Samenvatting Desk Reference to the Diagnostic Criteria from DSM-5 Rijks Groningen Belangrijskte stoornissen die je moet kennen
- 48 meerkeuze tentamenvragen ZONDER antwoorden
Super compact: 28 pag
Leestijd 45 min. 1 / 3
Inhoud Psychopathologie.......................................................................................................................................................................3 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen..........................................................................................................................3 communicatiestoornissen......................................................................................................................................................3 Autismespectrumstoornis......................................................................................................................................................4 Aandachtsdeficientie-/hyperactiviteitsstoornis.....................................................................................................................4 Specifieke leerstoornis...........................................................................................................................................................5 Motorische stoornissen.........................................................................................................................................................5 Schizofreniespectrum/ en andere psychotische stoornissen.....................................................................................................6 Bipolaire- stemmingsstoornissen...............................................................................................................................................7 Manische episode..................................................................................................................................................................7 Hypomanische episode..........................................................................................................................................................7 Depressieve episode..............................................................................................................................................................7 Depressieve stemmingsstoornissen...........................................................................................................................................8 Premenstruele stemmingsstoornis......................................................................................................................................10 Angststoornissen.....................................................................................................................................................................11 Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen..................................................................................................................12 Psychotrauma- en gerelateerde stoornissen...........................................................................................................................13 Posttraumatische stressstoornis..........................................................................................................................................13 Dissociatieve stoornissen.........................................................................................................................................................14 Dissociatieve amnesie..........................................................................................................................................................15 Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen.........................................................................................................15 Voedings- en eetstoornissen...................................................................................................................................................15 Stoornissen in de zindelijkheid................................................................................................................................................16 Seksuele disfuncties.................................................................................................................................................................16 Genderdysforie........................................................................................................................................................................17 Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.............................................................................................17 TENTAMEN meerkeuze ZONDER antwoorden.........................................................................................................................18 2 / 3
Psychopathologie Psychische stoornis: een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van de cognitieve functies, de emotieregulatie of het gedrag van een persoon, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychische functioneren.Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen verstandelijke beperkingen Verstandelijke beperking (verstandelijke ontwikkelingsstoornis: beperkingen in verstandelijke en adaptieve functioneren, in de conceptuele (cognitieve, communicatieve, schoolse vaardigheden), sociale (mbt sociale vaardigheden) en praktische domeinen (zelfstandig leven).
specificeer ernst: licht, matig, ernstig, zeer ernstig
Globale ontwikkelingsachterstand: <5 jaar, wanneer het kind de verwachte ontwikkelingsmijlpalen niet haalt en is van toepassing op kinderen die geen onderzoek van verstandelijk functioneren kunnen ondergaan.Ongespecificeerde verstandelijke beperking (verstandelijke ontwikkelingsstoornis): >5 jaar, wanneer beoordeling van de ernst van verstandelijke beperking met procedures bemoeilijkt of onmogelijk wordt vanwege gerelateerde zintuiglijke of lichamelijke beperkingen.communicatiestoornissen Taalstoornis: moeite met het verwerven en gebruiken van taal door deficiënties in het begrijpen of produceren van taal (verminderde woordenschat, beperkte zinsstructuur, beperkingen in het voeren van gesprekken).Spraakklankstoornis: moeite met de productie van spraakklanken, waardoor de verstaanbaarheid of verbale communicatie van boodschappen wordt gehinderd.Stoornis in de spraakvloeiendheid ontstaan in de kindertijd (ontwikkelingsstotteren): stoornissen in het normale vloeiende verloop en het leeftijdspatroon van de spraak die niet passen bij de leeftijd van de betrokkene en diens taalvaardigheid, die langere tijd persisteren, en die worden gekenmerkt door het frequent en duidelijk optreden van één of meer van de volgende kenmerken: herhalen van klanken en lettergrepen, verlengen van medeklinker en klinkers,onderbroken woorden (pauzes binnen een woord), hoorbaar of geluidloos blokkeren (opgevulde of onopgevulde pauzes in de spraak), circumlocutie (vervangen van woorden om problematische woorden te vermijden), het produceren van woorden met een overmaat aan lichamelijke spanning, monosyllabische herhaling van hele woorden (bijv. ik-ik-ik-ik zie hem).Sociale (pragmatische) communicatiestoornis: persisterende moeite met het sociale gebruik van verbale en non-verbale communicatie, zoals blijkt uit de volgende kenmerken: deficiënties in het gebruik van communicatie voor sociale doeleinden (zoals groeten), beperking van het vermogen om communicatie aan te passen aan de context (bijv. anders spreken in klas dan op het speelplein),
- / 3