Samenvatting IMT
Collegejaar 2018-2019 Door Charlotte Peppelman (premasterstudent)
Inhoud:
• Alle tentamenstof: alle stof van de hoorcolleges, aantekeningen en de stof uit de boeken van Leary (6 e editie) en Howell.• Alle benodigde SPSS handelingen uit de werkcolleges worden beschreven (vanuit boek Pallant) + getoond d.m.v. plaatjes of screenshots van SPSS • Inclusief veel afbeeldingen uit de collegeslides en de bovenstaande boeken
- / 4
2
Inhoudsopgave Week 1 (H1 + H2 uit Leary) – Grondprincipes van de Wetenschap ........................................................ 3 Week 2 (H3 p.63-66, H4 en H5 uit Leary) Observeren en Meten ........................................................... 7 Week 3 (Howel H1 1.1-1.3 & Leary H3 p. 67-84) Kwaliteit meetinstrumenten ................................... 12 Week 3 SPSS ...................................................................................................................................... 14 Week 4 (H6 Leary p.131-146, H2 Howell) Inspecteren van data: verdelingen ..................................... 17 Week 4 SPSS ...................................................................................................................................... 23 Week 6 (H3 Howell) Normaalverdelingen en standaardscores ............................................................ 27 Week 7 (H7 p.156-171 Leary, H9 9.1-9.5 en 9.15 Howell) Samenhang tussen variabelen ................... 31 Week 8 (H9 en H10 Leary) Experimenteel onderzoek en Experimentele controle .............................. 36 Week 8 SPSS ...................................................................................................................................... 40 Week 9 (H10,13 &14 Leary) (Quasi-) Experimentele proefopzetten .................................................... 43
- / 4
3
Week 1 (H1 + H2 uit Leary) – Grondprincipes van de Wetenschap
Wetenschappelijke benadering :
• Systematisch empirisme → waarnemingen doen om conclusies te trekken over verschijnselen. De waarnemingen moeten systematisch zijn zodat de conclusies daadwerkelijk iets over de wereld zeggen.• Publieke verificatie → onderzoek moet zo worden uitgevoerd dat de bevinding en van de onderzoeker kunnen worden waargenomen, gerepliceerd en worden verifieerd door anderen (reden: bewijs dat bevindingen echt en observeerbaar zijn en het maakt wetenschap zelfcorrigerend).• Oplosbare problemen.
Wetenschappers:
- Ontdekken en beschrijven verschijnselen, patronen en relaties.
- Stellen verklaringen en theorieën op, toetsen en evalueren.
Theorie→ een aantal beweringen die de relatie tussen een aantal concepten poogt te verklaren (how and why/explain relationship) Model → beschrijft hoe concepten zijn gerelateerd (how/describe relationship)
Soorten onderzoek :
- Descriptief → beschrijvend, inventariserend, hoe vaak komt een bepaald
- Correlationeel → relaties tussen verschijnselen, samenhang. B.v. Is er een relatie
- Experimenteel → causale relaties (oorzaak-gevolg). Hier bij komen diverse zaken
verschijnsel voor. Vormt fundament voor al het andere onderzoek.
tussen zelfvertrouwen en verlegenheid? Dit soort onderzoek vertelt niet of de ene variabele de andere veroorzaakt.
kijken: manipulatie, random toewijzen en experimentele controle. 1 variabele
wordt gemanipuleerd (de onafhankelijke variabele) om te zien of dat verandering doet optreden in het gedrag (de afhankelijke variabele).
- Quasi-experimenteel → bijna zelfde als experimenteel, maar dan zonder random
toewijzing/minder strenge controle. Wanneer controle en random toewijzing niet mogelijkheid.
Empirische cyclus (de Groot, 1961):
- Observatie → idee onderzoeksvraag ontstaat.
- Inductie → idee uitwerken tot algemene
hyothese/theorie: theorie is een verzameling
uitspraken (propositions) die relatie beschrijft tussen een aantal begrippen (concepts).
- Deductie → er wordt een algeme toetsbare
werkhypothese (onderzoeksvraag) afgeleid van de algemene hypothese/theorie. Deductie betekent logica. Voorspelling volgt uit theorie.
Onderzoeker vraagt zich af: als theorie waar
is, wat verwachten we dan te zien? Hypothese → If a, then b.Conceptuele definitie → wat er met een begrip wordt bedoeld (abstract) Operationele definitie → hoe wordt het begrip waargenomen, gemeten of gemanipuleerd (concreet).
- Toetsingsfase → werkhypothese testen door onderzoek uit te voeren (data
verzamelen, analyseren en conclusies trekken o.b.v. analyse, naar aanleiding onderzoekdsvraag en over correctheid hypothese). 3 / 4
4
- Evaluatiefase → Wat zegt resultaat over algemene theorie/hypothese. Bepalen of
deze wordt bevestigigd of verworpen. Theorie kan worden aangepast, uitgebreid
of verbeterd. Tot slot: zijn er tekortkomingen aan ons onderzoek?
Methodological pluralism → gevarieerdheid in methoden Strategy of strong interference → twee theorieën die het tegenovergestelde beweren tegen elkaar testen.
Positief bewijs (waar) → logisch onmogelijk. Theorieën kunnen niet worden bewezen want door het vinden van empirisch bewijs voor een hypothese wil nog niet zeggen dat de theorie waar de hypothese uit voorkomt waar is.Negatief bewijs (niet waar) → praktisch onmogelijk. Het niet vinden van empirisch bewijs voor een theorie kan ook aan andere dingen liggen dan dat de theorie niet waar is. B.v slechte meettechnieken, geen goede steekproef etc.) Null findings → resultaten die aantonen dat bepaalde variabelen niet gerelateerd zijn aan gedrag. File drawer problem → feit dat onderzoeken met nul findings niet worden gepubliceerd. Dit is een probleem omdat onderzoekers dan niet weten dat en hoe het al een kee r eerder is onderzocht.
Kwaliteit van bewijs voor een theorie hangt af van:
• Strengheid tests; • Aantal bevestigingen; • Methodologisch pluralisme.
The scientific filter (Bauer, 1992):
Typen onderzoek:
- Basic → wordt gedaan om psychologische processen beter te snappen, zonder te
- Applied → oplossingen voor bepaalde problemen.
- Evaluation → meten van effecten van bepaalde gedragsprogramma’s.
kijken naar directe toepasbaarheid van verworven kennis. Doel: vergroten kennis.Vaak fundering voor applied research.
Doelen van gedragsonderzoek:
- Gedrag, gedachten en gevoelens beschrijven. B.v. d.m.v. opinie poll.
- Gedrag voorspellen. B.v. inschatten hoe iemand een bepaalde job gaat uitvoeren
- Gedrag verklaren, vaak gezien als belangrijkste doel.
- / 4
d.m.v. tests en een interview.