• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Samenvatting Nederlands

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Samenvatting Nederlands Inhoudsopgave Werkwoordspelling.......................................................................................1 Wanneer die/dat/wat?..................................................................................3 Hoofdzinnen en bijzinnen.............................................................................3 Verschil maar en echter...............................................................................5 Wanneer is de beknopte bijzin goed?...........................................................5 Wanneer mag je wel/niet een zin samentrekken?........................................5 Hoe gebruik je een vervangingsstreepje:.....................................................6 Wanneer meewerkend/lijdend voorwerp? ....................................................6 Hun of hen?..................................................................................................6 Wanneer hoofdletters/kleine letter?.............................................................7 Apostrof:.......................................................................................................7 Liggend streepje:.........................................................................................7 Tussen -n (wanneer -e/-en):..........................................................................9 Wanneer s/ss tussen twee woorden: tussen -s.............................................9 Wanneer trema?.........................................................................................10 Wanneer woorden wel/niet aan elkaar? (Aan elkaar of los).......................10 Wanneer is het ‘hij’, ‘zij’, of ‘het’ bij verwijzingen......................................11 Wanneer ‘de’, wanneer ‘het’:.....................................................................12 Wanneer bijvoeglijk naamwoord wel of geen ‘-e’.......................................12 Wanneer ‘alle’/ ‘allen’?...............................................................................12 Wanneer als/dan:.......................................................................................12 Wanneer zeg ik twee keer hetzelfde?........................................................13 Welke twee uitdrukkingen/woorden zijn vermengd? ..................................13 Werkwoordspelling Persoonsvorm: in verleden zetten, vraag of meervoud 1 / 2

PV t.t. = + t bij, hij & zij, en als jij/je voor de pv staat.PV v.t. = + de

Onderwerp: wie of wat + persoonsvorm?

Infinitief: heel werkwoord

Voltooid-deelwoord: Ge-, be- of ver- + stam + t of d

Nooit alleen maar met een vorm van: hebben, zijn of woorden .

Zo kort mogelijk schrijven D of t? ➡ ️ gebruik ’t ex-kofschip of maak het woord langer

Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord :

Een bijvoeglijk naamwoord Schrijf je als een voltooid deelwoord +e, mits het voltooid deelwoord niet op -en eindigt Schrijf je zo kort mogelijk, mits de uitspraak goed blijft T of D? = ’T eX-koFSCHhiP PV-VT => alleen bij zwakke werkwoorden.Voor zwakke ww. in v.t. en v.d.w.

Sterke of zwakke werkwoorden: sterk veranderen van vorm in verleden tijd

en zwakke veranderen niet.

Engelse leenwoorden : vervoegen we volgens de Nederlandse

spellingswijze

Voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.): tegenwoordige tijd van hebben of

zijn + voltooid deelwoord.

Voltijd verleden tijd (v.v.t.): verleden tijd van hebben of zijn + voltooid

deelwoord.

Zelfstandig naamwoord : een woord dat een persoon, plaats, ding, dier,

gevoel, tijd of concept aanduidt. Herkennen aan de voorstaande

lidwoorden: de, het, een.

Bijvoeglijk naamwoord : een woord dat een eigenschap of toestand van

een zelfstandig naamwoord beschrijft.

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

This document featured practical examples that helped me ace my presentation. Such an outstanding resource!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Samenvatting Nederlands Inhoudsopgave Werkwoordspelling.......................................................................................1 Wanneer die/dat/wat?....................................

Unlock Now
$ 1.00