Samenvatting havo 5 hoofdstuk 2: Aarde:
docent: Dhr. Wentink
Aardrijkskunde Havo 5 Hoofdstuk 2 Aardrijkskunde hoofdstuk 2 paragraaf 2.1 DE OPBOUW VAN DE AARDE
De aarde bestaat uit 3 onderdelen en heeft van kern tot korst een afstand van ± 6400km.
1 kern is 3700km dik en bestaat uit 2 delen:
binnenkern: vaste vorm (door de druk) - temperatuur ± 5000 graden Celsius - bestaat grotendeels uit nikkel-ijzer, ook radioactieve elementen -> produceren warmte. Heet ook wel asthenosfeer.buitenkern: vloeibare vorm – temperatuur ± 2900 graden Celsius – vloeibaar nikkel-ijzer
2 mantel is 2900km dik en bestaat uit 2 delen:
Binnenmantel: vast gesteente (door de druk) ±3200C
Buitenmantel: zeer traag vloeibaar gesteente die wordt
verwarmd door de kern. Dit maakt het gesteente lichter en laat het opstijgen in de richting van de aardkorst. Beweging van de gesteente in de mantel noemen we convectiestroming.
- korst is ±100km dik en bestaat uit lichtere
gesteente dan de mantel en drijft op de
buitenmantel. De korst bestaat uit twee delen: de
oceanische korst (8km) is dunner dan de continentale korst (40km) Deze beide korsten worden samen ook wel de lithosfeer genoemd.
Door het verschil in diepte van de oceanische platen te bepalen, maken we gebruik van satellieten. Zo kunnen we het onderwatergebergte (of midoceanische ruggen)
- diepe sleuven (diepzeetroggen) in kaart brengen. De
Marianentrog is tot op heden het diepst bekendste trog en is zo’n 11km diep. Het Himalaya gebergte is 8,8km hoog..
Aardrijkskunde hoofdstuk 2 paragraaf 2.2 PLATENTEKTONIEK EN AARDBEVINGEN De aardkorst is verdeeld in platen. De meeste aardplaten bestaan uit zowel continent als oceaanbodem. Er
zijn drie soorten bewegingen van aardkorstplaten:
- convergente beweging: twee platen botsen tegen elkaar. De oceaanbodem botst tegen de continentale
- divergente beweging: twee platen bewegen uit elkaar. Op plekken waar vloeibaar mantelgesteente tegen
- transforme beweging: twee platen bewegen langs elkaar, in tegenovergestelde richting.
korst > de zwaardere oceaankorst zakt daarbij schuin weg onder de continentale kortst in een diepe trog en komt daardoor steeds dieper in de aardkorst. Dit heet Subductie.
de aardkorst drukt, kan de aardkorst breken. Dan stroomt er lava naar buiten. Als het stolt, ontstaat er nieuwe oceaanbodem.
Kenmerken: ondiepe aardbevingen in een smalle zone langs de breuk of een brede
wanneer meerdere breuken naast elkaar plaatsvinden.
Continentale platen Oceanische platen Dik (10-80 km) Dun (± 8 km) Lichter Zwaarder (duikt onder de continentale plaat) Meestal ouder Jong Graniet gesteente Basalt gesteente atmosfeer 1 / 2
Platentektoniek wordt veroorzaakt door convectiestroming in de aardmantel. Magma stroomt naar de aardkorst, stoomt zijdelings weg, neemt stukken aardkorst mee, soms breekt de aardkorst en stroomt het lava naar buiten. Zo ontstaan divergente breuken. Het lava stolt als basalt en ontstaat nieuwe oceaanbodem. In zones met subductie duikt de oceaanbodem in de mantel en zo wordt de oceaanbodem dus ‘gerecycled’.
De zwaarste aardbevingen ontstaan bij convergente en transforme bewegingen. Door de ruwheid wordt er jarenlang kracht opgebouwd doordat gesteente min of meer klem blijft zitten. Dit komt dan in één keer vrij in de vorm van een aardbeving. De exacte plek van een aardbeving in de aardkorst heet de haard (hypocentrum). De plaats aan het aardoppervlak boven de haard, heet het epicentrum. Aardbevingen verwoesten door trillingen en aardverschuivingen. Los verweringsmateriaal op hellingen (rotsblokken/ modder/ zand etc) komt dan in beweging naar beneden. Aardbevingen op de oceaanbodem zorgen voor grote vloedgolven en/of tsunami’s.De schaal van Richter meet de hoeveelheid energie die vrijkomt bij een aardbeving a.d.h.v. een seismograaf (zie boek). De schaal wordt bepaald door hoogte van de uitslag in het seismogram ten opzichte van de afstand tot het epicentrum (meting loopt van 0-9).Aardrijkskunde hoofdstuk 2 paragraaf 3 VULKANISME Vulkanen zijn er in allerlei soorten en maten (zie boek) 4 typen vulkanen van belang:
I: vulkanisme bij divergentie -> spleetvulkaan
IIa:vulkanisme bij convergentie -> stratovulkaan
IIb:vulkanisme bij convergentie -> caldera
III: hotspots -> schildvulkaan
Vulkanisme bij divergentie;spleetvulkaan:
Divergentie -> ruimte tussen twee platen Magma ondervindt weinig weerstand -> rustige uitbarsting Meestal vlak + onderwater (Mid. Oceanische Rug) Alleen in IJsland aan de oppervlakte Effusief eruptietype (soort uitbarsting= rustig)
Vulkanisme bij convergentie; stratovulkaan:
Subductie: deel plaat schuift weer mantel in en smelt
Magma wordt gemengd met zeewater -> samenstelling magma verandert Magma wil omhoog door hoge temperatuur en hoge druk Komen gassen vrij > druk gaat omlaag > dikke lava komt naar buiten Hoe meer gassen des te explosiever de uitbarsting Vulkaan is opgebouwd uit lagen as en gestolde lava Vb. Cotopaxi in Ecuador (zie boek) Explosief eruptietype
Stratovulkaan
- / 2