leonardo da Vinci bestuurde de mens op een andere manier. In plaats van klassieke schrijfvers bestuurde hij hoe de menselijk lichaam in elkaar zat.
VERNIEUWING VAN DE KUNST
In de oudheid maakte Grieken en romeinen al klassieke kunst met beelden , architectuur en portretten. Dat verdween in de middeleeuwen doordat er alleen gelovige kunst werd gemaakt. Later in de renaissance kwam het terug maar mensen maakte het nog beter door perspectief, verhouding, beter materiaal en het veel mooier te maken en realistisch maar wel minder actueel. Terwijl er ook nieuwe beelden werden gemaakt bleef de het christendom wel nog steeds en de kunst dus ook maar wel minder, het oud testament / het eerste deel van de bijbel die over de vroege geschiedenis van joden en het jodendom gaat is een voorbeeld van dat kunst. In de middeleeuwen was er ook natuurlijk veel christelijk kunst gemaakt doordat het een periode van het christendom was maar het kunst in de renaissance is veel mooier , realistischer en beter.
- / 2