Samenvatting de zes rollen van de leraar in de praktijk bert moonen 9789065081797 1 / 4
Samenvatting de zes rollen van de leraar in de praktijk bert moonen 9789065081797 2 / 4
Samenvatting de zes rollen van de leraar in de praktijk bert moonen 9789065081797 De 6 Rollen van de leraar
Hoofdstuk I: Gedrag en gedragsverandering
Gedrag wordt gestuurd door onze overtuigingen en identiteit.Overtuigingen Het gedrag vindt de oorsprong in overtuigingen. Gedrag wordt gestuurd door wat we willen, vinden en denken. Als docent word je gedrag vooral bepaald door wat andere van je verwachten. Het bijbehoorde gedrag is dan geen trucje maar het heeft een dieper fundament.Wanneer je niet reageert op bepaalde situaties met je eigen overtuigingen, maar met trucjes, zullen leerlingen dit doorhebben en het optreden is minder effectief.Je moet er natuurlijk wel achterkomen wat jouw overtuigingen zijn.Identiteit Bij verschillende identiteiten horen andere overtuigingen. Vaak handel je met een overtuiging en dus met een andere identiteit. Wanneer een ander dan iets anders van je vraagt zal dit vreemd voor je identiteit zijn en weet je hier soms geen raad mee.Ook als docent moet je weten wie je wilt zijn en wat de school van je verwacht, dit kan conflicten tegen gaan. Ook is het fijn om te weten wat leerlingen van je verwachten, je zult je soms beroepsmatig moeten voordoen.Rollen Als docent heb je veel invloed op het leergedrag van leerlingen. De 6 rollen zijn uitgangspunten die je maken tot een effectieve docent. De rollen zijn gebaseerd op een
aantal in de praktijk bewezen uitgangspunten:
-Contact, een relatie met leerlingen is een voorwaarde voor leren,
-Leerlingen moeten worden begeleid in hun ontwikkeling: stimuleren en
corrigeren zijn noodzakelijk.-De lesstof moet worden overgebracht.-Leerlingen moeten worden uitgedaagd om zelfstandig taken uit te voeren en leerstof te verwerken.-Leerlingen moeten in vrijheid kunnen leren.-De leraar is een volwassene, die werkt met jongeren.De gastheer: de les starten; je geeft persoonlijke aandacht voor een goede relatie.
De presentator: aandacht vangen; je krijgt aandacht, de leerlingen ervaren
dat jij de les bewaakt.
De didacticus: instructie geven; leerlingen aan het werk zetten met
positieve werkhouding.
De pedagoog: orde houden; corrigeren op duidelijke manier.
De afsluiter: de les afsluiten; reflecteer op wat ze hebben gedaan en geleerd De eerste 3 zorgen voor een goede werksfeer waarin ordeverstoringen vaak niet meer voorkomen. Je bied het juiste niveau voor de leerlingen aan en je toont voorspelbaar gedrag. 3 / 4
Samenvatting de zes rollen van de leraar in de praktijk bert moonen 9789065081797 Gedragsverandering Als docent kan je wel goed zijn, maar je hoeft niet altijd effectief te zijn. Een belangrijke vaardigheid van een docent is het onderkennen wat hun gedrag oproept. Je zult dus moeten ontdekken hoe leerlingen op jouw gedrag reageren en dan besluit je of je er tevreden mee bent of niet en je besluit of je hier iets aan wilt doen. Om er achter te
komen hoe je leerlingen op jouw gedrag reageren kun je:
-Reflecteren: Door te reflecteren zorg je ervoor dat je zelf kritisch blijft op je eigen gedrag en dan kan je waar nodig bijsturen. Zo heeft Korthagen een model gemaakt waar je zelf inzicht krijgt in de interactie die je hebt met leerlingen.Wat wil ik?Wat willen de leerlingen?Wat doe ik?Wat doen de leerlingen?Wat denk ik?Wat denken de leerlingen?Wat voel ik?Wat voelen de leerlingen?Je moet dan zelf nog je gedrag willen veranderen, wanneer je dit wilt kan je naar de
volgende stap namelijk:
-Doelen stellen: De docent weet wat hij wilt bereiken en wat de alternatieven zijn: Wat wil ik bereiken?Wat moet ik daarvoor doen, wat moet ik anders doen? Hoe ziet dat er concreet uit, in gedrag?Waar en wanneer ga ik dit nieuwe, andere gedrag oefenen?Wanneer ben ik tevreden? Wat heb ik dan bereikt? Hoe ziet het resultaat gedrag er concreet uit wat betreft leerlingengedrag, lerarengedrag?Wat kan er fout gaan? Wat doe ik als…?
Vervolgens:
-Tot slot: Als beginnend docent is het belangrijk dat je je eigen overtuigingen in kaart brengt en daarna nagaat wat de overtuigingen van de school zijn.Niet altijd vinden gedragsveranderingen vrijwillig plaats, soms moet het van een leidinggevende.
- / 4