• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Samenvatting MKNO - Inductie: observatie  patroon  voorlopige...

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Samenvatting MKNO

Deductie: theorie  hypothese  observatie  bevestiging (Socrates)

Inductie: observatie  patroon  voorlopige hypothese  theorie (zwanen)

Klinisch wetenschappelijk onderzoek: specifieke focus op bestuderen van ziekte en/of beloop ziekte Eisen/kenmerken: objectief, reproduceerbaar, precies, betrouwbaar en valide, generaliseerbaar, transparant Klinisch epidemiologisch onderzoek, kwantitatief onderzoek: focust op het vóórkomen (occurence) en behandelen van ziekte en de determinanten die daarmee samenhangen

Drie fasen onderzoeksproces:

Fase 1 Theoretisch design (formuleren afbakenen probleem, formuleren vraagstelling/hypothese) -Wat ga ik onderzoeken en waarom? (probleem- doel en vraagstelling) -Onderzoeksvraag in 2 stappen: free form question, structured question (toetsbaar) -Occurence relation: uitkomst (door bijv. gouden standaard vastgesteld) = f (D | ED) -Hypothese: toetsbare veronderstelling van de mogelijke werkelijkheid, relatie tussen determinanten en de uitkomst (H0 en Ha) Fase 2 Design dataverzameling (keuze onderzoeksdesign, populatie, variabelen) Bij wie ga ik dat onderzoeken? (domein, studiepopulatie en steekproef) -Domeinpopulatie: op wie de uitkomsten van toepassing zijn, ook wel doelpopulatie

-Studiepopulatie: beschikbare populatie

-Steekproef: selectie uit studiepopulatie

Aselect: enkelvoudig (willekeur), systematisch (iedere 10

e persoon), clustersteekproef Gestratificeerde steekproef: proportioneel (indelen deelpopulaties), disproportioneel (relatief kleine groep voldoende vertegenwoordigd, meer dan in werkelijke verhouding) Select: convenience, quota (vast aantal met vast kenmerk, 300 volwassen mannen), doelgericht (respondenten met specifiek kenmerk) -Census: onderzoek bij iedereen uit doelpopulatie (alle beschikbare personen benaderd voor deelname)

Studiedesign: hoe ga ik het onderzoeken?

1.Cohort: prospectief, longitudinaal, exposure, blootgestelden en niet-blootgestelden, wel/niet ziek in beide groepen -Aantal personen (N) zonder ziekte (Z) met bepaalde kenmerk, een determinant (D) die vaste periode gevolgd worden.-Kunnen geen mensen toegevoegd worden, wel verdwijnen

-Voordelen:

Oorzaak voor gevolg, Verschillende oorzaken kunnen in 1 studie bekeken worden Zeldzame determinanten geen probleem

-Nadelen:

Vooraf inzicht in relevante determinanten noodzakelijk Moeilijk uitvoerbaar bij lage incidentie Geen inzicht in mogelijke selectie door voorafgaande expositie Kostbaar en langdurig -Dynamische populatie: cohort die start op bepaald tijdstip waar mensen in en uitgaan, wisselende samenstelling Jaren in cohort tellen mee (‘at risk’). Ieder individu eigen T=0 en follow-up duur.

1 1 / 3

2.Case-control studie: retrospectief en observationeel

-Onderzoeken welke factoren die aan een ziekte voorafgaan, de frequentie van het voorkomen van de ziekte beïnvloeden. Niet wie ziek wordt, maar wie ziek zijn, verschil cohort

-Voordelen:

Snel Lage incidentie geen probleem

-Nadelen:

Weet men zeker of men blootgesteld was of niet, kan je dat nu nog goed meten?Weten de controls dat even goed als de cases?Aspecten studiedesign -Beschrijvend of verklarend? (causaal of niet) -Longitudinaal of transversaal? (tijd) -Prospectief of retrospectief

Uitkomsten en determinanten: waarmee ga ik dit onderzoeken?

-Onafhankelijke variabele: veronderstelde oorzaak van/voorspeller van uitkomst: vaak determinant -Afhankelijke variabele: veronderstelde effect van de inwerking van onafhankelijke variabele: vaak uitkomst/ ziekte.Fase 3 Design data analyse (presentatie studiepopulatie + samenvattende schatters onderzochte parameter) -Steekproef beschrijving in baseline tabel: leeftijd, geslacht, leefsituatie, educatie

2 2 / 3

Meetniveaus -Nominaal / categorisch meetniveau: verschillende categorieën, geen verschil in waarden (kleur, politieke voorkeur)

-Ordinaal meetniveau: verschillende waarden niet goed te duiden, er is orde

(eens/neutraal/oneens) -Interval meetniveau: verschillende waarden die duidelijk aan te geven zijn. De waarde kan alleen nooit 0 zijn. Er bestaat dus geen nulpunt (13.00 / 14.00 / 15.00) -Ratio/ continu meetniveau: verschillende waarden die duidelijk aan te geven zijn. De waarde kan wel 0 zijn, dit betekent dat er sprake is van een nulpunt. Je kunt hierdoor verhoudingen berekenen tussen de verschillende waarden op de schaal (gewicht, leeftijd)

Frequentiematen:

-Incidentie: proportie van de populatie waarbij een bepaalde ziekte in een bepaalde periode voor het eerst optreedt.Cumulatieve incidentie: deel van populatie op T0 dat ziekte krijgt gedurende een nader gespecificeerde periode CI = n(aantalnieuweziektegevallentijdensfollow−up) N(aantalpersonen∈populatietijdensfollow−up) Populatie: cohort (leden mogen cohort niet verlaten, follow-up moet plaats kunnen vinden) Leden cohort at risk op T0

Dimensieloos: waarde tussen 0 en -1

Incidentiedichtheid: snelheid van het ontstaan van ziekte per eenheid persoonstijd at risk (incidentiecijfer), meestal in persoonsjaren = gelijk aan hazard rate ID = n(aantalnieuweziektevallentijdensfollow−up) PT(totalehoeveelheidgeobserveerdepersoonstijd=somtijda ❑ ' trisk ' tijdensfollow−up) Dimensie: tijd-1, aantal ziektegevallen per tijdseenheid, waarde tussen 0 en oneindig Dynamische populatie, indien problemen met vaststellen CI, verschillende deelnameduur -Prevalentie: proportie van de populatie waarbij een bepaalde ziekte op een bepaald tijdstip (of een bepaalde periode) aanwezig is (zowel nieuwe als bestaande gevallen)

Populatie: cohort of dynamische populatie

Dimensieloos: getal tussen 0 en -1 (vaak uitgedrukt in %)

Vormen: puntprevalentie (bestaande ziektegevallen op een bepaald tijdstip) en periode-prevalentie (puntprevalentie + incidentie T0 tot T1) Associatiematen: kwantificeren van de associatie (relatie) tussen determinant en uitkomst Tabel: rij: positieve uitkomst (cases), negatieve uitkomst (controls). Kolom: wel blootgesteld, niet blootgesteld.-Risicoverschil (RV): het verschil tussen het risico op een uitkomst in de blootgestelde groep en het risico op die uitkomst in de niet-blootgestelde groep RV = a / (a+b) – c / (c+d)

Interpretatie: rokers hebben 3.6% meer kans op CHZ

-Number Needed to treat (NNT):

NNT = 1 / RV

Interpretatie: als 27.8 rokers niet gerookt zou hebben, zou bij 1 van hen hart- en vaatziekten voorkomen zijn.-Relatief risico (RR): schattingen van het aantal keren dat de kans om ziek te worden bij blootstelling aan een bepaalde risicofactor groter (RR>1) of kleiner (RR<1) is dan de niet- blootgestelde groep

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Samenvatting MKNO Deductie: theorie  hypothese  observatie  bevestiging (Socrates) Inductie: observatie  patroon  voorlopige hypothese  theorie (zwanen) Klinisch wetenschappelijk ...

Unlock Now
$ 1.00