Samenvatting Retorische kritiek Braet 9789012583091 Samenvatting Retorische kritiek
- Braet
9789012583091
Editie 2011 Argumentatieve en retorische analyse (Uni Leiden)
- 40 oefenvragen met antwoorden
- 40 belangrijkste kernbegrippen kort uitgelegd
- 6 handige websites
Dit zijn mijn eigen informele aantekeningen. Ik heb ze zo goed mogelijk geordend en zijn prima leesbaar.20 pag. Leestijd half uurtje 1 / 3
Samenvatting Retorische kritiek Braet 9789012583091 2 / 3
Samenvatting Retorische kritiek Braet 9789012583091 Samenvatting Retorische Kritiek Hoofdstuk 1 - Inleiding Het draait in dit boek om betogen: mondelinge of schriftelijke teksten waarin sprekers of schrijvers standpunten verkondigen en waarin ze argumenten aanvoeren. Argumentatieve, overtuigende of persuasieve teksten.Teksten kunnen verschillen in lengte en of ze een privé-karakter hebben (tot één persoon gericht) of tot een publiek zijn gericht. Vooral het laatste soort is in dit boek van belang.Drie soorten klassieke betogen -Gerechtelijke pleidooien -Politieke redes -Gelegenheidstoespraken Retoriek = de term staat voor retorische middelen om een tekst doel- en publiekgericht te maken/ middelen om de tekst zo overtuigend mogelijk te maken voor het beoogde publiek/ de retorische eigenschappen van een tekst. (belangrijkste: boeiendheid, duidelijkheid en aannemelijkheid) het geheel aan gebruikte retorische middelen in een betoog
Verwant aan het woord retorica:
Retorica = ‘de leer van de welsprekendheid’/ ‘de leer van het overtuigend spreken.’ De leer of de theorie van de retoriek. 'Welsprekendheid' (maar omvat meer) houding en inhoud. Uitgewerkt systeem
Hoofdindeling: inhoud – ordening – verwoording – presentatie
Wat een criticus moet doen, is nagaan of de schrijver of spreker een goede keuze heeft
gemaakt uit de retorische middelen:
1.De criticus weet in het algemeen welke retorische middelen, welke vormen van retoriek, een opsteller van een betoog allemaal ter beschikking staan. Hij moet
retorische analyses kunnen maken: de middelen niet alleen in theorie kennen,
maar hij moet ze ook in teksten kunnen aanwijzen.
2.De criticus moet, op basis van algemene kennis en analyse vaardigheid, in staat zijn in het bijzondere geval van een bepaald betoog in te schatten hoe groot de kans is dat het beoogde publiek erdoor overtuigd zal worden.In dit boek wordt teruggegrepen op de klassieke retorica. De oudste leer van overtuigingsmiddelen is in ongeveer 5 eeuwen ontwikkeld. De oudste retoricaboeken zijn in de 5e eeuw (v. Chr.) geschreven in Griekenland (Athene), maar die zijn bijna allemaal verloren gegaan. Athene was een democratie → alleen vrije mannen mochten stemmen. Ze moesten dan tijdens de stemming ter plekke overtuigd worden.Oudste overgeleverde werken zijn van een eeuw later. Aristoteles - Rhetorica. Quintilianus - Opleiding tot redenaar. Retorici schreven handboeken, verhuurden zichzelf als leraar, enz.
- / 3