Samenvatting maatschappijleer H2 paragraaf 1 Op elke plek leer je bewust of onbewust de normen, waarden en andere cultuurkenmerken die horen bij een groep. Dit heet socialisatie. Ongeschreven regels zijn omgangsregels die niet op papier staan bijvoorbeeld dat kinderen weten hoe ze zich moeten gedragen tijdens de les. Als je deze ongeschreven regels niet weet val je op en kan dit tot problemen leiden. Geschreven regels staan op papier, en als deze regels door de overheid zijn opgesteld gelden ze voor iedereen. Het doel van de geschreven regels is de handhaving van de orde en het oplossen van conflicten tussen individuen, groepen en de overheid. Al deze regels houd wel in dat burgers minder rechten hebben.Internalisatie betekend dat je je onbewust aan regels houd. Sociale controle is het proces dat iemand anders je wijst op bepaalde regels als je deze niet weet of vergeten bent. Als er te weinig zelfcontrole of sociale controle is overtreed je de regels en kan je een boete of een gevangenisstraf krijgen.Er is in Europa een sociaal contract tussen de burgers en de soevereine macht. De burgers geven een gedeelte van hun individuele vrijheden af in ruil voor orde en veiligheid in de samenleving.In de grondwet staan verschillende grondrechten, meestal gaat het over de klassieke grondrechten. Deze grondrechten vormen de basis voor andere wetten. Er zijn 3
verschillende rechten:
1.Gelijkheidsrechten, een van de belangrijkste is dat racisme niet is toegestaan 2.Politieke rechten, door deze rechten kunnen burgers meedoen aan de democratie door te stemmen of zelf een partij op te richten.
3.Vrijheidsrechten, dit zijn rechten zoals vrijheid van meningsuiting of godsdienst.Als je vind dat deze klassieke grondrechten worden aangetast kan je naar de rechter stappen.Bij sociale grondrechten is dit anders, de overheid moet zich alleen inspannen om bijvoorbeeld geld uit te geven aan onderwijs of volksgezondheid. Je kan deze rechten niet afdwingen bij de rechter. Klassieke grondrechten zijn niet onbeperkt want ze mogen niet voor anderen tegenwerken.Paragraaf 2 De overheid moet om mensen te beschermen een beetje van hun vrijheid afnemen. Als jij vind dat je privacy door de overheid geschonden is kan je naar de nationale ombudsman stappen.Hij kan dan samen met de overheid een oplossing vinden. De overheid hoeft niet naar de ombudsman te luisteren maar doet dit vaak wel.In een rechtsstaat is de staat gebonden aan het recht ofwel het geheel van geldende rechtsregels. Rechtsregels worden voor de hele samenleving gemaakt en niet voor het individu. Bijvoorbeeld de belastingdienst maakt gebruik van deze rechtsregels om te kijken of iemand bijvoorbeeld recht heeft op een verblijfsvergunning. Rechtsregels regelen niet alleen wat burgers wel of niet mogen doen, maar ook hoe ver overheidsinstanties mogen gaan. Zo staat er in de politiewet dat politie geweld mag gebruiken, maar alleen als het doel dat rechtvaardigt en er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken. Een staat die zich een 1 / 2
rechtsstaat wilt noemen, respecteert in theorie en in de praktijk de grondbeginselen van de
rechtsstaat:
1.De aanwezigheid van grondrechten 2.Een machtenscheiding 3.Het legaliteitsbeginsel 4.Een onafhankelijke rechtspraak De grondrechten zijn wel beperkt. Als je iets fout doet en jij vind dat jouw grondrechten zijn aangetast word de fout die jij bent begaan zwaarder berekend.Als 2 e moet een rechtstaat machtenscheiding hebben. De wetgevende en uitvoerende macht zijn apart van elkaar. Het derde kenmerk van een rechtsstaat is het legaliteietsbeginsel: 1.De overheid moet zich aan de rechtsregels houden 2.Je kunt alleen gestraft worden voor iets waarvan in de wet staat dat het strafbaar is Als er een wet is aangepast kan je niet gestraft worden voor een actie die illegaal is volgens deze wet die je deed voordat deze wet aangenomen was.Als laatste moet een rechtsstaat een onafhankelijke rechtspraak hebben. Rechters kunnen dan onafhankelijk recht spreken. Deze 4 grondbeginselen zijn opgenomen in de grondwet. De grondwet garandeert dat de overheid in het algemeen en overheidsinstanties niet te weel macht krijgen, dit heet het staatsrecht.Om tot een oordeel te komen, maken rechters in allerlei zaken gebruik van verschillende
rechtsbronnen:
1.wetten, deze worden gemaakt door de volksvertegenwoordigers op alle niveaus 2.rechtspraak, alle rechtelijke uitspraken samen heet de jurisprudentie. Als er dan een soortgelijke zaak voorkomt kan de rechter terugkijken om iedereen gelijk te behandelen.
3.het gewoonterecht, ongeschreven regels over het nakomen van bepaalde afspraken. Als alle betrokken partijen de ongeschreven regels volgen vormt de gewoonte een rechtsbron 4.verdragen, verdragen die Nederland heeft gesloten met andere landen. Deze verdragen zijn bindend paragraaf 3 Bij elke geconstateerde overtreding van de wet maakt de politie een proces-verbaal op. Dit is een verslag waarin zowel de eigen bevindingen van de agenten staan als de verklaringen van de verdachte, het slachtoffer en/of getuigen. Dit vormt de basis voor verder onderzoek of de te op te leggen boete. Het proces-verbaal moet dus zoveel mogelijk op de werkelijkheid lijken. Verdachten mogen echter liegen of het niet opschrijven. De politie moet wel de waarheid vertellen. Als de politieagent liegt, is hij strafbaar.
De politie heeft 3 taken:
1.ordehandhaving 2.opsporing 3.hulpverlening
- / 2