SAMENVATTING KUNST ALGEMEEN HOOFDSTUK 1 T/M 4
Invalshoeken 1.kunst, religie en levensbeschouwing 2.kunst en esthetica 3.kunstenaar en opdrachtgever, politieke en economische macht 4.kunst en vermaak 5.kunst, wetenschap en techniek 6.kunst intercultureel Voorstelling - vormgeving Bij een voorstelling denk je na over welk verhaal zit er in het kunstwerk? Eerst ga je kijken of het werk figuratief, geabstraheerd of abstract is. Abstracte kunstwerken hebben geen voorstelling. Daarna kijk je naar de soort voorstelling (portret, landschap of beeldhouwwerk).Bij de vormgeving gaat het om alle begrippen die je hebt geleerd. Probeer ze op te delen in de categorieën Licht, Ruimte, Ordening, Vorm Lijn en Kleur. Dit maakt het makkelijker om ze terug te halen voor jezelf. Een ander woord voor deze begrippen zijn beeldende aspecten.Begin je antwoord altijd eerst met het beeldende aspect en vervolgens je uitleg inclusief beeldend middel (begrip).Hoofdstuk 1 tragedies en komedies In de vijfde eeuw v. Christus zijn er in Athene twee keer per jaar feesten voor Dionysus. Dit zijn religieuze, openbare en politieke gebeurtenissen die door alle Atheense burgers worden bijgewoond. Tijdens deze feesten worden er drie tragedies en een komedie opgevoerd.Tragedies zijn treurspelen en is een ernstig genre dat hoog staat aangeschreven. Een komedie is een blijspel. De drie grote tragedieschrijvers zijn Aeschylus (ca. 525-456 v. Chr.), Sophocles (ca. 496-406 v. Chr) en Euripides (ca. 480-406 v. Chr). Centraal staat altijd een onoplosbaar conflict en hoe het personage daarmee omgaat. Vaak heeft de hoofdpersoon een fout begaan, waarvoor hij wordt bestraft. Wanneer hij de fouten inziet, is het meestal al te laat. De filosoof Aristoteles geeft een uitvoerige analyse van de Griekse tragedie in zijn Poëtica. Om eenheid te creëren, dient het verhaal zich op één dag en op één plaats af te spelen. Het is belangrijk dat het publiek angst en medelijden voelt, want deze emoties hebben een louterenden werking, genaamd catharsis (reiniging).mythische muziek en godenbeelden In de Griekse mythologie zijn twee goden aan de muziek verbonden: Apollo en Dionysus.Apollo vertegenwoordigt evenwicht, regelmaat en de rede. De lier en de kithara zijn kenmerkende instrumenten voor Apollo. Dionysus vertegenwoordigt de roes, de extase en het gevoelsmatige. De aulos, een blaasinstrument met een schrille klank, wordt gebruikt ter begeleiding van lofliederen op Dionysus. De romeinen nemen veel kennis en gebruiken van de Grieken over. Muziek is een belangrijk onderdeel bij vrijwel alle Romeinse openbare gebeurtenissen, zoals religieuze riten, militaire ceremonies en in het theater. Griekse beeldhouwers zijn meesters in het uitbeelden van het menselijk lichaam. Zij tonen goden als 1 / 2
atletisch gebouwde mensen, in het bezit van eeuwige jeugd. De beelden uit de klassieke periode (ca. 490-323 v. Chr.) hebben weloverwogen proporties en zijn ingetogen qua uitdrukkingskracht. De beelden uit de Hellenistische periode (ca. 323-30 v. Chr.) tonen eveneens goden, maar realistischer en individualistischer.tempels en amfitheaters De Grieken ontwikkelen een monumentale bouwkunst. Hun stenen tempels hebben volmaakte vormen en proporties. De Romeinse architectuur kent veel technische hoogstandjes. De Romeinen leggen zich toe op het maken van boogconstructies, koepels en gewelven, met muren als belangrijkste dragende constructies in plaats van zuilen. Griekse goden hebben ieder een eigen tempel. Griekse tempels hebben meestal dezelfde plattegrond, maar hoe de zuilen eruit zien hangt af van de bouworde. Je hebt de Dorische orde, de Ionische orde en de Korinthische orde. Ze hebben ieder hun eigen maatvoering en zijn vooral herkenbaar aan de kapitelen, de verbreding boven een zuil. Die verbreding is nodig om de architraaf, de verbindingssteen tussen de zuilen, te dragen. Deze stapelmethode, ook wel architraafbouw genoemd, bepaalt het eenvoudige en harmonieuze uiterlijk van de Griekse tempel. De Romeinen zijn metselaars. Het Romeinse gebruik van bakstenen maakt boogconstructies mogelijk die van pas komen bij het maken van bruggen of aquaducten. De toepassing van gietbeton maakt het mogelijk grote ruimtes te overwelven. Het ingenieuze metsel- en betonwerk wordt vaak verborgen achter marmeren platen, waardoor het vanaf de buitenkant lijkt alsof er op Griekse wijze marmeren blokken zijn gestapeld. In tegenstelling tot Griekse theaters hebben Romeinse theaters een gehalveerde orchestra, met daarachter een verhoogd podium. Achter het podium bevindt zich een muur met zuilen als decor. Het Romeinse theater is bedoeld voor vermaak. Het publiek krijgt plaatsen op basis van hiërarchie: belangrijke mensen zitten vooraan en vrouwen en het gewone volk achteraan.Naast theaters voor muziek, dans en toneel, bouwen de Romeinen ook amfitheaters, zoals het Colosseum (72-80 n. Chr.) in Rome. In dit stadion genieten tienduizenden Romeinen van spektakels en gladiatorenspelen.hoofdstuk 2 kloosters Europa is rond het jaar 1000 dunbevolkt en onherbergzaam. Kloosters en burchten liggen ver uit elkaar. Vanaf 1000 groeit het aantal kloosters. Hierdoor neemt de verspreiding toe van de romaanse bouwstijl met zijn massieve muren en rondbogen. De regel die Benedictus van Nursia opstelde voor het kloosterleven gelden rond het jaar 1000 voor heel Europa. De kern van deze regula Benedicti is bid en werk. Dat bidden kan 7 uur per dag in beslag nemen. De resterende tijd wordt besteed aan handwerk, zoals werken op het land of werken in het scriptorium, de schrijfkamer waar monniken boeken kopiëren. Het was de enige manier om kennis vast te leggen en te verspreiden. De monniken doen het werk niet voor hun eigen roem, maar altijd uit dienst van het klooster en uiteindelijk van God. Volgens een vast week- en jaarrooster worden alle 150 psalmen uit de Bijbel gezongen en omlijst met andere gezangen en gebeden, dit alles in het Latijn, de taal van de kerk. Het gregoriaans kenmerkt zich door een eenstemmige gezongen melodielijn in een niet-maatgebonden ritme. Veel worden sober gezongen, met voor elke lettergreep één toon. Het gregoriaans brengt ook het
- / 2