Samenvatting beveiliging in de zorg Beveiliging in de zorg is een aparte tak van de beveiliging. De 4 hoofddoelen van een zorgbeveiliger zijn: verzorgen van BHV en brandveiligheid, voorkomen van diefstal en inbraak, voorkomen van agressie en geweld en service bieden aan patiënten, cliënten en bezoekers.
Enkele verschillen tussen een beveiliger en een zorgbeveiliger zijn:
-Helpen met vrijheidsbeperkende interventies -Er zijn relatief veel agressie incidenten in de zorg -Bij bepaalde incidenten mag er geen aangifte worden gedaan bijvoorbeeld bij wapens of drugs bezit -Er gelden specifieke arbeidsrisico’s zoals besmetting of psychische belasting -Het werken met (medische) gegevens en hier nog specifieker mee omgaan -Er zijn calamiteitsplannen specifiek op de zorg gericht waar de beveiliger een rol in speelt -Het kennen van de medische terminologie In Nederland kennen wij verschillende zorginstellingen. (verpleeghuizen, verzorgingshuizen, wooncentra, revalidatiecentra en ziekenhuizen) De geestelijke gezondheidszorg valt onder het GGZ. De GGZ noemt mensen die zij helpen cliënten.Zij hebben de volgende doelstelling met betrekking tot de behandeling. Het voorkomen van psychische aandoeningen, behandelen en genezen van psychische aandoeningen, het re-integreren van mensen met een psychische aandoening en hulpbieden aan verslaafde/verwarden die zelf geen hulp willen.Eerstelijnszorg is zorg waar u naartoe kunt zonder doorverwijzing (eerste aanspreekpunt) Denk hierbij aan de huisarts, tandarts, Fysiotherapeut, wijkverpleegkundige.Bij een revalidatiecentra komen mensen die een functie beperking hebben. In deze centrums kunnen zij revalideren voor een korte periode of voor een langere periode. Mensen kunnen vanuit hier weer naar huisgaan of naar een instelling.Gehandicaptenzorg is voor mensen met een functie beperking. Dit kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn. Het verschil met een revalidatie centra is dat deze mensen een blijvende beperking hebben. Binnen deze zorg zijn er verschillende organisaties die zich richten op een specifieke doelgroep.In de verslavingszorg kennen we 2 soorten instellingen. Een open en gesloten instelling. Een open instelling is op vrijwillige basis cliënten zijn vrij on te komen en te vertrekken. Bij een gesloten instelling kunnen ook mensen vrijwillig komen alleen krijgen ze een vrijheidsbeperking binnen de zorginstelling. Ook zitten hier mensen opgenomen die niet vrijwillig zijn gekomen hun hebben vanuit de rechter een straf opgelegd gekregen.Een medicus is een arts een paramedici is iemand die geen arts is maar wel behandeling uitvoert soms onder toezicht oog van een arts. Denk hierbij aan Diëtist, huidtherapeut, mondhygiënist, psycholoog. Vaak werken deze mensen ook in het ziekenhuis en helpen de patiënten beter en sneller te herstellen. Na een operatie komen er bijvoorbeeld fysiotherapeuten of diëtisten naar je toe. 1 / 3
In ziekenhuizen worden de mensen die zij helpen patiënten genoemd. In Nederland kennen we 3 soorten ziekenhuizen.
-Algemene ziekenhuizen: Hier worden patiënten behandeld met veel voorkomende
aandoeningen. Deze ziekenhuizen zijn kleiner dan de top klinische en academische ziekenhuizen. Mensen die hier behandeld worden komen vaak uit de regio. We hebben in Nederland ongeveer 50 algemene ziekenhuizen. Indien de zorg hier te moeilijk wordt worden patiënten doorgestuurd naar een topklinische of academische ziekenhuis.
-Topklinisch ziekenhuis: Deze ziekenhuizen geven naast de algemene zorg ook
gespecialiseerde zorg. De patiënten komen uit een groter gebied. Er zijn 28 top klinische ziekenhuizen. Deze ziekenhuizen zijn niet verbonden aan een universiteit maar leiden wel artsen en specialisten op in samenwerking met de universiteiten. Topklinische ziekenhuizen zijn vaak groter dan een algemene ziekenhuis.-Academische ziekenhuizen: academische ziekenhuizen wordt ook wel Universitair Medische Centrum (UMC) genoemd. In Nederland hebben we 8 UMC’s. Hier worden behandeling gegeven zie die zo ingewikkeld zijn dat ze alleen hier kunnen worden gegeven. Het ziekenhuis is verbonden met een universiteit die de opleiding geneeskunde geeft. Hier worden artsen en specialiste opgeleid. UMC’s zijn meestal groter dan topklinische of algemene ziekenhuizen.Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO): Dit is de basis wet in de zorg en geld dus op het moment dat er een behandelingsovereenkomst is tussen patiënt/cliënt en de arts/paramedicus. In deze wet wordt het volgende geregeld: Recht op informatie, toestemming voor medische behandeling, inzage medische dossier, recht van een second opinion, vertegenwoordiging van patiënten die niet zelf kunnen beslissen, het recht op privacy.Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG): Dit heeft als doel om de kwaliteit van de gezondheidszorg te bewaken. Dit is een lijst waar bepaalde medische en paramedische beroepen die je alleen mag uitvoeren op om het moment dat je een BIG registratie hebt. Je mag alleen deze titel dragen als je aan de voorwaarden voordoet. Dit wordt ook wel titelbescherming genoemd.Enkele voorwaarden kunnen zijn dat je jaarlijks naar een scholing moet, minimaal aantal uur het werk moet verrichten per jaar of een kwaliteitskeuring. De volgende beroepen hebben te maken met een BIG registratie: verpleegkundige, artsen, tandartsen, verloskundige, fysiotherapeuten, gezondheidspsychologen, psychotherapeuten en apothekers. Ook word er in de wet geregeld wie welke behandeling mag uitvoeren.Zorginstellingen werk veel met elkaar samen. Zoals een huisarts die een patiënt doorstuurt naar het ziekenhuis. Soms komt het voor dat er samengewerkt word met instanties die niet direct zorg leveren maar door de werkzaamheden toch samen moeten werken. Vaak zijn er specifieke afspraken gemaakt tussen de instanties. De meest voorkomende instanties waarmee samengewerkt wordt zijn: politie, brandweer, DBB (dienst bewaken en beveiliger), DBO (dienst vervoer en ondersteuning), veilig thuis, transplantatieteam, psycholance (ambulance voor verwarde) en de ambulance dienst. De ambulance dienst wordt het meeste mee samengewerkt. Zij kennen 4 soorten ritten : A1 A2 B en
MICU 2 / 3
A1: een spoedrit met acute dreiging voor levensgevaar. Ambulance dient binnen 20 minuten aanwezig te zijn.A2: geen sprake van levensgevaar maar wel spoed. Ambulance moet binnen 30 minuten aanwezig zijn. Licht en geluidssignalen worden alleen in overleg gevoerd met de mka (meldkamer ambulance) B: besteld vervoer. De patiënt moet van de het ene ziekenhuishuis of instelling naar de andere worden gebracht.MICU: Mobiele intensive care unit. Een ambulance waarin de patiënt dezelfde zorg krijgt als op de IC.Als beveiliger in de zorg moet u beschikken over een aantal belangrijke competenties: Klantgerichtheid: ook wel hospitality genoemd. Dit betekent vriendelijk, gastvrij, behulpzaam, hartelijk. Mensen komen vaak met stres en spanning naar het ziekenhuis. Een klantgerichte en vriendlelijke benadering werkt voor het kalmeren van mensen. Hierdoor kan je conflict situaties voorkomen. U luistert naar de behoefte van de klant, u stelt zich dienstbaar op, u bent beleeft en toon begrip voor de standpunten van de mensen. Dit houdt in dat u oplet hoe u de persoon moet benaderen. Patiënten, cliënten, bezoekers en collega’s benadert u allemaal anders. U moet rekening houden met de ander. Dit kan soms ook cultuur afhankelijk zijn.Inlevingsvermogen, sensitiviteit en empathie: Deze competenties geven aan dat u rekeninghoud met de gevoelens en behoeftes van andere.Integer: eerlijk en betrouwbaar. Je houdt je vast aan de normen en waarden van de organisatie. Vaak krijg je te maken met gevoelige of medische informatie. U werkt voor de organisatie en dient het beleid van de organisatie te volgens. Je kan andere aanspreken of gedrag en regels ook al zijn het vrienden of bekende van u.Loyaliteit: het beleid van de organisatie volgen ook als u het hier niet mee eens bent.Stressbestendigheid: het kunnen omgaan met spanning, tijdsdruk, tegenslagen, teleurstellingen en tegenwerkingen. Vaak met je als beveiliger optreden in stres volle situaties bijvoorbeeld een agressieve patiënt op de SEH die ligt opgenomen voor drugsgebruik.Weerbaarheid: dat is de mogelijkheid een bewuste en adequate reactie op ongewenst gedrag te geven. Denk hierbij aan de houding manier van praten. Hoe u als beveiliger reageer op een situatie is van belang voor het vervolg.
Overredingskracht: het vermogen om iemand te overtuigen
Initiatief nemen: handeling of voorstellen doen zonder dat hierom gevraagd wordt.
Probleemoplossend vermogen: problemen zelf kunnen oplossen.
Omgevingsbewustzijn: weten wat er speelt in de directe omgeving. U kunt informatie zo opnemen en verspreiden voor verbetering en zo beter werken.Flexibel handelen: Uw houding, opvattingen en werkzaamheden kunnen aanpassen aan de verschillende omstandigheden waarin u werkt.Prioriteiten stellen: het voorranggeven aan taken of werkzaamheden die belangrijker zijn.
- / 3