samenvatting algemene economie en bedrijfsomgeving hulleman 7e editie 2024 9789001023508 1 / 4
samenvatting algemene economie en bedrijfsomgeving hulleman 7e editie 2024 9789001023508 2 / 4
samenvatting algemene economie en bedrijfsomgeving hulleman 7e editie 2024 9789001023508 Hoofdstuk 1 Markten en ondernemers Ondernemen: in onzekere omstandigheden investeren en risico’s accepteert. Marktwerking: de confrontatie tussen vraag en aanbod in een concurrerende omgeving.
-Allocatieve efficiëntie (= doelgerichtheid): produceren wat de markt vraagt.
-Statische efficiëntie (= doelmatigheid): produceren met de laagst mogelijke kosten.-Dynamische efficiëntie: toepassing/ontwikkeling van nieuwe producten/technieken.Opbrengst > kosten van grondstoffen e.d. → productie en toegevoegde waarde Productie = waarde toevoegen Intermediaire producten: halffabricaten, grond-, hulp- en brandstoffen die worden gebruikt of verbruikt in het productieproces.Nationaal inkomen = nationaal productie = primair inkomen -Loon -Winst -Rente -Pacht -Huur Beloning van de ondernemer → winst → verschil kosten en opbrengster per product (= winstmarge) en de hoeveelheid producten.
Interne concurrentie: onderlinge concurrentie in de bedrijfstak
-Concentratiegraad: de omzet van een aantal bedrijven te delen door de omzet van de bedrijfstak -Productdifferentiatie: verschillen tussen soortgelijke producten →klantenbinding -Ontwikkeling van de bedrijfstak: fase van de productlevenscyclus waarin de branche zit.
-Kostenstructuur: opbouw van de constante en variabele kosten.
-Mate van overcapaciteit: een groeiende markt lokt investeringen uit, iedereen doet dit afzonderlijk en er is geen coördinatie.-Uittredingsdrempels: bijvoorbeeld hoge marketingkosten of moeilijk verkoopbare activa.
-Mate van marktonzekerheid: hoeveelheid informatie over de concurrent, daarom
investeren in onderzoek en ontwikkeling.
Externe concurrentie: concurrentie in de bedrijfskolom
-Belang van de leverancier of afnemer: een bepaalde leverancier heeft bijvoorbeeld invloed op het kwaliteitsimago van je product of dienst.-Kosten die moeten worden gemaakt bij overstappen (naar andere leverancier) 3 / 4
samenvatting algemene economie en bedrijfsomgeving hulleman 7e editie 2024 9789001023508 Potentiële concurrentie
-Strategische toetredingsdrempels: gevolg van strategische keuzes van bedrijven
•Lage prijzen vaststellen (stay-outpricing) •Productdifferentiatie •Overstapkosten- en moeite -Structurele toetredingsdrempels: besloten in de aard van de markt, bijvoorbeeld hoge investeringskosten in machines (als je deze kosten niet terug krijgt = verzonken kosten) -Tijdelijke toetredingsdrempels: de economische situatie (conjunctuur) bijvoorbeeld Marktvormen
-Volkomen concurrentie: veel aanbieders, homogeen (bloemenveiling)
-Monopolistische concurrentie: veel aanbieders, heterogeen (bijvoorbeeld detailhandel)
-Oligopolie homogeen: weinig aanbieders
-Oligopolie heterogeen: weinigaanbieders
-Monopolie: één aanbieder
Heterogeen product: product voorkeur Homogeen
product: voor de consument hetzelfde
Volkomen concurrentie Monopolist.concurrentie Oligopolie homogeen Oligopolie heterogeen Monopolie Interne conc.-aantal aanbieders -aard van het product Externe conc.Potentiële conc.Prijszetting/hoevee lheidsaanpassing Voorbeeld Sterk Veel Homogeen Sterk Sterk Hoeveelheids- aanpassing Bloemenveiling Sterk Veel Heterogeen Sterk Sterk Beperkte prijszetting Detailhandel Sterk Weinig Homogeen Zwak Zwak Eén prijs Aluminium Sterk op kwal Weinig Heterogeen Zwak Zwak Prijszetting + prijsstarheid Auto’s Geen Eén Homogeen Zwak Prijszetting Drinkwater
Constante kosten: kosten die niet variëren met de productieomvang (CK)
Variabele kosten: kosten variëren wel met de productieomvang (VK)
Totale kosten (TK) = TCK + TVK
•Proportioneel: meer producten, in verhouding meer kosten
•Progressief: hoe meer producten, hoe hogere kosten
•Degressief: hoe meer producten, hoe lagere kosten
Turbulentie: het totaal toe- en uitgetreden bedrijven wordt gerelateerd aan het aantal bedrijven, dat levert een percentage op.Zelfstandige zonder personeel (ZZP’er): biedt zijn dienst aan, zonder rechtspersoonlijkheid.
Directeuren=grootaandeelhouders (DGA): (mede-)eigenaar van een onderneming, met
rechtspersoonlijkheid van minimaal 5 procent van de aandelen en heeft een directiefunctie.→ Entrepreneurship
- / 4