Samenvatting pedagogiek en didactiek Klassenmanagement Hoofdstuk 2: pedagogisch klimaat: pedagogisch handelen
2.1. Pedagogisch klimaat
Een goed pedagogisch klimaat is de belangrijkste voorwaarde om tot leren te kunnen komen.Een pedagogisch klimaat heeft veel te maken met de persoonlijke visie, normen, waarden en voorkeuren van de leraar.In een klas met een goed pedagogisch klimaat voelen kinderen zich veilig, heerst er een sfeer van openheid, vrijheid en verbondenheid en worden kinderen begeleid vanuit positief vertrouwen en vanuit een organisatie waarbij duidelijkheid, doelgerichtheid en autonomie centraal staan.Volgens Marzano (2010) zijn de hoofdfactoren die van invloed zijn op een pedagogisch
klimaat:
De relatie leerling – leraar De relatie tussen leerlingen onderling De relatie tussen het onderwijsprogramma en wat er in de groep gebeurt We gaan ook verder in op de factoren die van invloed zijn op het pedagogisch klimaat: De rol en houding van de leraar Kennis over de basisbehoeften van kinderen kunnen toepassen in je klassenmanagement De reactie van de leraar bij incidenten (positieve assertiviteit) Kennis over en strategieën met betrekking tot een goede organisatie, waaronder zelfstandig werken wordt begeleid Kennis over en strategieën met betrekking tot didactiek, differentiatie en instructie geven Kennis en vaardigheden met betrekking tot feedback geven Kennis over en strategieën met betrekking tot groepsdynamische processen Kennis over motivatietheorieën en strategieën om kinderen te motiveren Kennis over en strategieën met betrekking tot adaptief en passend onderwijs
2.1.1 Een goede relatie tussen de leraar en de leerlingen
Als je aandacht wil besteden aan het samenwerken in de groep, bijvoorbeeld door middel van coöperatief leren, is het een basisvoorwaarde dat kinderen zich veilig voelen.Coöperatief leren is een werkwijze waarbij leerlingen gestructureerd samenwerken, waarbij ze samen verantwoordelijk zijn voor het eigen leerproces en dat van de groep.Om een goed pedagogisch klimaat neer te zetten is het van belang dat je aandacht besteedt aan de relatie die je hebt met de kinderen in je groep. Toon interesse. Besteed ook aandacht aan relaties onderling. Bespreek met elkaar hoe je om kunt gaan met emoties. Het met elkaar over emoties hebben en hoe je er mee om kunt gaan, zal leiden tot betrokkenheid en verbinding, compassie en acceptatie. 1 / 4
- / 4
2.1.2 Invloed als leraar
Je hebt als leraar een grote invloed op het leren en de ontwikkeling van kinderen. Jij bent degene die nieuwe hersenverbindingen mogelijk kan maken.Jouw klassenmanagement, je pedagogisch en didactische repertoire en je persoonlijkheid bepalen (voor een groot deel) of kinderen met plezier naar school gaan en met welke bagage zij de basisschool verlaten. Het zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde van kinderen ligt voor een deel in jouw handen. Dat maakt dat je heel bewust met jouw rol en invloed om moet gaan.Met negativiteit, straffen en schreeuwen creëer je angst en onveiligheid. Met positiviteit, vertrouwen, humor en liefdevolle compassie voor kinderen kun je kinderen ‘optillen’ en laten groeien.Besef dat je een rolmodel bent voor de leerlingen. Je groep is een spiegel van je eigen gemoedstoestand, van de normen en waarden en ideeën die jijzelf hebt over wat goed onderwijs is of hoort te zijn en hoe het er in de groep aan toegaat.Jij en je groep zijn er samen verantwoordelijk voor dat de sfeer fijn is, dat jullie op een positieve manier met elkaar omgaan en dat er niemand wordt uitgelachen, gepest of buitengesloten. Maak dingen vanaf het begin bespreekbaar. Dit kan je doen door het laatste kwartier van de dag na te bespreken en daar een vorm voor te vinden die veilig is voor iedereen.Dit kan bijvoorbeeld door de socratische methode. Dit is een gesprekmethode waarbij je een stelling noemt en door middel van kritische vragen erachter probeert te komen of deze juist is.Probeer elke dag tijd te besteden aan sfeer verhogende activiteiten, zoals zingen, spelletjes, beeldende vorming, toneelstukjes, voorlezen en informele gesprekken. Geef hier ruimte voor. Geniet met de kinderen, wees ontspannen en straal rust uit. Als je lesgeeft met vreugde en positieve energie, dan heeft dit zijn weerslag op de kinderen.
2.1.3 Eigen verantwoordelijkheid van kinderen
Wil je dat de kinderen in je klas actief deelnemen aan de leeractiviteiten, zul je ze een stem moeten geven. Als je kinderen eigen verantwoordelijkheid geeft voor hun leerproces, maar ook voor het dagelijkse reilen en zeilen in de klas, zul je een meer actieve, zelfredzame sfeer krijgen.
2.1.4 Balans
Bij het managen van een klas ben je voortdurend bezig met vinden van balans. Balans tussen het sturen en vrijheid geven, ideeën genereren en opperen, initiatieven tonen en dingen uit de kinderen laten komen, duidelijk optreden en kinderen het zelf laten oplossen.Bij het creëren van een goed pedagogisch klimaat is het van belang dat je kunt laveren tussen alle intermenselijke processen in je klas. Een flexibele en sensitieve houding is daarbij onmisbaar. Hiermee wordt bedoeld dat je snel kunt inspelen op situaties die zich op dat moment voordoen, dat je snel kunt schakelen tussen een sturende en een coöperatieve of ruimte gevende rol. 3 / 4
2.2 Basisbehoeften van een kind Om een positief klimaat te creëren in je groep, moet je de kinderen in je groep goed kennen, zodat je ze tegemoet kunt komen aan hun basisbehoeften. Er zijn drie basisbehoeften die elk
mens, en dus ook elk kind, heeft:
1.Relatie 2.Competentie 3.Autonomie Wanneer aan deze behoeften voldaan wordt, zullen kinderen in staat zijn hun eigen leerproces actief vorm te geven.
2.2.1 Relatie
Relatie (veiligheid) is de eerste basisbehoefte. Elk kind heeft de behoefte ergens bij te horen, een eigen plekje te hebben in de groep. Elk kind wil zich geaccepteerd voelen, zich veilig voelen, het gevoel hebben welkom te zijn. Kinderen leren pas als er een veilige leeromgeving is.Hoe uit zich dit in de praktijk? Kinderen die zich veilig voelen, durven een beroep te doen op de leraar en op andere kinderen. Er heerst een gevoel van onderling vertrouwen en openheid. Kinderen hebben respect en waardering voor elkaar om wie ze zijn. Kinderen gaan met plezier naar school, zijn initiatiefrijk, leergierig en hebben een plek in de groep.
Je kunt op de volgende manieren de relatiebehoefte bevorderen:
Bouw een positieve band op Heb aandacht voor positieve sfeer, laat zien dat je blij bent dat iedereen er is, neem kort maar duidelijk tijd voor afwezigen; laat merken dat je het jammer vindt dat ze er niet zijn Heb aandacht voor de klas als groep Stel normen en waarden gezamenlijk op Kom afspraken na Laat weten dat je beschikbaar bent, zowel in lichaamstaal als verbaal Laat zien dat je naar ze wil luisteren, door een open houding te hebben Neem tijd voor interactie met kinderen Toon belangstelling voor de achtergrond en interesses van kinderen Ga discreet om met vertrouwelijke informatie Benoem positieve dingen hardop, complimenteer het gewenste gedrag of goede inzet Wees betrouwbaar. En emotioneel stabiel
- / 4