Samenvatting bestuursrecht hfst 10 t/m 0n 19.Hoofdstuk 10 de handhaving van het bestuursrecht.Handhaving in verschillende vormen: verkenning, definities en algemene bepalingen Verkenning X Definities Titel 5.1 Awb bevat om te beginnen belangrijke definities over bestuurlijke handhaving. Art 5.2 lid 1 Awb geeft een aantal algemene definities.Onder een bestuurlijke sanctie wordt verstaan: een door een bestuursorgaan wegens een overtreding opgelegde verplichting (om een geldsom te betalen of een overtreding te beeindigen) Bestuurlijke sancties worden onderscheden in herstelsancties en bestraffende sancties.Herstelsanctie: een herstelsanctie (reparatoire, situatieve sanctie)is een sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beeindigen van een overtreding, tot het beperken van de gevolgen van een overtreding.Bestraffende sanctie: een bestraffende sanctie (punitieve repressieve sanctie) is een bestuurlijke sanctie die beoogt de overtreder leed toe te voegen.Overtreding: een overtreding is blijkens 5.1 lid Awb een gedraging die (of nalaten) in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Overtreder: een overtreder is blijkens het tweede lid de natuurlijke persoon of
rechtspersoon die de overtreding pleegt. Bij plegen gaat het om de overtreding fysiek begaan.Belangrijkste bestuurlijke sancties De belangrijkste bestuurlijke sancties zijn de bestuurlijke boete, de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. De bestuurlijke boete is punitief van aard en de rest is aan te merken als een herstelsanctie.Algemene bepalingen Titel 5.1 Awb ken naast definities ook nog een aantal belangrijke algemene bepalingen over
bestuurlijke sancties:
Wettelijke basis: zo mag er geen bestuurlijke sanctie worden opgelegd zonder wettelijke basis. art. 5.4 Awb verder mag een bestuursorgaan geen bestuurlijke sanctie opleggen voor zover voor de overtreding een rechtvaardigheidsgrond bestond. Art. 5.5Awb Cumulatieverbod: er geldt een cumulatieverbod van herstelsancties: er mag slechts een tegelijkertijd van kracht zijn ten aanzien van de overtreding in kwestie art. 5.6 Awb dit geld niet voor de bestraffende sancties. 1 / 4
Toezicht op naleving van de regels er is meer uniformering gebracht over de regels op de toezicht op de naleving van regels. In het hoofdstuk over handhaving is titel 5.2 opgenomen met als opschrift: toezicht op de naleving. Hierin is de positie van toezichthouders geregeld.Toezichthouder: een toezichthouder is een persoon die in bijzondere wetgeving is aangewezen als degene die is belast met het houden van toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften.
Evenredigheidseis toezicht:
Bij toezicht gaat het om het vinden van een evenwicht tussen enerzijds effectief toezien en anderzijds de bescherming van de gerechtvaardigde belangen van degene die aan toeizcht wordt onderworpen. Deze evenredigheidseis wordt vastgelegd in art. 513 Awb : een toezichthouder moet zijn bevoegdheden dus op de voor de burger minst belastende wijze uitoefenen.Last onder bestuursdwang als herstelsanctie De last onder bestuursdwang is een krachtig handhavingsmiddel. Art. 5.21 Awb geeft als definitie: ‘de herstelsanctie inhoudende A) een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding; en B) de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet tijdig wordt uigevoerd.’ Bestuursdwangbevoegdheid De awb bevat in het algemeen bepalingen over de wijze van uitoefening van de bestuursdwangbevoegdheid en het verhaal van de kosten van de bestuursdwang op de overtreder, maar geeft niet aan in welke gevallen het bestuur bevoegd is tot optreden door middel van bestuursdwang. Deze bevoegdheden zijn neergelegd in bijzondere wetgeving.Zonder wettelijke basis in de bijzondere wet (5.4 Awb) kan een last onder bestuursdwang niet worden opgelegd.
Materiele eisen van de bestuursdwangbevoegdheid:
Uit de omschrijving van de bestuursdwangbevoegdheid in de Awb blijkt dat het om een bevoegdheid gaat en niet om een verplichting tot het toepassen ervan. het bestuursorgaan heeft in beginsel de vrijheid om te beslissen of het daadwerkelijk zal optreden tegen een illegale situatie of zal gedogen (niet zal optredem) Bevoegd orgaan bij toepassen bestuursdwang Welk orgaan bevoegd is tot het toepassen van bestuursdwang blijkt uit de wet waarin de bevoegdheid is gegeven. Op gemeentelijk niveau is dat als gezegd het college van burgermeester en wethouders. Verder gelden er bijzondere regels onder andere voor commissies.Bijkomende bevoegdheden.Voor de uitoefening van bestuursdwang wordt in de Awb een aantal bevoegdheden/dwangmiddelen gegeven. De bijkomende bevoegdheden zijn met de nodige zorgvuldigheidseisen bekleed.Kostenverhaal Het is de overtreder zelf die voor de kosten moet opdraaien die het bestuursorgaan maakt bij de toepassing van de bestuursdwang. Tenzij de kosten redelijkerwijs niet te zijnen lasten behoren te komen, aldus art. 5.25 Awb Het verhalen van de kosten op de overtreder is een logisch gevolg van de uitoefening van de bestuursdwang: de kosten zijn gemaakt omdat de overtreder de last niet (tijdig) is 2 / 4
nagekomen. Om die reden dient in de last te worden vermeld dat de kosten zullen moeten worden vergoed aan het bestuursorgaan. Wanneer deze melding ontbreekt is kostenverhaal niet mogelijk.Kostenverhaal niet verplicht Het bestuursorgaan is niet verplicht tot kostenverhaal over te gaan. in drietal gevallen is in de rechtspraak uitgemaakt dat kostenaanschrijving ook niet mocht plaatsvinden.1-Het eerste geval is ontwikkeld in het kader van de jurisprudentie over de bestrijding van ongedierte. De hoge raad achtte de bestuursdwang als zodanig wel
gerechtvaardigd maar niet het kosten verhaal: de plaag was namelijk geen
rechtstreeks gevolg van gebrekkig onderhoud van het huis of de bouwkundige situatie. Bovendien had de gemeente met de bestuursdwang een meer alleen maatschappelijk belang dan alleen het beeindigen van de concrete wetsovertreding 2-Een andere reden voor het achterwege laten van het kostenverhaal kan zijn dat het bestuursorgaan fouten heeft gemaakt bij de toepassing van de bestuursdwang. Bv wanneer het bestuursorgaan niet voor de minst belastende maatregelen heeft gekozen. Kosten kunnen dan niet volledig voor rekening van de ovetreder komen.3-Een laatste reden om kostenverhaal achterwege te laten kan liggen in bijzondere omstandigheden die aannemelijk moeten worden gemaakt door de overtreder.Hoofdregel kostenverhaal Geconcludeerd kan worden dat de hoofdregel luidt dat kostenverhaal mogelijk is maar dat uitzonderingen hierop mogelijk zijn.De kosten van bestuursdwang worden bij beschikking vastgesteld Rechtsbescherming Uit art. 5.24 Awb en art 5.9 Awb blijkt dat het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als een beschikking moet worden aangemerkt. Dat betekent dat tegen bestuursdwangbesluiten bestuursrechtelijke bescherming rechtsbescherming openstaat.Last onder dwangsom als herstelsanctie Bij deze sanctie ontstaat voor de overtreder de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet tijdig wordt uitgevoerd.Dwangsombevoegdheid Volgens art. 5.32 lid 1 Awb kan het orgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan (dus niet tegelijkertijd voor dezelfde overtreding) aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Dat betekent dus dat een bestuursorgaan dat de bevoegdheid heeft een last onder bestuursdwang op te leggen ook bevoegd is te kiezen voor een last onder dwangsom.Geen wet nodig Anders dan de bestuursdwangbevoegdheid en de bevoegdheid tot bestuurlijke boete is er dus geen bijzondere wet nodig waarin de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom is toegekend. Een voorwaarde is wel dat het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich niet tegen de last onder dwangsom verzet.Evenredigheid bij dwangsom 3 / 4
het vastgestelde bedrag moet verder in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschade belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Het bedrag mag dus niet hoger zijn dan noodzakelijk om de normhandhaving af te dwingen. de dwangsom is bedoeld als herstelmaatregel, een bestraffend element zou niet aanwezig mogen zijn.Bestuurlijke boete als bestraffende sanctie In titel 5.4 Awb is een uitvoerige regeling van de bestuurlijke boete opgenomen waarop hier slechts in hoofdlijnen wordt ingegaan. De bevoegdheid om een boete op te leggen is wel nog steeds opgenomen in een tal van bijzondere wetten. De bevoegdheid om een boete op te leggen is wel nog steeds opgenomen in een tal van bijzondere wetten Definitie bestuurlijke boete art. 5.40 Awb geeft als definitie van een bestuurlijke boete een bestraffende sanctie, inhoudende de onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom Lichte en zwarte boetes De regeling maakt een onderscheid tussen lichte en zware boetes. Voor zware boetes gelden strengere eisen. Anders dan in de lichte procedure is in de zware procedure het opmaken van een boeterapport of proces-verbaal verplicht, geldt er altijd een hoorplicht en moet worden voldaan aan de eis van functiescheiding tussen degene die de overtreding constateert en degene die een boete oplegt. Verder verjaren lichte boetes al na 2 jaar en zware na 5 jaar.Geen verwijt Voor alle bestuurlijke boetes geld dat deze niet mogen worden opgelegd indien de overtreder geen verwijt kan worden gemaakt (schulduitsluitingsgrond art. 5.41 Awb) voor alle sancties (reparatoir en punitief) geldt overigens op gond van een algemene bepaling van art. 5.5 awb dat deze niet mogen worden opgelegd als er een rechtvaardigingsgrond voor de overtreding bestaat.Evenredigheid Art. 5.46 Awb beoogt de evenredigheid van bestuurlijke boetes te waarborgen. Het bestuursorgaan stemt de hoogte van de boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Voor het geval dat de hoogte van de boete wettelijk is bepaald, biedt art. 5.46 bw lid 3 de mogelijkheid een lagere boete op te leggen dan voorzien indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de boete te hoog is.Punitieve sanctie Als gezegd kan een bestuurlijke boete zonder rechterlijke tussenkomst door het bevoegde bestuursorgaan worden opgelegd. Omdat het een punitieve sanctie betreft , zijn de eisen van art. 6 EVRM van toepassing.Intrekking beschikking en overige sancties Wanneer de hiervoor genoemde sancties niet werken, kan intrekking van een beschikking wellicht een optie zijn ter bereiking van normconform gedrag.Samenloop van sancties In de awb gelden er algemene regels over samenloop van sancties. Een algemeen uitgangspunt is dat het bestuursorgaan geen herstelsanctie oplegt zolang een andere wegens dezelfde gedraging opgelegde herstelsanctie van toepassing is (art 5.6 Awb) wat dus wel mag is het opleggen van een last onder dwangsom als een al eerder opgelegde last
- / 4