- / 4
- / 4
Samenvatting Module methodisch werken 2025
- Methodisch werken is
- Kernbegrippen in deze module
een interactie tussen hulpverlener en cliënt; gericht op het oplossen van problemen; meestal verdeeld in fasen; gebaseerd op specifieke ideeën en uitgangspunten (visie) (Jansen, 2024).
Onderscheid methodiek, methode en interventie Methodiek: de theorie achter een methode. Het is een gestructureerde uitleg van hoe een methode in de praktijk werkt (Prins, 2024).Methode: de manier waarop de methodiek wordt toegepast, aangepast aan de cliënt en zijn situatie.Interventies: de concrete acties die passen bij een methode of methodiek. Dit is de kleinste eenheid van methodisch werken.Het model van methodisch werken is geen diagnostisch instrument, maar helpt bij het analyseren en systematisch nadenken over handelen.
Structuur van methodisch werken:
Methodiek (praktijktheorie) Methode (praktijk) Interventies/technieken (kleinste eenheid) Kritische reflectie Reflectie betekent dat de hulpverlener nadenkt over zijn eigen handelen. Dit mag niet alleen gebaseerd zijn op ervaring; algemeen geldende ideeën en kennis zijn ook belangrijk.Kritisch reflecteren betekent dat de hulpverlener zijn uitgangspunten, theoretische overwegingen, opvattingen en normen expliciet maakt en hier kritisch naar kijkt (Van Dijk,
2024).
Vragen die bij reflectie horen: “Is dit wat ik doe juist?”
Normatieve invalshoek Hierbij kijkt de hulpverlener naar waarden, normen en doelen: zijn ze goed en wie hebben er voordeel van? De sociaal werker let op de belangen van cliënt, zichzelf en anderen (instelling, opdrachtgever, samenleving).Instrumentele invalshoek Hier kijkt de hulpverlener naar effectiviteit: lost de aanpak iets op? Werkt het goed voor het doel? 3 / 4
Persoonlijke invalshoek Hier kijkt de hulpverlener naar zichzelf: past dit bij mij en kan ik erachter staan? Het persoonlijke vormt ook een grens voor het technische (Prins, 2024).
- Referentiekaders
Referentiekaders zijn de belangrijkste achtergrondwetenschappen voor de hulpverlener.
Psychodynamisch: bekijkt hoe iemand omgaat met innerlijke conflicten.
Experiënteel: kijkt naar overeenstemming tussen zelfbeeld en ervaringen.
Leertheoretisch: ziet gedrag als aangeleerd en leerbaar.
Eclectisch-integratief werken
Eclectisch: kiezen uit verschillende methodieken of theorieën.
Integratief: alles samenvoegen tot een samenhangend geheel.
Een sociaal werker gebruikt openheid, creativiteit en flexibiliteit om elementen uit verschillende benaderingen te combineren.
Criteria voor werkwijzen en interventies:
passen bij basiswaarden van sociaal werk; praktisch toepasbaar voor het doel; overdraagbaar en aan te leren; gebaseerd op ervaring en bewijs (Jansen, 2024).
3.1 Drie eclectische benaderingen 1.Technisch eclectisch: zoekt interventies die op dat moment bij cliënt en probleem passen.
2.Common-factorsbenadering: zoekt werkzame factoren die in alle therapieën
belangrijk zijn, zoals een goede werkrelatie.
3.Theoretische integratie: probeert delen van theorieën samen te brengen tot een nieuwe theorie. Vaak blijkt dit moeilijk in de praktijk; men kiest meestal één hoofdkader en voegt elementen uit andere benaderingen toe.
Relatie tussen benaderingen:
Goede werkrelatie is belangrijk, maar hangt af van cliënt, hulpverlener en omgeving.Voor specifieke problemen zijn ook probleemspecifieke interventies nodig (Van Dijk,
2024).
- Theoretisch kader
Elke hulpverlener heeft een eigen kader vanwaaruit hij keuzes maakt. Dit vormt de basis voor eclectisch-integratief werken.
Manieren van werken:
1.Vanuit een bestaand kader werken en daar creatief interventies in opnemen.
2.Vanuit een metamodel werken, dat bestaande kaders overstijgt en helpt keuzes te maken en integreren (Prins, 2024).
- / 4