1
Samenvatting Responsie Locomotie Diergeneeskunde 1 / 4
2
Voorpoot
Algemeen
Fascia thoracolumbalis:
• De fascia thoracolumbalis is een stevig deel pezig weefsel dat het thoracale en lumbale gebied bedekt.• Het vormt de aponeurose (vlies over spier) van de m. latissimus dorsi & m. serratus dorsalis caudalis >
Anatomische richtingsaanduidingen
• Protractie: Poot naar voren
• Retractie: Poot naar achteren
o Flexie: Buiging (hoek kleiner maken) van gewricht
o Extensie: Strekken (hoek groter maken)
• Abductie: Ledemaat verder van lichaam / sagittale as
• Adductie: Ledemaat dichter bij lichaam / sagittale as
o Rotatie: Draaiing rondom een longitudinale as
• Supinatie: Rotatie van ledemaat ventrale zijde naar voren/boven/binnen (handpalm naar voren) • Pronatie: Rotatie van ledemaat dorsale zijde naar voren/boven/binnen (handrug naar voren)
Viervoeters staan altijd in pronatiestand. Eigenlijk kunnen alleen carnivoren een beetje supineren. Retractiespieren zijn over het algemeen groter dan de protractiespieren bij 4voeters.
- / 4
3
Benige delen
Benige delen schouder
- Scapula Schouderblad
- Spina scapulae Richel/ kam lateraal op schouderblad versteviging
- Acromion Uitsteeksel van schouderblad = uiteinde spina scapulae;
- Ventraal bij carnivoren en herkauwers
- Afwezig bij paard en varken?
- Humerus Opperarmbeen
- Clavicula Sleutelbeen
- Afwezig / rudimentair aanwezig in m. brachiocephalicus
- Bij hoefdieren alleen vezelige structuurtje
- Wel aanwezig bij kip
- Beperkt extensie en flexie van de schouder, maar helpt bij klimmen, zwemmen en vliegen
(klompje, staafje)
Benige delen proximale voorpoot
Articulatio humeri Schoudergewricht
- Kogelgewricht, bestaand uit scapula & femurkop
- Elke richting mogelijk, maar voor extensie & flexie
- Scharniergewricht, bestaand uit humerus & radius en ulna
Articulatio cubiti Ellebooggewricht
Humerus Opperarmbeen Epicondylus lateralis Bobbel op onderkant van gewrichtsvlak van de distale humerus
- Bedoeld voor radius
- Aanhechting van de extensor-spieren van de carpus & digiti
- Bedoeld voor ulna
- Aanhechting van de flexor-spieren van de carpus & digiti
- Groter dan epicondylus lateralis
- Hierdoorheen lopen de n. medianus & a. brachialis
- / 4
Epicondylus medialis Bobbel op onderkant van gewrichtsvlak van de distale humerus
Foramen supracondylare Opening in medio-distale deel van de humerus BIJ KATTEN
Foramen supratrochleare Gat in de fossa olecrani bij HONDEN
4
Benige delen mediale voorpoot
- Ulna Ellepijp
- Langste bot, steekt uit met olecranon (E) (= insertie van triceps)
> Onder het olecranon ligt de incisura trochlearis (F): een snavelvormig
uitsteeksel/inkeping waarin de trochlea van de humerus articuleert
- Begint caudaal t.o.v. radius eindigt lateraal t.o.v. radius
- Radius Spaakbeen
- Staafvormig
- Craniaal t.o.v. ulna
- Processus
- Helpt bij stabilisatie van het ellebooggewricht
- Processus
- Aan mediale zijde
- Helpt bij dragen van humerus
anconeus Craniaal uitsteeksel boven het incisura trochlearis
coronoideus medialis Uitsteeksel distaal van de incisura trochlearis
Benige delen distale voorpoot / ‘voet’ Articulationes carpae Polsgewricht
- Bestaat eigenlijk uit meerdere gewrichten:
- Articulationes antebachiocarpae = tussen ulna & radius – proximale handwortelbeentjes
- Articulationes metacarpeae) = tussen proximale – distale handwortelbeentjes
- Articulationes intercarpeae) = tussen individuele handwortelbeentjes in een rij
- Articulationes carpometacarpeae) = tussen distale handwrtlbntjs – middenhandsbeentjes
Carpus Handwortel
De ossa carpi zijn verdeeld in twee rijen:
- Proximale rij = 5 botjes os carpi radiale, intermedium, ulnare en accessorium
- Distale rij = 4 (5) botjes
- Zitten vast aan pees via een spier
- Functie = grotere afstand van pees t.o.v. gewricht grotere arm hefboomwerking
nummer 5 is afwezig of gefuseerd, bij herkauwers zijn 3&4 ook vaak gefuseerd Os carpi accessorium Uitstekend teentje Waarschijnlijk ooit een sesambeentje geweest Ossa sesmoidea Sesambeentje
meer kracht uitoefenen van de spier = minder spanning op pees en spier = bescherming tegen beschadiging
Bij vluchtdieren is de carpus verhoogd. Het been wordt langer, waardoor de de paslengte kan worden vergroot.Tevens hebben deze dieren minder botten, waardoor het been relatief minder zwaar wordt en de pasfrequentie kan worden verhoogd. Hiermee kan meer snelheid worden gemaakt.
- / 4