Samenvatting Onderzoekspracticum longitudinaal onderzoek Na het afronden van de cursus kun je de kenmerken van longitudinaal onderzoek benoemen, dat wil zeggen beschrijven wat longitudinale data zijn en de verschillende vormen van longitudinaal onderzoek omschrijven de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen longitudinaal en cross- sectioneel onderzoek uitleggen de criteria die gelden voor het doen van causale uitspraken benoemen en toepassen op onderzoek met een cross-sectioneel of longitudinaal onderzoeksdesign de beperkingen van het longitudinale onderzoeksdesign met betrekking tot causaliteit onderkennen enige kenmerkende problemen met betrekking tot de interne/externe validiteit van onderzoek met herhaalde metingen benoemen een conceptueel model, onderzoeksvragen en hypotheses opstellen voor een onderzoek met een cross-sectionele multilevelstructuur een multilevelanalyse op cross-sectionele data uitvoeren (met jamovi of SPSS) en de resultaten daarvan correct interpreteren een conceptueel model, onderzoeksvragen en hypotheses opstellen voor een onderzoek met een longitudinale multilevelstructuur een multilevelanalyse op longitudinale data uitvoeren (met jamovi of SPSS) en de resultaten daarvan correct interpreteren een conceptueel model opstellen voor een mediatieprobleemstelling een mediatieanalyse uitvoeren (met jamovi of SPSS) en de resultaten daarvan correct interpreteren een onderzoeksvraag opstellen voor de modellen die worden behandeld in deze cursus gezamenlijk met een medestudent op basis van een verstrekt longitudinaal
databestand: (a) een multilevelanalyse uitvoeren voor een casus met herhaalde
metingen en (b) hierover een APA-samenvatting schrijven en (c) een inzichtelijke mondelinge presentatie geven (aan de hand van een PowerPoint) beslissingen die tijdens de multilevelanalyse van een casus met herhaalde metingen relevant zijn kort en bondig mondeling toelichten (tijdens een mondelinge presentatie) de basale technische kenmerken van multilevelanalyse op longitudinale data toelichten (tijdens een mondelinge presentatie), bijvoorbeeld het duiden van parameterschattingen van fixed en random effecten van een model met interactietermen, of modelvergelijkingen met behulp van fitmaten (zoals de deviance).Deze cursus bestaat uit zes thema’s. Thema 1 is een puur theoretisch thema waarin verschillende vormen van longitudinaal onderzoek worden besproken. Aan de hand van meerdere concrete casussen wordt een indruk gegeven van wat longitudinaal onderzoek inhoudt en wat longitudinale data zijn. Ook gaan we in op enkele methodologische problemen, zonder dat daarbij statistische analyses aan te pas komen.Hoewel deze cursus over longitudinaal onderzoek gaat, wordt in thema 2 – om didactische redenen – een uitstapje gemaakt naar cross-sectioneel onderzoek. In dit thema leer je hoe multileveldata eruitzien en hoe je een multilevelanalyse zelf kunt uitvoeren wanneer je te maken hebt met cross-sectionele data (personen in groepen).Thema 3 staat geheel in het teken van de analyse van longitudinale data (metingen binnen personen), waarbij een onderscheid gemaakt wordt in (1) studies waarbij de factor tijd een essentieel onderdeel is van de vraagstelling en (2) studies waarbij de focus veel meer ligt op de relaties tussen twee (of meer) herhaaldelijk gemeten variabelen.In thema 4 komt mediatieanalyse aan bod. Met dit type analyse kunnen longitudinale onderzoeksvragen worden beantwoord, waarbij variabelen theoretisch in een sequentiële keten worden geplaatst.De huiswerkopdrachten van thema 5 zijn bedoeld als extra oefening in multilevelanalyse en mediatieanalyse. Thema 6 is de eindopdracht Thema 1 - De factor tijd in onderzoek Na het afronden van dit thema kun je
1 1 / 4
de kenmerken van longitudinaal onderzoek benoemen de verschillen benoemen tussen experimenteel longitudinaal onderzoek en observationeel longitudinaal onderzoek uit de globale beschrijving van een studie opmaken of deze, qua opzet, cross- sectioneel of longitudinaal is.
- Kenmerken van longitudinaal onderzoek
Definitie: Onderzoek waarin dezelfde individuen (of eenheden) meerdere keren in de tijd worden gemeten .Kernidee: Het bestuderen van verandering en ontwikkeling in plaats van alleen statische verschillen.
Voordelen:
oGeeft inzicht in intra-individuele verandering (hoe iemand zelf verandert).oMaakt vergelijking mogelijk van interindividuele verschillen in verandering (hoe mensen onderling verschillen in hun ontwikkeling).oKan richting (causaliteit) beter benaderen dan cross-sectioneel onderzoek.
Belangrijke concepten :
oTijd (essentieel, meerdere meetmomenten nodig).oTrajecten (patronen van verandering over tijd).
oGebeurtenissen (bijvoorbeeld: moment van uitval, herstel, terugval).
2. Verschillen: experimenteel vs. observationeel longitudinaal onderzoek
Experimenteel longitudinaal onderzoek :
oOnderzoekers manipuleren een variabele (bv. interventie, behandeling).oToewijzing vaak random.
oDoel: causale relaties aantonen (bijv. “Behandeling X versnelt herstel in de
tijd”).
Observationeel longitudinaal onderzoek :
oGeen manipulatie, alleen meten/observeren.
oDoel: beschrijven van natuurlijke verandering, ontdekken van verbanden.
oRisico: alternatieve verklaringen (confounders).
Kortom:
Experimenteel = actieve interventie → sterker bewijs voor causaliteit.Observationeel = passieve observatie → goed voor beschrijven & voorspellen.
- Cross-sectioneel vs. longitudinaal opzet herkennen
Cross-sectioneel onderzoek :
oMeet verschillende individuen op één moment in de tijd.oVergelijkt groepen, maar zegt weinig over verandering binnen individuen.
oVoorbeeld: een steekproef van 20-jarigen en een van 40-jarigen vergelijken op
stressniveau.
Longitudinaal onderzoek :
oMeet dezelfde individuen herhaaldelijk .oKan verandering en ontwikkeling volgen.
oVoorbeeld: een groep mensen elk jaar van hun 20e tot 40e meten.
Vuistregel:
Eén meetmoment = cross-sectioneel.Twee of meer meetmomenten bij dezelfde personen = longitudinaal.
✅ Samenvattend bij de leerdoelen :
Longitudinaal onderzoek = meerdere metingen door de tijd heen, gericht op verandering en gebeurtenissen.Experimenteel longitudinaal = manipulatie + herhaalde meting (causaliteit sterker).Observationeel longitudinaal = alleen herhaalde observatie (beschrijven/verklaren).Cross-sectioneel = één meetmoment, geen verandering meetbaar; longitudinaal = meerdere meetmomenten, verandering wél zichtbaar.
1.1 Longitudinale onderzoeksdesigns 1.1.1Experimenteel vs. observationeel longitudinaal onderzoek
2 2 / 4
We spreken van experimenteel longitudinaal onderzoek als er a.meerdere metingen in de tijd worden verricht, b.bij verschillende interventiegroepen (condities) waarvan er minstens één wordt blootgesteld aan een experimentele manipulatie, c.met als doel om de effecten in verschillende condities met elkaar te vergelijken.Observationeel longitudinaal onderzoek wordt gekenmerkt door meerdere metingen in de tijd zonder dat er variabelen worden gemanipuleerd. Dit type onderzoek is onder andere geschikt om patronen in de tijd te bestuderen. Dit kan worden uitgevoerd bij een enkele groep of bij meerdere groepen.
1.1.2 Intensieve vs. extensieve longitudinale dataverzameling
Een andere manier om longitudinaal onderzoek onder te verdelen is op basis van meetfrequentie. Een hoge meetfrequentie maakt longitudinaal onderzoek intensief: er zijn dan vaak meerdere metingen per dag. Omdat er veelvuldig gemeten wordt, is intensieve longitudinale dataverzameling vaak van korte duur. Intensieve longitudinale dataverzameling kun je overigens ook tegenkomen onder de namen experience sampling method (ESM) of ecological momentary assessment (EMA).Daarentegen is er sprake van meer extensieve longitudinale dataverzameling als de metingen minder vaak plaatsvinden, bijvoorbeeld één keer per week, maand of jaar.
1.1.3 Ontwikkeling over de tijd vs. fluctuaties in de tijd
Een derde manier om onderscheid te maken tussen verschillende typen longitudinaal onderzoek is de rol van de factor tijd. Sommige studies hebben als doel om een ontwikkeling over de tijd te laten zien.Naast het inzichtelijk maken van ontwikkelingen over de tijd, kan longitudinaal onderzoek ook worden gebruikt om een verband aan te tonen tussen twee patronen van fluctuaties.e verwacht wel een verband tussen de fluctuaties: wanneer negatief affect verandert, verandert zelfwaardering ook.
1.1.4 Specifieke vormen van observationeel longitudinaal onderzoek
Er bestaan verschillende vormen van observationeel longitudinaal onderzoek, zoals panel- en cohortstudies. Een panelstudie is een vorm van (prospectief) longitudinaal onderzoek waarbij gedurende langere tijd dezelfde mensen (= vast panel) meerdere keren worden bevraagd over een onderwerp. Panelstudies zijn vaak bedoeld om (maatschappelijke) ontwikkelingen in een brede onderzoekspopulatie te onderzoeken. Bij longitudinaal cohortonderzoek worden mensen ook meerdere keren ondervraagd, maar de deelnemers worden hierbij geselecteerd op basis van een gemeenschappelijk kenmerk dat gerelateerd is aan een tijdstip of tijdsperiode. Je kunt daarbij denken aan deelnemers met hetzelfde geboortejaar (geboortecohort), Daarnaast zien we ook cohortstudies in de vorm van life-eventsstudies waarmee de psychische gevolgen van (ingrijpende) veranderingen of (traumatische) gebeurtenissen kunnen worden bestudeerd. Opdrachten: wat voor soort onderzoek is dit, bijvoorbeeld (als antwoord): Dit is een experimentele longitudinale studie, waarbij baby’s aselect worden toegewezen aan twee condities (couveuse met hartslag of couveuse zonder hartslag). De onafhankelijke variabelen zijn 'conditie' (wel of geen hartslag) en 'tijd'. De criteriumvariabele is het gewicht van de baby. De data vertonen een longitudinale hiërarchische structuur, omdat voor elke baby op tien meetmomenten (week 1 - week 10) het gewicht wordt geregistreerd.
of:
Dit een observationele longitudinale studie. De studie is niet experimenteel, omdat cliënten niet aselect worden toegewezen aan een conditie, in dit geval is er geen toewijzing aan een therapie/therapeut. De cruciale predictorvariabele in deze studie is de variabele 'tijd' en daarnaast zijn er twee afhankelijke variabelen (levenstevredenheid en zelfwaardering). De data zijn niet alleen longitudinaal hiërarchisch geordend (twaalf metingen van twee afhankelijke variabelen), maar de data zijn ook hiërarchisch geclusterd binnen therapeuten. In deze studie zijn dus drie niveaus te onderscheiden die hiërarchisch geordend zijn (metingen binnen personen bij een specifieke therapeut).
3 3 / 4
1.2 Methodologische overwegingen Het ontwerpen van longitudinale designs brengt ook specifieke uitdagingen met zich mee.
1.2.1 Problemen bij herhaald meten
Longitudinale studies bestuderen veranderingen over de tijd en maken per definitie gebruik van herhaalde metingen.Dit brengt een aantal specifieke mogelijke problemen met zich mee, zoals de kans op uitval, Longitudinale studies komen in vele vormen, maar één overeenkomst hebben ze allemaal: vanwege de duur van de dataverzamelingsperiode is uitval, ook wel attritie of drop-out genoemd, een bedreiger voor de validiteit van een longitudinale studie.Uitval betekent dat deelnemers hun deelname staken, vrijwillig (bijvoorbeeld vanwege een te hoge belasting) of onvrijwillig (bijvoorbeeld vanwege tussentijds overlijden). Het logische gevolg van uitval is een beperkter aantal observaties.kan het lastig maken om voldoende statistische power over te houden aan het einde van de studie, een zwaardere belasting voor de deelnemer, kan mensen ervan weerhouden om aan een studie deel te nemen. Dit kan een serieus probleem vormen voor de externe validiteit (generaliseerbaarheid) van longitudinale studies. Wanneer de niet-deelnemers verschillen van de deelnemers op de te onderzoeken verbanden, treedt een vorm van selectiebias op.het risico op reactiviteit.Bij herhaalde metingen bestaat een reëel risico dat de participant reageert op de metingen zelf. Allereerst is het redelijk om je af te vragen hoe serieus een deelnemer een vragenlijst na een aantal keren nog invult, wanneer deze dezelfde vragen herhaaldelijk – en in het geval van intensieve longitudinale data zelfs meerdere malen per dag – krijgt aangeboden.Ten tweede kan door het herhaald meten 'instrumentatie' optreden, waarbij deelnemers zich in de loop van het onderzoek bewuster worden van de gemeten variabelen.Ten derde kan er ook een leereffect optreden, waarbij de vaardigheid op zichzelf niet verbetert, maar waarbij mensen door het maken van een test leren om diezelfde test beter te maken. ten onrechte trekken van causale conclusies Vanwege de mogelijkheid om met behulp van herhaalde metingen psychologische processen te onderzoeken in de dagelijkse context is niet-experimenteel longitudinaal onderzoek aantrekkelijk voor psychologen – en niet zelden worden daar causale conclusies uit getrokken. Ten onrechte, want longitudinaal onderzoek op zichzelf is niet voldoende voor het doen van causale uitspraken over de relatie tussen twee variabelen.
1.2.2 Designaspecten ter overweging
Bij het ontwerp van een longitudinale studie spelen een aantal specifieke overwegingen een
rol. Deze hebben betrekking op het bepalen van :
de meetfrequentie, Voor het bepalen van de meetfrequentie is het allereerst zinvol om een inschatting te maken van het tijdsinterval waarin je een zichtbare verandering verwacht. De processen van verandering kosten immers tijd en het volstaat vaak om relatief stabiele eigenschappen beperkt te meten. Het is vooral zinvol om te bedenken op welk meetmoment er een relevante (klinische) verandering te verwachten valt.In een studie waarbij variabelen worden gemeten die regelmatig fluctueren, is het vaak zinvoller om die fluctuaties veelvuldig, gedurende een kortere periode in kaart te brengen, Een andere vraag die met name voor intensieve longitudinale designs relevant is, is met welke regelmaat er gemeten wordt. Bij ESM-data zijn er drie veelgebruikte opties.Er kan aan deelnemers gevraagd worden om -op vaste tijdstippen van de dag metingen te verrichten (interval-contingent designs)
- / 4