Algemeen15 mnd1½ jr 2 jr2½ jr3 jr3½ jr4 jr4½ jrOpmerkingen Leeftijd Gedragstoestand Interactie Fijne mot./Adapt./Pers. en Soc. GedragRL
RLRLRLRLRLRLRLRL
- Doet blokje in/ uit doos
- Speelt “geven en nemen” (M)
- Stapelt 2 blokjes
- Gaat op onderzoek uit (M)15. Stapelt 3 blokjes
- Doet anderen na (M)17. Stapelt 6 blokjes
- Plaatst ronde vorm in stoof
- Trekt kledingstuk uit (M)
- Bouwt vrachtauto na
- Plaatst 3 vormen in stoof
- Tekent verticale lijn na
- Bouwt brug na
- Plaatst 4 vormen in stoof
- Trekt eigen kledingstuk aan (M)
- Tekent cirkel na
- Houdt potlood met vingers vast
- Tekent kruis na
- Zegt 2 “geluidswoorden” met begrip (M)38. Begrijpt enkele dagelijks gebruikte zinnen (M)
- Zegt 3 “woorden” (M)
- Begrijpt spelopdrachtjes (M)
- Zegt “zinnen” van 2 woorden (M)
- Wijst 6 lichaamsdelen aan bij pop (M)
- Noemt zichzelf “mij” of “ik” (M)
- Wijst 5 plaatjes aan in boek
- Zegt “zinnen” van 3 of meer woorden (M)
- Is verstaanbaar voor bekenden (M)
- Praat spontaan over gebeurtenissen thuis/speelzaal (M)
- Stelt vragen naar “wie”, “wat”, “waar”, “hoe” (M)
- Is goed verstaanbaar voor onderzoeker
- Stelt vragen naar “hoeveel”, “wanneer”, “waarom” (M)
- Begrijpt analogieën en tegenstellingen (M)
- Kruipt vooruit, buik vrij van de grond (M)
- Loopt langs (M)
(met R | L hand)
Communicatie15 mnd1½ jr 2 jr2½ jr3 jr3½ jr4 jr4½ jr
Grove Motoriek 15 mnd1½ jr 2 jr2½ jr3 jr3½ jr4 jr4½ jr
68.* Loopt los / loopt goed los / loopt soepel(1 e
keer los: .................................................... mnd)
- Gooit bal zonder om te vallen70. Raapt vanuit hurkzit iets op
- Schopt bal weg
- Kan in zit soepel roteren 73. Fietst (op driewieler) (M)
- Springt met beide voeten tegelijk
- Kan minstens 5 seconden op één been staan
Interactie:
- = Kind is coöperatief
- = Kind is terughoudend en
- = Kind is verlegen of terug-
- = Kind verzet zich actief4 = Anders; beschrijf onder
moet gestimuleerd worden
houdend zonder actief verzet
opmerkingen
Notatiesysteem:
• In de betreffende kolom altijd de kalenderleeftijd vermelden, ook bij prematuren.• Voor elk onderzoek nieuwe kolom gebruiken. Na 1½ jaar kolom voor extra consulten.• Resultaat noteren met + of - ; bij twijfel -. • Rechts en links, waar aangegeven, afzonderlijk noteren. • Zo veel mogelijk zelf observeren; kenmerken met (M) zonodig
op mededeling van de ouder; bij positief resultaat M noteren.
- Kenmerk herhalen.
Naam:
..................................................................................
Geboorte datum: .................................................
Zwangerschapsduur: ................... weken
Gedragstoestand:
- = Kind is wakker
en alert
- = Kind maakt een
- = Kind is huilerig3 = Kind huilt door4 = Anders; beschrijf
vermoeide indruk
onder opmerkingen
VAN WIECHEN ONTWIKKELINGSONDERZOEK 15-54 MND.
©2005, Koninklijke Van Gorcum BV
- / 1