Samenvatting Goederenrecht
Leereenheid 1: Goederenrecht
Inleiding In de eerste leereenheid van Goederenrecht maakt u kennis met de kernbegrippen: goed, zaak en vermogensrecht. Het onderscheid tussen goederenrecht en verbintenissenrecht wordt uitgelegd via absolute en relatieve rechten. Ook komen bestanddeelvorming, natrekking, eigendom van zaken en beperkte rechten aan bod.
1.1 Kernbegrippen goederenrecht Het goederenrecht regelt de rechten van personen op goederen, zoals gedefinieerd in: art. 3:1 BW: Goederenrecht bestaat uit zaken en vermogensrechten.
art. 3:2 BW omschrijft zaken
art. 3:6 BW omschrijft vermogensrechten.
De begrippen goed, zaak en vermogensrecht vormen de kern van het goederenrecht en verdienen daarom extra aandacht.Goederen, zaken en vermogensrechten
- Titel van het boek
- Opzet van dit boek
Wat vóór 1992 het zakenrecht werd genoemd, heet sinds de invoering van het nieuwe vermogensrecht in 1992 het goederenrecht. Het goederenrecht omvat echter méér dan alleen het zakenrecht: het regelt niet alleen rechten op zaken, maar ook op vermogensrechten (zoals vorderingen), zoals blijkt uit art. 3:1 BW.
De opbouw van Pitlo Goederenrecht volgt twee hoofdonderdelen:
- Algemeen deel van het vermogensrecht (Boek 3 BW), met name titels 1, 4 t/m 10 en gedeelten van
- Zakelijke rechten (Boek 5 BW), oftewel de absolute rechten op zaken. Hierin komen onder andere de
- Vermogen
titel 11. Dit deel behandelt de algemene regels die gelden voor alle vermogensrechten, dus zowel voor rechten op zaken als op andere goederen.
begrippen eigendom, beperkte rechten (zoals erfdienstbaarheden en pand/hypotheek), en de wijzen van verkrijging en verlies van goederen aan bod.
Het vermogensrecht omvat verschillende rechtsgebieden, zoals het goederenrecht, verbintenissenrecht, erfrecht en huwelijksvermogensrecht.Goederen bestaan uit zaken en vermogensrechten. Vermogensrechten zijn rechten die een economische waarde vertegenwoordigen, bijvoorbeeld vorderingen.Het eigendomsrecht is een vermogensrecht dat rust op een goed (een zaak of vermogensrecht).Goodwill is geen vermogensrecht omdat het niet om een afgebakend recht gaat.Zaken zijn stoffelijke, voor menselijke beheersing vatbare objecten. Dit omvat ook zaken die nog geen eigenaar hebben (res nullius), maar niet lucht of zee.Zaken worden onderscheiden in hoofdzaken en bestanddelen. Bestanddelen maken onderdeel uit van een hoofdzaak door het rechtsfiguur natrekking.
Er is een juridisch onderscheid tussen roerende en onroerende zaken:
Onroerende zaken zijn duurzaam verbonden met de grond en worden als registergoederen ingeschreven (bijv. een huis). Bij onroerende zaken kan natrekking soms niet tot eigendom leiden, zoals bij erfpacht. Roerende zaken zijn niet duurzaam verbonden aan de grond en worden niet als registergoederen beschouwd.
4. Goederen (artikel 3:1 BW)
Goederen zijn alle zaken én vermogensrechten die de actieve bestanddelen van iemands vermogen vormen.Zij zijn de objecten waarop vermogensrechten kunnen rusten en waarover rechten kunnen worden uitgeoefend.
5. Zaken (artikel 3:2 BW) 1 / 4
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Ook zaken die aan niemand toebehoren, res nullis, zijn zaken. Niet tot zaken behoren onder meer lucht en het zeeoppervlak, je kunt de zee of lucht namelijk niet beheersen of vastpakken.
- Grenzen van het begrip ‘zaak’
Een zaak is een stoffelijk, concreet object dat vatbaar is voor menselijke beheersing.Voor menselijke beheersing vatbaar betekent dat men feitelijke macht over het object kan uitoefenen (bijvoorbeeld over zuurstof, maar niet over lucht als geheel of de zee).Stoffelijk wil zeggen dat het object tastbaar is en fysiek kan worden vastgehouden of verplaatst.Object duidt op iets concreets en waarneembaars, geen abstract begrip.
7. Vermogensrechten (artikel 3:6 BW).
Vermogensrechten zijn rechten die:
- afzonderlijk of samen met andere rechten overdraagbaar zijn;
- gericht zijn op het verkrijgen van stoffelijk voordeel, direct of indirect;
- verkregen kunnen zijn in ruil voor stoffelijk voordeel of het vooruitzicht daarop.
- Eigendomsrecht vereenzelvigd met zaak
- Goodwill
- Goederenrechtelijke status
- Gemeenschappen
Vermogensrechten zijn immaterieel, in tegenstelling tot zaken, maar vertegenwoordigen wel economische waarde.
Het eigendomsrecht is een vermogensrecht, zoals bepaald in artikel 5:1 BW. Het is het meest omvattende recht en is direct verbonden met de zaak waarop het rust: eigendom houdt in dat je het volledige recht op dat goed hebt.
Goodwill, zoals de klantenkring of de gunstige ligging van een onderneming, is geen vermogensrecht. Dit komt doordat het niet voldoet aan de criteria van artikel 3:6 BW: het is niet zelfstandig overdraagbaar en verschaft geen direct stoffelijk voordeel, maar slechts een potentieel economisch voordeel.Algemeenheid van goederen
Sommige zaken vormen samen één eenheid, ook wel een inboedel genoemd. Volgens artikel 6:227 BW is daarvoor voldoende dat partijen bepalen waartoe zij zich verbinden en dat deze zaken als een samenhangende eenheid worden beschouwd, zoals een kudde schapen, een bibliotheek of een verzameling goederen en schulden.
Voorbeelden van bepaalde gemeenschappen van goederen zijn de maatschap, de vennootschap en de huwelijkse goederengemeenschap.Afdeling 3.7.2 BW regelt de positie van de deelgenoten, oftewel hoe zij aanspraak kunnen maken op hun aandeel in de gemeenschap. Bij vennootschappen gaat het bijvoorbeeld om de rechten verbonden aan aandelen. 2 / 4
- Rechtspersonen
- Inboedel
- Order- en toondervorderingen
- Zakenrechtelijke papieren
Rechtspersonen hebben een zelfstandige juridische identiteit en zijn economisch gerechtigd tot hun vermogen, bijvoorbeeld de goederen die tot de rechtspersoon behoren.De overdracht van goodwill valt onder het verbintenissenrecht, omdat het een rechtshandeling tussen personen betreft en geen zaak of vermogensrecht op zich is.
De definitie van inboedel staat in artikel 3:5 BW. Volgens de verkeersopvatting behoort huisraad niet tot de onroerende zaak en wordt het beschouwd als roerende zaak. Hierdoor moet inboedel als individuele zaak worden geleverd bij overdracht.Verschillende soorten vorderingen 28 Vorderingen op naam Vorderingen op naam zijn een belangrijke categorie vermogensrechten. Het zijn relatieve rechten die kunnen worden vervreemd en bezwaard, en maken deel uit van het vermogensbestanddeel van een persoon.Deze vorderingen zijn persoonlijk gebonden aan een bepaalde schuldeiser en kunnen alleen worden overgedragen via een akte van cessie en mededeling aan de debiteur. De vordering kan dus niet los van de persoon worden overgedragen. Artikel 3:82 BW stelt dat vorderingen op naam niet gescheiden kunnen worden van het recht waaraan ze zijn verbonden. Afdeling 3.4.2 BW bevat de wettelijke regels over de vervreemding en bezwaring van vorderingen.
Order- en toondervorderingen zijn vorderingen die eenvoudiger overdraagbaar zijn dan gewone vorderingen op naam. Ordervorderingen worden overgedragen door endossement (ondertekening op het document) en de levering van het document aan de nieuwe houder, zoals bij wissels en cheques. Toondervorderingen worden overgedragen door enkel de overhandiging van het document, waarmee de nieuwe houder automatisch gerechtigd is.Deze vorderingen worden ook wel rechtspapieren genoemd, omdat het bezit van het papier zelf de rechtmatigheid van de houder bepaalt. Artikel 3:93 BW regelt dat de overdracht van order- en toondervorderingen plaatsvindt door de levering van het betreffende document aan de verkrijger. Artikel 3:94 BW bepaalt dat gewone vorderingen op naam slechts kunnen worden overgedragen door een akte van cessie en mededeling aan de schuldenaar.
Zakelijke papieren vertegenwoordigen meer dan alleen vorderingen; zij geven ook eigendom of rechten over zaken weer. Dit betreft rechten op naam, aan order en aan toonder.
Voorbeelden zijn:
Cognossement (artikel 8:399 BW): een document van de vervoerder dat bevestigt dat goederen zijn overgedragen aan een afzender en op verzoek worden afgeleverd. Ceel (artikel 7:607 BW): een document van een opslaghouder als bewijs van het in bewaring nemen van goederen.De levering van deze papieren, en daarmee van de onderliggende zaken, geschiedt door overdracht van het document aan de verkrijger.
- Aandelen
Aandelen van een NV of BV zijn waardepapieren en kunnen op naam of aan toonder zijn gesteld.Voor de levering van aandelen op naam gelden de specifieke regels uit Boek 2 BW: Artikel 2:194 BW voor aandelen op naam in een BV. Artikel 2:82 BW voor aandelen op naam en aan toonder in een NV.Aandelen aan toonder worden geleverd volgens de algemene bepalingen voor rechten aan toonder uit Boek 3
BW. 3 / 4
Verschil tussen zaken en vermogensrechten Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten waarvan iemand het bezit kan hebben en de overdracht van kan bewerkstelligen, zoals een huis, een auto of een boek.Vermogensrechten zijn juridische rechten die onderdeel uitmaken van iemands vermogen, zoals vorderingen, eigendomsrechten, of het recht op huurbetaling.Het verschil is dat zaken fysieke objecten zijn, terwijl vermogensrechten immateriële rechten zijn die een geldwaarde vertegenwoordigen.Absolute en relatieve rechten
- Absolute en zakelijke rechten
- Absoluut versus relatief
- Onderscheid nader verduidelijkt
- Onderscheid in faillissement
- Vordering kan voorwerp van absoluut recht zijn
- / 4
Er zijn in totaal acht absolute vermogensrechten. Drie daarvan – pand, hypotheek en vruchtgebruik – staan in Boek 3 BW en kunnen worden gevestigd op alle goederen, dus zowel op zaken als op vermogensrechten. Dit maakt ze meer algemeen toepasbaar.De overige vijf absolute rechten – eigendom, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal en appartementsrecht – staan in Boek 5 BW en kunnen uitsluitend op zaken worden gevestigd .Deze rechten worden daarom ook wel specifiek zakelijke rechten genoemd.
Absolute rechten werken tegenover iedereen: ze moeten door eenieder worden gerespecteerd. De houder van een absoluut recht kan dan ook tegen iedere inbreukmaker optreden. Een voorbeeld is het eigendomsrecht: wie eigenaar is van een auto, kan optreden tegen iedereen die die auto zonder toestemming gebruikt.Relatieve rechten gelden alleen tussen bepaalde personen, meestal op basis van een overeenkomst. Zo heeft een koper van een auto een relatief recht tegenover de verkoper. Als de verkoper de auto aan iemand anders verkoopt, kan de eerste koper slechts optreden tegen die verkoper wegens contractbreuk.Soms komt er een derdenbeschermingsregel in beeld. Die kan ertoe leiden dat een tweede koper, die te goeder trouw is, alsnog eigenaar wordt, ondanks het recht van de eerste koper. In dat geval kan de eerste koper mogelijk nog wel schadevergoeding eisen, maar niet meer de auto terugvorderen.
Het verschil tussen absolute en relatieve rechten blijkt duidelijk wanneer men rechten met vergelijkbare inhoud vergelijkt. Zo geeft zowel vruchtgebruik als bruikleen de houder het recht om een auto te gebruiken.Echter, vruchtgebruik is een absoluut recht: het werkt tegenover iedereen en blijft bestaan ongeacht wie eigenaar wordt van de auto. Bij afloop van de periode hoeft de vruchtgebruiker de auto in principe niet terug te geven, tenzij het recht is geëindigd.Daarentegen is bruikleen een relatief recht, dat slechts geldt tussen de bruiklener en de uitlener. De bruiklener is verplicht de auto terug te geven na afloop van de afgesproken termijn, omdat zijn recht slechts voortvloeit uit de onderlinge overeenkomst.Kwalitatieve rechten zijn een bijzondere vorm van rechten met absolute werking. Zij blijven bestaan ook wanneer het goed waarop zij rusten van eigenaar verandert. Denk bijvoorbeeld aan zakelijke zekerheidsrechten zoals hypotheek of pandrecht. Deze rechten behouden hun geldigheid tegenover iedere derde, ook als die derde te goeder trouw het goed verkrijgt. Hierdoor hebben kwalitatieve rechten, net als andere absolute rechten, een sterke bescherming tegen derden.
Het onderscheid tussen absolute en relatieve rechten is cruciaal bij faillissement.Absolute rechten (zoals eigendom, pand en hypotheek) blijven ook tijdens faillissement in stand. De rechthebbende kan zijn recht uitoefenen alsof er geen faillissement is – dit wordt ook wel separatistpositie genoemd.Relatieve rechten (zoals vorderingen op een geldsom) moeten worden ingediend bij de curator en worden doorgaans slechts gedeeltelijk voldaan via de uitdeling in het faillissement.Hierdoor verkeren schuldeisers met absolute rechten in een aanzienlijk sterkere positie dan concurrente schuldeisers.