1
Samenvatting Eerste hulp bij ongelukken (Het Oranje Kruis boekje )
27 e Druk
- / 4
2
Inhoudsopgave Deel 1. Eerste hulp: De eerste schakel in de hulpverleningsketen ............................................... 3 1.1 De eerste hulpverlener .............................................................................................................. 3 1.2 Het slachtoffer ............................................................................................................................ 3 1.3 Zorgen voor professionele hulp ................................................................................................. 4 1.4 Emotionele reacties ................................................................................................................... 5 Deel 2. Voorkom (meer) slachtoffers ......................................................................................... 6 2.1 Let op gevaar .............................................................................................................................. 6 2.2 Verplaats een slachtoffer uit een gevaarlijke situatie ............................................................... 6 2.3 Besmetting ................................................................................................................................. 7 Deel 3. Verleen verantwoorde eerst hulp .................................................................................. 8 3.1 Braken bij rugligging ................................................................................................................... 8 3.2 Hevig bloedverlies ...................................................................................................................... 8 3.3 Beoordelen van het bewustzijn ................................................................................................. 9 3.4 Beoordelen van de ademhaling ................................................................................................. 9 3.5 Bewusteloos en geen (normale) ademhaling .......................................................................... 10 3.6 Bewusteloos en normale ademhaling ...................................................................................... 14 3.7 Mogelijk wervelletsel ............................................................................................................... 15 3.8 Levensbedreigende letsels en ziekten ..................................................................................... 15 3.9 Overige letsels en ziekten ........................................................................................................ 20
- / 4
3
Deel 1. Eerste hulp: De eerste schakel in de hulpverleningsketen
De eerste hulp verlener Is de eerste schakel in de keten van hulpverlening. Deze keten kunnen verder bestaan uit de huisarts, huisartsenpost, ambulance en ziekenhuis.Heeft de kennis en vaardigheden om het slachtoffer in een zo goed mogelijke conditie over te dragen aan professionele zorgverleners Voorkomt verergeringen en uitbreiding van stoornissen en letsels.Hij voert geen handelingen uit die behandeling door professionele hulpverleners moeilijker maken.
1.1 De eerste hulpverlener De eerste hulpverlener zorgt er voor dat hij/zij goed voorbereid is. Denk hierbij aan:
- Het telefoonnummer van de huisarts(enpost) in je contactgegevens zetten.
- Zorgen voor een goed gevulde verbanddoos thuis en in de auto.
- Bij het weten van waar de AED’s dicht in de buurt bevinden, kun je snel reageren bij een
reanimatie.Mantelzorg “Mantelzorg richt zich op familie en bekende die een hulpbehoefte hebben die voortvloeit uit een ziekte of aandoening”.Mantelzorgers zijn door de patiënt of naasten van te voren ingelicht over wanneer en hoe er gehandeld moet worden. Mantelzorg valt onder de verantwoordelijkheid van de huisarts of specialist.Eerste hulpverlening en mantelzorg staan los van elkaar. Een eerstehulpverlener hoeft geen mantelzorger te zijn en een mantelzorger hoeft geen eerstehulpverlener te zijn.1.2 Het slachtoffer 1.2 Het slachtoffer
Je stelt het slachtoffer gerust. Dit kun je doen door:
- Er voor te zorgen dat hij je kan zien
- Naast hem te knielen als het slachtoffer ligt
- (oog)contact maken
- Je naam te noemen
- Te vertellen dat je eerste hulpverlener bent
- Eventueel de hand van het slachtoffer vasthouden of je arm om zijn schouders te leggen
- Bij kinderen een eventueel aanwezige knuffel zichtbaar of voelbaar neerleggen
- Wonden (met verband) af te dekken. Veel bloed is een naar gezicht en kan paniek geven bij
- Praat op een rustige toon tegen het slachtoffer, ook als je denkt dat hij niet bij bewust zijn is
- Vertel wat je aan het doen bent, zeker als het slachtoffer je niet kan zien
- Reageer altijd op vragen en opmerkingen en neem het slachtoffer serieus
- Wat je vertelmoet waar zijn. Zeg daarom nooit dat het wel meevalt.
- Doe geen uitspraak over letsels van anders slachtoffers
het slachtoffer en omstanders.
Omgaan met gegevens van het slachtoffer
- De eerstehulpverlener vraagt het slachtoffer niet naar persoonlijke gegevens (naam en
- Ga niet in de kleding en tas van het slachtoffer op zoek naar persoonlijke gegevens, dit laat je
- Je kunt tijdens de hulpverlening een S.O.S. ketting of vergelijkebare informatiebron tegen
adres) of naar medicijn gebruik en ziekte geschiedenis. Je kunt het slachtoffer wel vragen of je iemand voor hem kunt bellen.
over aan de professionele hulpverleners.
komen. De medische informatie die hierop staat heeft de eerste hulpverlener niet nodig. 3 / 4
4
Voor de professionele hulpverleners kan die informatie wel van belang zijn. Wijs hen daarom op de aanwezigheid hiervan.
1.3 Zorgen voor professionele hulp
Je kunt professionele hulp inschakelen door:
- 112 te bellen
- Het spoednummer van de huisarts te bellen
- De huisartsen post te bellen (buiten kantoortijden). In plaatsen zonder huisartsenpost bel je
- Het slachtoffer een afspraak laten maken met de eigen huisarts, tandarts of specialist.
de afdeling spoedeisend hulp van het ziekenhuis (SEH).
112 bellen Bij het bellen van 112, vraag je duidelijk om een ambulance, politie of brandweer.
Bel 112:
- Bij een ernstig en/of verkeer belemmerend ongeval om naast ambulance, de politie en/of
- Bij ernstige ongevallen en ziekte in bedrijven, openbare gebouwen en op straat.
- Bij levensbedreigende situaties: denk hierbij aan hevige benauwdheid, ernstige
brandweer te roepen.
verwondingen, halfzijdige verlamming, hevige pijn op de borst en epileptische aanval.
Vraag bij voorkeur aan omstanders om 112 te bellen, zodat je zelf met de eerste hulpverlening kan beginnen. Als je bij een 112 melding bent doorverbonden met de meldkamer ambulance zorg, wil de centralist eerst het adres weten om alvast een ambulance op weg te sturen.
Zet als dit kan tijdens het bellen met 112 je telefoon op luidspreker. Je kunt tijdens het telefoongesprek hulpverlenen en kan de centralist je instructies geven indien nodig. Volg de
instructies van de centralist op. Dit moet de centralist als eerst weten:
- Waar het slachtoffer is
- Plaats, straat en huisnummer
- Herkenningspunt in de buurt, zoals een benzine station, museum of hectometerpaal.
- Op welk telefoonnummer er terug gebeld kan worden.
Laat je altijd leiden door de vragen van de centralist
De centralist kan dit soort vragen stellen:
- Is het veilig voor slachtoffer, melder, omstanders, hulpverleners?
- Wat is er gebeurd?
- Is het slachtoffer aanspreekbaar?
- Zijn er meerder slachtoffers?
- Kan het slachtoffer aan de telefoon komen?
- Ademt het slachtoffer?
- Is de ademhaling snel, traag en/of hoorbaar?
- Wat is de gelaatskleur van het slachtoffer?
- Is het een hevige bloeding? Is het bloedverlies snel of langzaam?
- Is het slachtoffer bekneld?
Verbreek het contact pas wanneer de centralist dat heeft aangegeven. Na het verbreken kan het zijn dat de toestand van het slachtoffer verslechtert, zoals stoornis in het bewustzijn. Bel dan opnieuw 112.
- / 4