SAMENVATTING FAMA102
Gegeneraliseerde angstoorniseen (GAD, GAS) -Aanhoudende nervositeit ( > 6 mnd): bezorgheid en piekeren over kleine dagelijkse problemen en gebeurtenissen
-Overhand: dagen met klachten
-Moeite om het piekeren onder controle te houden
-Symptomen: vermoeidheid, concentratie en slaapproblemen, prikkelbaarheid en
spierspanning
Sociale angststoornis (sociale fobie, SAD, SAS) -Angst waar de patiënt wordt blootgesteld aan mogelijke kritische beoordeling door anderen -> bang is zich belachelijk te maken
●Specifiek: angst gekoppeld aan 1 specifieke situatie (podiumvrees)
●Gegeneraliseerd: in meerdere situaties angst
Paniekstoornis -Terugkomende, niet voorspelbare paniekaanvallen: tussen de aanvallen door ook bang om een nieuwe aanval te krijgen -> agorafobie
●Agorafobie: angst waardoor vermijdingsgedrag ontstaan (buitenshuis zijn)
SSRI’s: werkingsmechanisme
-Selectieve en potente inhibitie van 5ht heropname: inhibitie van SERT (serotonine transporter) -Actie in presynaptische axon terminal en ook somatodentritische eind van serotonine neuron dichtbij lichaamscel -5ht zal stijgen door blokkade van SERT -Blokkeren van presynaptische SERT leidt niet gelijk tot veel 5ht in de synaps -Leidt tot gelijke verhoging 5ht in somatodendritische gebied in de raphe door SERT blokkeren daar, meer dan in de gebieden van het brein waar de axonen eindigen -5ht stijgt in somatodendritisch gebied -> 5ht1a autoreceptoren worden gestimuleerd -> bijwerkingen wanneer de behandeling begint -Na verloop van tijd: verhoogde 5ht levels bij somatodentrische 5ht1a autoreceptoren -> downregulatie en desensitisatie -> 5ht kan niet meer effectief uitzetten van zijn eigen afgifte -> 5ht neuron is gedisinhibeerd -> toename neuronale impuls flow -Presynaptische somatodendritische 5ht1a autoreceptoren zijn gedesensitiseerd -> 5ht wordt opgebouwd in de synapsen -> postsynaptische 5ht receptoren worden ook gedesensitiseerd of gedownreguleerd -> minder bijwerkingen
- Kortom: krachtige maar vertraagde disinhibitie van 5ht afgifte
SNRI’s
-Naast SERT inhibitie ook NET inhibitie: norepinephrine transporter
-Venlafaxine: sterke antidepressiva want meer NET inhibitie als de dosis wordt verhoogd -Zorgt ook voor dopamine toename in prefrontale cortex want DA wordt door NET opgenomen. In PFC zijn er weinig DATs -> DA kan in de synaps diffunderen
- / 4
TCA’s -Blokkeren heropname pompen voor norepinefrine NET en serotonine SERT
-Clomipramine: meer SERT inhibitie
-Desipramine, maprotiline, nortriptyline en protriptyline: meer selectief voor NET inhibitie -Sommige TCA’s hebben antagonist acties voor 5ht2a en c receptoren
-Ongewenste effecten: blokkade muscarine cholinerge receptoren, H1 histamine
receptoren, alfa 1 adrenerge receptoren en ATP afhankelijke K+ kanalen ●Blok H1 receptoren → sedatie en gewichtstoename ●Blok muscarine cholinerge receptoren → anticholinerge bijw. zoals droge mond, urineretentie, constipatie, wazig beeld ●Blok alfa 1 adrenerge receptoren → orthostatische hypotensie en duizeligheid ●Blok ATP K+ kanalen → hoge dosering dan coma en schade aan CNS
Benzodiazepines:
-PAM: positieve allosterische modulators → bindt aan allosterische side en
neurotransmitter ook in zijn side → PAM zorgt voor conformationele veranderingen → kanaal nog meer open ●PAM bindt en de agonist ook → kanaal nog meer open en vaker dan wanneer alleen agonist bindt → meer ionen in de cel -GABA activiteit verhoogd bij GABAa types chloride ion flux → chloridekanaal opent meer en vaker → meer ionen in de cel naar binnen → minder angst, meer slaap, convulsies blokkeren, blokkeren kortetermijngeheugen en relaxeren spieren
Pregabaline en gabapentine -Auxiliaire subeenheid α2-δ van spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen op centrale neuronen → blokkeren excitatoire neurotransmitters zoals glutamaat
●In amygdala: veroorzaakt angst
●CSTC circuits: veroorzaakt zorgen
-Binden aan α2-δ subunit van voltage sensitive calcium channels (VSCCs) → verandering conformatie → minder Ca2+ influx → minder excessieve stimulatie van postsynaptische receptoren -Toepasbaar icm SSRI of SNRI of benzo’s bij patiënten die gedeeltelijk een respons hebben en niet in remissie zijn
Buspiron -Partiële agonist 5ht1a pre en postsynaptisch → meer 5ht activiteit in projecties naar amygdale, pfc, thalamus → minder angst en zorgen -Toenemen van effect SSRI’s en SNRI’s
Amygdala en de neurobiologie van angst -Motor responses van angst worden gereguleerd door connecties tussen de amygdala en grijze deel van hersenstam -Endocriene reacties dat angst veroorzaakt: door connecties tussen de amygdala en hypothalamus → veranderingen in HPA hypothalamic pituitary adrenal axis en dus van cortisol levels
Eerste stap interventies paniekstoornis 2 / 4
-Stap 1: zelfhulp is effectiever dan geen specifieke behandeling bij paniekstoornis met/ zonder agorafobie
-SSRI:
●Zn in het begin van behandeling ondersteunen met een benzo, kortdurend voorgeschreven ●Evidence: veilig en effectief bij PS, goed getolereerd ondanks 18% staken in het begin van behandeling
●Langzaam ingeslopen om bijw. te beperken: 2 wkn om streefdosis in te
stellen, vervolgens na min 4 weken effect evalueren ●Dagdosering min een jaar handhaven, daarna bij remissie kan het worden verlaagd ●Afbouwen gaat langzaam en in stappen van 3 maanden → anders kans op onthoudingsverschijnselen → kan afbouw iets vertragen maar wel continueren -angst, gespannenheid, duizeligheid, tremor, slaapstoornissen, gastro- intestinale verschijnselen ●Bij recidiveren van PS → terug naar dosering waarop geen verschijnselen van de PS waren en langer door behandelen met de medicatie ●Vnl in het begin bijwerkingen ●Bij gelijkwaardige effectiviteit en afwezigheid van voorkeur → kies goedkoopste
-Lage doseringen kunnen in individuele gevallen ook effectief zijn
-Dosis effect studies voor: (es)citalopram, fluoxetine, paroxetine
●Langdurig gebruik: alle SSRI’s zijn effectief → na een jaar dosering
verminderen -citalopram, fluvoxamine, paroxetine ●Geen gewenning en verslaving want geen sprake van psychische afhankelijkheid
Paniekstoornis TCA -Bij voorkeur eerst middel SSRI → ineffectief of intolerantie → TCA: voorkeur clomipramine -Langzaam ingeslopen om bijwerkingen te beperken: 2 wkn instellen op streefdosis, na 4 weken effect evalueren -zn kortdurend ondersteunen met benzo -Ook weer min 1 jaar handhaven dagdosering en evt verlagen bij remissie, let op onthoudingsverschijnselen -Aanbevolen dosering clomipranine is afgeleid uit aanwezigheid placebo- gecontroleerd onderzoek en klinische ervaring 3 / 4
-Te snel afbouwen → onthoudingsverschijnselen
-Evidence:
●Clomipramine en imipramine zijn effectief bij PS (ook op lange termijn), clomipramine effectiever
●SSRI: citalopram en paroxetine effectiever dan clomipramine
●TCA’s minder veilig dan SSRI en minder goede tolerantie → uitval 30%
Moderne antidepressiva
-Venlafaxine XR: vòòr toepassen MAOI of benzo, en evt ook vòòr een TCA
-Langzaam insluiten om bijw te voorkomen -Middel is veilig, wordt goed verdragen en waarschijnlijk blijft het effectief op lange termijn -vnl effectief in 75 en 150 mg → bewezen uit placebo gecontroleerd onderzoek en klinische ervaring
MAOI PS
-Beperkt onderzocht op effectiviteit bij PS -Fenelzine minder goed verdragen dan TCA of SSRI → meer bijw en uitval, minder veilig ●Effectief in dosering tussen 40 en 60 mg per dag, maar geen verschil gevonden met TCA imipramine -Aanraden eerst benzo en dan pas fenelzine, en iig eerst met cognitieve gedragstherapie -Alleen door psychiater voorschrijven en langdurig behandelen bij effectiviteit -Patiënten moeten een tyraminebeperkt dieet houden
(High potency) Benzodiazepinen -Alprazolam, clonazepam, diazepam, lorazepam effectief gebleken -Vanwege afhankelijkheid en bijw (sedatie) → niet 1e keuze en pas geven na behandeling met SSRI/ TCA ●Geen verschil tussen effectiviteit benzo’s en benzo’s en imipramine -Eerst cognitieve gedragstherapie, NB: bijw kunnen negatief effect hebben hierop
- / 4