Samenvatting Burgerschap periode 4
Week 1: de geschiedenis van het sociaal werk
Burgerschap verwijst naar de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een bijdrage aan te leveren.
Big Question centraal bij burgerschap: Wat is jullie autonomie/vrijheid
om het goede te doen?Bij burgerschap wordt er gekeken naar het macro niveau van ons toekomstige werk 5 invalshoeken; geschiedenis, filosofie, economie, politiek, wetten en regels die ons vakgebied beïnvloeden.
4 historische kwesties binnen sociaal werk:
Eenheid of verscheidenheid?Sociaal werkers werken met een diversiteit aan groepen, op veel verschillende plaatsen en binnen uiteenlopende organisaties.
3-deling:
-Maatschappelijk werk (bijv. ggz, coaching) -Cultureel werk (bijv.opbouwwerk, buurthuizen) -Sociaalpedagogische hulpverlening (alle omgang met jongeren en kinderen) Afgelopen tientallen jaren geprobeerd om driedeling onder 1 noemer te
verenigen het: sociaal werk.
Tegelijkertijd binnen die groepen veel invloed van beroepsvereniging Individueel of collectief?Helpen we één kind in een bepaald
probleem (individueel) of collectief:
alle kinderen helpen die met dat probleem te maken hebben We onderscheiden twee oriëntaties
voor het toekomstige sociaal werk:
-Collectieve oriëntatie:
Emancipatie en participatie staan centraal.
-Individuele oriëntatie:
Individuele begeleiding en hulpverlening. Sociale economie.Autonoom of maatschappelijke speelbal?Sociaal werk in Nederland is sterk verweven met de overheid. In de periode 2012-2017 hebben bezuinigingen geleid tot een daling van het aantal sociale professionals van zo’n 20%. 1 / 3
-Verzuiling: Opdeling van de
maatschappij op grond van geloof en/of maatschappelijk opvattingen.
-Verstatelijking: De productie van
collectieve goederen en diensten werd de taak van de overheid.Betaald of vrijwillig?De lijn uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw heeft zich in de laatste jaren doorgezet; er wordt steeds meer verwacht van vrijwilligers.
Paradigma: Een complex geheel van opvattingen, methoden en vraagstellingen,
dat de gemeenschap van een bepaald tijdvak een idee geeft van wat de belangrijkste vragen zijn, en hoe die opgelost moeten worden. Manier van het kijken naar de werkelijkheid.
Paradigmashift: Een paradigmaverschuiving. Een ontwikkeling die leidt tot een
ander beeld van de werkelijkheid. Het veranderen van het beeld van de mensen die zorg nodig hebben (bijv. binnen de gehandicaptenzorg). Vaak ontstaat bij zo’n ontwikkeling een grote tegenstelling tussen de voor- en tegenstanders van het nieuwe paradigma.
Huis van sociale beroepen: Verschillende facetten van het sociaal werk
verenigd, maar hebben wel verschillende kamers. Er zijn overal dezelfde regels.
Beroepscode sociaal werk: Hierin staat het fundament voor de beroepsethiek.
Bestaat uit 8 kernwaarden. 2 / 3
Sociale economie: aan ene kant willen wij sociale aspecten van
verzorgingsstaat behalen andere kant moeten we ook kijken wat het kost en moeten wij mensen verplichten eraan te houden
Week 2: kernwaarden van het beroep (filosofie en mensbeelden)
Filosofie: Liefde voor de wijsheid.
De filosofie stelt vragen daar waar iets vanzelfsprekend lijkt. Onderzoekt het ‘onbekende’. Je blijven verwonderen is daarbij van belang.
1.Nadenken over hoe je de samenleving het beste kan inrichten.
2.Nadenken over wat goed hulpverlenen is.
3.Nadenken over normen en waarden.Filosofie houdt zich bezig met de vraag wat is de beste manier om……?Ethiek Ethos Beroepsethiek Een stroming binnen de filosofie die zoekt naar ‘het goede’ door middel van reflectie op normen en waarden.Gewoonten en gebruiken Wanneer ben je een goede sociaal werker?
Sociaal werk, een normatief beroep:
- Je hebt je te
- Je bent zelf je
houden aan de normen van het beroep
instrument:
- Je moet je
verhouden tot de ander/tot de samenleving.beroepscodeje neemt altijd je eigen waarden en normen mee
Een normatief beroep vraagt om zelfonderzoek: o.a. de reflectie op de eigen
normen en waarden.
Kernwaarden van professionals in het sociaal werk volgens de BPSW:
1.Respect voor menselijke waardigheid en autonomie -herkennen en erkennen de inherente waarde en waardigheid van mensen -respecteren de zelfbeschikking van het individu -gericht op de specifieke kwaliteiten, ambities en beperkingen van het individu -bevorderen emancipatie van individuen, groepen en gemeenschappen -bewust van de inbedding van mensen in kleinere en grotere sociale verbanden -bevorderen dat zij betekenisvolle relaties kunnen aangaan met anderen.-oog voor het unieke van mensen -sluiten aan bij hun levensproject -erkennen hun (=cliënt) historische en cultuurspecifieke ervaringen 2.Betrokkenheid en bereidheid -betrokken bij het welzijn en de ontwikkeling
- / 3