Samenvatting hoofdstuk 1 t/m 5 Effectief leren “de docent als regisseur” Michel van Ast, Otto de Loor, Lambrecht Spijkerboer.
Oorspronkelijke auteur: Sebo Ebbens & Simon Ettekoven
5 e druk 2020 Hoofdstuk 1 Effectief leren Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren
- Een heldere structuur en opbouw van de leerstof
- Het juiste niveau van de leerstof
- Betekenis geven aan de leerstof
wordt door veel methoden al vastgelegd.lessen moeten op elkaar aansluiten.leerdoelen vertellen door docent.
te moeilijk betekent motivatie omlaag.te makkelijk betekent motivatie omlaag.
studenten moeten voor zichzelf betekenis kunnen geven aan de leerstof.
studenten stellen zichzelf de vraag: waarom? Dit is motiverend.
- Individuele aanspreekbaarheid
- Zichtbaarheid van leren/denken
de docent moet vormen van interactie benutten waardoor niet meedoen zo niet onmogelijk dan toch tenminste zichtbaar wordt.student actief betrekken bij de les.
de docent moet leerprocessen van leerlingen zichtbaar en hoorbaar maken.
niet vragen: snappen jullie het?
- Aandacht voor nieuwsgierigheid en motivatie
de docent moet inspelen op de nieuwsgierigheid van leerlingen, dit is een belangrijke motor achter hun motivatie.als de lesstof aansluit op de belevingswereld van de student, is dit motiverend.Er kan effectief geleerd worden als er een positief leerklimaat heerst in de klas, de docent heldere uitleg geeft en structuur in de les heeft en het hem lukt de leerlingen zichtbaar betrokken te laten zijn.p.14 Leren en geheugen Overbodige beelden en teksten vermijden bij een presentatie p.15 Doen i.p.v. leren Praktijk versus theorie Expliciete of declaratieve geheugen oFeiten en gebeurtenissen oWe zijn ze bewust en roepen ze gemakkelijk op (kennis) Impliciete of niet-declaratieve geheugen oProcedurele kennis die oefening vereist over een langere periode oWe beleven het onbewust (zoals lezen en schrijven)
p.15-16 Marzano: Verschil tussen vaardigheden en kennis
Aanleren van declaratieve kennis Aanleren van procedurele, niet- declaratieve kennis 1 / 3
- Betekenis geven door activeren van
- Modellen construeren door
- Organiseren2. Bijstellen + verfijnen
- Opslaan in het geheugen 3. Verinnerlijken door oefening
voorkennis
voorbeelden
Drie stelregels voor het aanleren van vaardighedenRol docentWat het niet is Ondersteund door voorbeelden De docent is expert en voorbeeld Vertellen hoe het eruit ziet Leren door doen Gericht oefenen en de praktijk als toets Kijken en luisteren naar de docent In dialoog met docent en medeleerlingen Bespreken van ervaringen en verwoorden van resultaten door leerlingen Instructie, een monoloog Competenties Competent zijn: het binnen een bepaalde (beroepsgerichte) activiteit bewust zichtbaar kunnen maken van samenhangende kennis, vaardigheid en persoonlijke kwaliteit, het kunnen tonen van (beginnend) vakmanschap.
Competentiegericht leren:
er moet veel aandacht zijn voor kennis en vaardigheid.kennis en vaardigheid zijn voortdurend met elkaar verbonden.
bevat persoonlijke kwaliteit: er is geen sprake meer van leren, maar van
persoonlijkheidsontwikkeling.p.19 Interleaving Door elkaar lopen van verschillende onderwerpen Geen lange programma’s over hetzelfde (onderwerp) Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren Lesvoorbereiding en/of lesontwerp zijn noodzakelijke voorwaarden
p.22 Betekenis geven: Waarom leren?
Op verschillende manieren:
door de gebruikswaarde van de leerstof te laten inzien door aan te sluiten bij voorkennis door er bij de lesvoorbereiding bij stil te staan door de studenten op zingevingsniveau aan te spreken Gebruikswaarde van kennis
- vragen van Perkins (1986)
Doel. Kenmerk, voorbeeld, waarom?
1.Wat is het doel/de functie van deze kennis?
2.Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze kennis?
3.Kan ik voorbeelden geven van deze kennis?
4.Welke argumenten heb ik mo deze kennis te verkrijgen?p.25 de 6 denkniveaus van Bateson (vergelijkbaar ui van Korthagen) 2 / 3
1Omgeving - Context - Hoe ziet die eruit?2Gedrag - Doen - Wat zeg ik, wat doe ik?3Competenties - Kunnen - Wat kan ik, wat weet ik?4Opvattingen - Vinden - Wat vind ik?5Identiteit - Zijn - Wie ben ik, wie wil ik zijn?6Inspiratie - Bron - Wie of wat drijft mij?p.26 (1.2.2) Actief deelnemen ‘Passieve leerlingen’ is een veel gehoorde klacht p.29 Formatief denken/werken Doorlopend proces van informatie verzamelen over waar de leerlongen staan t.o.v. de leerdoelen.
1.Vaststellen waar de leerling naartoe werkt. Wat is het leerdoel?
2.Een beeld krijgen en bepalen waar de leerling staat t.o.v. het leerdoel of de leerdoelen.
3.Bepalen hoe de leerling naar de gewenste leerdoelen komt, dus op welke manier hij het leerdoel of de leerdoelen kan halen.p.32 3 vormen van leren en 4 typen leeractiviteiten die erbij horen Leren gericht op beheersing Leren gericht op beklijving Leren gericht op wendbaar gebruik p.33 Leeractiviteiten Lage-orde-denkactiviteiten oOnthouden/begrijpen Hoge-orde-denkactiviteiten oIntegreren/creatief toepassen Type leeractiviteitEnkele voorbeelden van specifiek leergedrag Onthouden Luisteren, uitleg krijgen, oefenen Begrijpen In eigen woorden, uitleggen, een verklaring geven Integreren Vergelijken, analyseren, beargumenteren Creatief toepassenn Creëren, ontwerpen, evalueren
p.34 OBIT: Onthouden, Begrijpen, Integreren, Toepassen
Belangrijk om te lezen en te gebruiken p.35 Bloom e.a.Op p.34-35 in tabel 1.4 een overzicht van meerdere auteurs.
Vergelijking:
Bloom, Munzenmaler en Rubin Romiszovski De Block & Heene Solo
- / 3