SAMENVATTING HOOFDSTUK 2 BASISBOEK RECHT
2.1 INLEIDING PRIVAATRECHT
Het materiële privaatrecht geeft aan welke rechten en plichten (rechts)personen onderling kunnen hebben. Het geeft ook aan wat de gevolgen zijn indien iemand de rechten van een ander schendt.Het formele privaatrecht, ook wel het burgerlijk procesrecht geeft aan op welke wijze het materiële recht gehandhaafd kan worden.Het materiële privaatrecht is voor een belangrijk deel geregeld in het Burgerlijk Wetboek.
- (Subjectieve) vermogensrecht: rechten die tot het vermogen van rechtssubjecten behoren,
omdat zij een bepaalde geldswaarde vertegenwoordigen. (Boek 3,5,6 van het BW)
Het vermogensrecht kan verdeeld worden in:
- Verbintenissenrecht
- Goederenrecht
Verbintenissenrecht:
- heeft vooral te maken met verbintenissen: vermogensrechtelijke relaties tussen twee of meer
- deze relaties verplichten de één een bepaalde prestatie te verrichten waarop de ander recht heeft.
- de overeenkomst vormt daarbij een van de belangrijkste bronnen waaruit verbintenissen kunnen
- open stelstel: partijen zijn, voor zover zij niet in strijd handelen met dwingend recht, nagenoeg vrij
(rechts)personen.
ontstaan
om te bepalen welke verbintenissen zij in het leven willen roepen. Contractvrijheid.
Goederenrecht:
- heeft betrekking op goederen en met name op de relatie tussen (rechts)personen en een goed.
- regelt onder andere wie er rechten kunnen uit oefenen met betrekking tot een bepaald goed, welke
- gesloten stelsel: het is niet toegestaan dat partijen zelf andere goederenrechtelijke rechten creëren
rechten dit kunnen zijn, welke mate van zeggenschap over het goed deze rechten geven, hoe deze rechten op goederen kunnen worden verkregen en hoe deze verloren kunnen gaan.
dan die in de wet staan.
- / 3
2.2 RECHTSHANDELING
- Rechtsfeiten: alleen die feiten die voor het recht van belang zijn. Aan dergelijke feiten
- Ander feit: dit zijn feiten die voor het recht niet van belang zijn omdat de rechtstoestand
- Blote rechtsfeiten: rechtsfeiten waarbij het rechtsgevolg intreedt zonder dat daarvoor een
- Rechtshandeling: er is sprake van een rechtshandeling wanneer de menselijke handeling
- Feitelijke handelingen: treedt het rechtsgevolg in zonder dat de menselijke handelingen
verbindt het recht rechtsgevolg.
daardoor niet wordt gewijzigd (er zit geen rechtsgevolg aan).Rechtsfeiten kun je onderverdelen in blote rechtsfeiten en menselijk handelen.
menselijk handelen, van de betrokkene zelf, nodig is. Bijvoorbeeld: meerderjarig worden, overlijden etc.Bij menselijk handelen is voor het intreden van het aan een rechtsfeit verbonden rechtsgevolg menselijk handelen nodig. Menselijk handelen kun je onder verdelen in rechtshandelingen en feitelijke handelingen.
gericht is op het intreden van dat rechtsgevolg.
gericht is geweest op het intreden van dit rechtsgevolg, dan is er sprake van een feitelijke handeling. Feitelijke handelingen worden onderscheiden in rechtmatige en onrechtmatige daden.
- / 3
Rechtshandelingen kun je onderverdelen in meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen.
- Eenzijdige rechtshandelingen: wanneer de wilsverklaring van één persoon voldoende is voor
- Meerzijdige rechtshandelingen: wanneer voor het ontstaan van een rechtsgevolg de
- Gerichte: wanneer de wilsverklaring zich richt tot een of meer bepaalde andere personen.
- Ongerichte: rechtshandelingen die niet tot een of meer bepaalde andere personen gericht
het ontstaan van het rechtsgevolg.
wilsverklaring van twee of meer personen nodig is.Eenzijdige rechtshandelingen kunnen worden onderscheiden in gerichte en ongerichte rechtshandelingen.
zijn.
Moment waarop de rechtshandeling werking heeft:
bij een gerichte rechtshandeling op het moment dat de rechtshandeling de andere persoon heeft bereikt.
- Nietige rechtshandeling: een nietige rechtshandeling is een rechtshandeling die niet geldig is
- Vernietigbare rechtshandeling: is er sprake van vernietigbaarheid, dan mag degen die tot
en ook nooit geldig is geweest. De rechtshandeling bestaat in dat geval niet.
vernietiging bevoegd is, beslissen of hij de rechtshandeling wil vernietigen of in stand wil houden.Een vernietigbare rechtshandeling is en blijft geldig, zolang deze niet is vernietigd.Wie een rechtshandeling verricht of een overeenkomst sluit waarvan later blijkt dat deze nietig is of die naderhand wordt vernietigd, zal vaak al prestaties verricht hebben. Het verrichten van dergelijke prestaties wordt aangeduid met de term onverschuldigde betaling. Degen die onverschuldigd heeft betaald, is gerechtigd het gepresteerde van de ontvanger terug te vorderen.
Artikelen voor ongeldigheid van rechtshandelingen:
- Art. 3:33 de wil stemt niet met de verklaring overeen
- Art. 3:34 geestelijke stoornis
- Art. 3:32 handelingsonbekwaam
- Art. 3:44 en 6:228 wilsgebreken: bedrog, dwaling, bedreiging en misbruik van omstandigheden
- Art. 3:39 en 3:40 strijd met de wet, de goede zeden of de openbare orde
De wil stemt niet met de verklaring overeen:
discrepantie wil en verklaring: degene die stelt dat zijn verklaring niet in overeenkomst is met zijn wil (door vergissing, verspreking of verschrijving etc.) zal dit moeten bewijzen. Slaagt hij daarin, dan is niet voldaan aan de eisen van Art. 3:33: zijn verklaring heeft immers niet zijn wil geopenbaard. Het gevolg is dat de rechtshandeling nietig.
- / 3