Samenvatting Radiologie periode 1 hoofdfase-1 Mondzorgkunde Nijmegen HAN Daisy Janssen, HF1
Röntgenstraling = elektromagnetische straling met een zeer kleine golflengte (hierdoor wordt de straling niet afgebogen of teruggekaatst indien een object wordt geraakt, maar begeeft zich in een rechte lijn door het object).
Röntgenstraling kan gebruikt worden bij:
- Verrichten van waarnemingen
- Stellen van een diagnose
Radiopaque: relatief wit gebied op de röntgenfoto
Radiolucent: relatief zwart gebied op de röntgenfoto
Voorbeeld: glazuur is radiopaque t.o.v. dentine, dentine is radiopaque t.o.v. pulpakamer. Dentine is radiolucent t.o.v. glazuur.
Exposie = blootstellen ALARA-principe = As Low As Reasonably Achievable er moet altijd gestreefd worden naar een zo laag mogelijke dosis! (Hoe dikker de muur, hoe beter de afschermende werking tegen straling).De operateur (degene die de röntgenfoto maakt) moet een zo laag mogelijke dosis ontvangen omdat de straling voor hem onbedoeld is.
ICRP (International Commission on Radiological Protection) heeft richtlijnen opgezet, rekening houdende met beide facetten (het nadelige effect en het geneeskundige voordeel) onderzoekskamer moet zo ingericht zijn dat de operateur achter een afschermende wand óf op minimaal 2 meter van het röntgenapparaat kan staan. alle gebruikers moeten opgeleid zijn en op de hoogte zijn van de gevaren + stralenbeperkende maatregelen.
Drempeldosis: een dosis waaronder geen nadelig effect op treedt.
Omdat er na elke exposie een kans bestaat op nadelige biologische effecten van röntgenstraling, moet de operateur zich er altijd van vergewissen dat het te verwachten diagnostische nut zwaarder weegt dan de kans op het nadelige effect. Als er een ziekte wordt verwacht / er klinische aanwijzingen zijn mogen er altijd röntgenfoto’s gemaakt worden. ‘Derden’ kunnen de operateur/arts in principe nooit vragen om een röntgenfoto te maken van een patiënt voor medico-legale doeleinden. Dit is namelijk strijdig met Rechtvaardigingsprincipe.
- / 4
Kosten/baten-analyse: afwegen van nadelige effecten door gebruik van straling tegen de gunstige effecten van de verkregen informatie.
Kosten: de nadelige effecten door het gebruik van straling
Baten: de voordelen van het gebruik van straling. Dit is in situaties waarbij er straling noodzakelijk is
om een diagnose te stellen, bijvoorbeeld bij:
- Agenesie
- Malpositie van geïmpacteerde M3
- Peri-apicale botafwijkingen
- Cariësdiagnostiek
Straling is bijvoorbeeld zinloos bij:
- Vastleggen van tandsteen
- ,, achtergelaten cementresten bij plaatsen van een kroon
- ,, pulpitisklachten en acute peri-apicale defecten
- Een gesaneerde patiënt in een niet-cariësgevoelige leeftijdsperiode
Let op: pas wanneer een mogelijkheid bestaat van een laesie die een omvang bereikt heeft welke behandeling nodig maakt, is het maken van bite-wing opnamen voor cariësdiagnostiek geïdiceerd. Röntgenfoto’s moeten bewaard blijven bij de overige info van de patiënt (in een later stadium kan deze foto nog van pas komen) Verwachting is de belangrijkste criterium voor het maken van nieuwe foto’s
Stralingsrisico: Voor tandheelkundige opnamen is dit relatief gering, mits de bekende stralingshygiënische maatregelen toegepast worden.
Niet-stochastische effecten (oftewel: deterministische effecten)
(bijv. huiderytheem en cataract van de ooglens) korte latentieperiode Voorspelbaar verband tussen dosis en effect en er is een drempelwaarde aanwezig. Wanneer een bepaalde dosis boven de drempelwaarde wordt toegediend, zal het betreffende effect altijd optreden. De ernst van het effect is afhankelijk van de grootte van de stralingsdosis en de tijdsperiode waarbinnen het ontvangen wordt. herstel (afhankelijk van de ernst) is geheel/gedeeltelijk mogelijk
Wanneer de dosis lager is dan de drempelwaarde, treden er geen (waarneembare) effecten op.
Stochatische effecten geen drempelwaarde! Bij elke hoeveelheid straling bestaat de mogelijkheid van het optreden van effecten (dosis-effectrelatie genoemd) afhankelijk van de dosis Langere latentieperiode de risicoperiode varieert al naar gelang het opgetreden effect
- / 4
Soort risico Kenmerken Voorbeelden Stochastisch - Lange latentieperiode
- Geen drempelwaarde
- Dosis-effectrelatie (bij elke
dosis bestaat de mogelijkheid van het optreden van effecten) Kanker Erfelijke aandoeningen nageslacht
Deterministisch (niet- stochastisch)
- Korte latentieperiode
- Voorspelbaar verband
- Drempelwaarde aanwezig
- Ernst effect neemt toe
tussen dosis en effect
met de dosis
Huiderytheem Cataract van de ooglens
In de praktijk blijkt dat de meest acute-effecten niet-stochastisch zijn, en dat de stochastische effecten meestal pas na langere tijd waarneembaar zijn.
Een opname levert het beste rendement indien de opnametechniek wordt toegepast die in relatie
staat met de gewenste informatie:
- Bite-wing opname voor cariës en beoordeling botniveau
- Peri-apicale opnamen voor defecten in processus alveolaris
- Panoramische opnamen voor wortelresten en oriëntatie op de tandkiemontwikkeling
- Loodschort gebruiken
- Beperkte diameter van de röntgenbundel
- Gestandaardiseerde opname- en ontwikkeltechniek
- Is de gewenste informatie alleen te verkrijgen m.b.v. straling? Is het ook noodzakelijk in het
- Er moet eerst klinisch onderzoek gedaan worden, daarna mag er pas een röntgenfoto
Maatregelen voor het maken van röntgenfoto’s
kader van de (tandheelkundige) gezondheid van de patiënt?
gemaakt worden! klinische inspectie wijst op de noodzaak tot nadere info. 3 / 4
Stralenbescherming Vaak wordt er alleen gedacht aan de bescherming van de patiënt. De operateur komt echter vaker in aanraking met straling.De dosis die de operateur ontvangt wordt in sterke mate beïnvloed door de werkwijze bij het maken van een röntgenopname.
De dosis is afhankelijk van:
- Positie en afstand van de operateur t.o.v. de röntgenbundel
- Het gebruik van een afschermende wand (= gericht op personen die zich in de directe
- Iedere reductie van de dosis voor de patiënt heeft direct invloed op de hoogte van de dosis
- Diafragma (in röntgenapparaat of in de tubus, of extra op de tubus of op een filmhouder) is
- / 4
omgeving bevinden) – dikte van de wand afhankelijk van het materiaal, afstand tot en de output van het röntgenapparaat, kwaliteit van stralen en de mate waarin het apparaat gebruikt wordt. De afschermende wand biedt voldoende absorberend vermogen (in vergelijking met 1 mm lood) voor de operateur en alle andere personen.Van glas moet de wand minimaal 72 mm dik zijn, harde baksteen 92 mm en pleisterwerk 122 mm.
voor de operateur Let op! De operateur is ook verantwoordelijk voor de hoogte van de dosis die het personeel ontvangt! dosis voor patiënt is hetzelfde als de dosis voor het personeel
bepalend voor het oppervlak van de patiënt dat aan röntgenstralen wordt blootgesteld.Primaire bundel De operateur mag zich nooit hierin bevinden!Dus: niet zelf de film vasthouden in de mond van de patiënt iemand die beroepshalve niet aan straling wordt blootgesteld moet dit doen als de patiënt het niet zelf kan.Secundaire stralen Ontstaan door verstrooiing van de primaire stralen in en aan de patiënt of aan objecten de mate waarin de operateur blootstaat = bepaald door plaats waar de operateur zich bevindt tijdens exposie.