1
Samenvatting Week 1: Methodendebat en onderzoeksvraag
Literatuur & Hoorcollege
Hoofdstuk 1 & Hoorcollege – Beginselen van academisch-juridisch onderzoek Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat academisch-juridisch onderzoek inhoudt en hoe het zich onderscheidt van juridisch-praktisch werk
- Basis hoorcollege
- Aanvulling uit Hoofdstuk 1
• Juristen gebruiken vooral literatuuronderzoek, wetgevingsanalyse en jurisprudentieanalyse.• Methodologische keuzes moeten expliciet en gerechtvaardigd zijn.• Transparantie is essentieel in de methodesectie, zoals bij goed uitgewerkte proefschriften.
• Academisch-juridisch onderzoek: richt zich op het recht als object van studie, met doel kennisvermeerdering en theorievorming.• Verschil met praktijkjurist: meer vrijheid in vraagkeuze, methode en invalshoek; kan verklaren, evalueren, vergelijken en verbeteren.• Niet strikt gebonden aan geldend recht.• Wetenschappelijke eisen: originele, relevante en ingebedde vraag; theoretisch kader; uitgewerkte methode; zorgvuldige uitvoering; verantwoording en transparantie.
• Integriteitsnormen: eerlijkheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid,
onafhankelijkheid.
Kort samengevat: Een rechtswetenschapper heeft meer vrijheid en moet methodisch
verantwoord werken, gericht op kennisvermeerdering.Leerdoel 2: De student kan de zeven fasen van het onderzoeksproces benoemen en het iteratieve karakter toelichten
- Basis hoorcollege
- Aanvulling uit Hoofdstuk 1
• Hermeneutiek speelt rol: voortdurend duiden en herinterpreteren tijdens onderzoek.• Systematische aanpak geeft structuur aan het betoog.
• Zeven fasen: (1) probleem identificeren, (2) onderzoeksvraag formuleren, (3) concepten uitwerken, (4) methode ontwerpen, (5) informatie verzamelen, (6) analyseren, (7) conclusies trekken.• Iteratief proces: terugkoppeling tussen fasen, bijstelling van vraag mogelijk. 1 / 3
2
Kort samengevat: Onderzoek verloopt niet lineair maar cyclisch; fasen en herinterpretatie zijn normaal en noodzakelijk.
Hoofdstuk 2 & Hoorcollege – Keuze van het onderzoeksthema Leerdoel 3: De student kan criteria voor een geschikt onderzoeksthema benoemen en toepassen
- Basis hoorcollege
• Voorbeelden: penitentiair systeem, resocialisatiebeginsel.
• Thema moet relevant zijn, methodisch uitvoerbaar, en aansluiten bij beschikbare methoden.
- Aanvulling uit Hoofdstuk 2
• Factoren: affiniteit, expertise, vaardigheden, originaliteit, persoonlijke
eigenschappen, begeleiding, haalbaarheid.• Red flags: te sterke persoonlijke betrokkenheid, te vroege oplossingsgerichtheid, toekomstgericht onderzoek.• Strategieën: literatuurverkenning, raadplegen onderzoeksprogramma's, actuele ontwikkelingen volgen.• Afbakening: van breed naar concreet vraagstuk; geografisch, doelgroep, type vraag.Kort samengevat: Een goed thema is relevant, haalbaar, afgebakend en past bij de onderzoeker en beschikbare middelen.Hoofdstuk 4 & Hoorcollege – Formuleren van de onderzoeksvraag Leerdoel 4: De student kan de kenmerken van een goede onderzoeksvraag benoemen en onderbouwen
- Basis hoorcollege
• Voorbeeld: "Wat zijn de rechten van gedetineerden in het plus-/kaderregime?"
• Methodes: literatuur, jurisprudentieanalyse, rechtsvergelijking.
- Aanvulling uit Hoofdstuk 4
• Kenmerken: originaliteit (kennislacune), relevantie (juridisch, maatschappelijk, wetenschappelijk), precisie (heldere taal, afbakening, definitie kernbegrippen), methodische invalshoek, haalbaarheid, iteratieve ontwikkeling, deelvragen (p.1-2).
• Theoretisch kader: embedden in bestaande theorie, operationaliseren van
begrippen, biedt analysecriteria.Kort samengevat: Een goede vraag is helder, relevant, origineel, haalbaar en methodisch onderbouwd, met eventueel deelvragen. 2 / 3
3
Methodologie – Hoofdstuk 4 & Hoorcollege Leerdoel 5: De student kan verschillende onderzoeksmethoden benoemen en het verschil tussen juridisch-dogmatisch, rechtsvergelijkend, rechtstheoretisch en empirisch onderzoek uitleggen
- Basis hoorcollege
• Juridisch-dogmatisch: interpretatie geldend recht, hermeneutiek.
• Rechtsvergelijkend: twee systemen vergelijken, eventueel met
sociaalwetenschappelijke dimensie.
• Empirisch: interviews, enquêtes, effectiviteitsmeting.
• Rechtstheoretisch/normatief: achterliggende rechtsbeginselen, verantwoordelijke rechtssubject.
- Aanvulling uit Hoofdstuk 4
• Onderzoeksdesigns: juridisch-dogmatisch, rechtsvergelijkend, rechtshistorisch, rechtstheoretisch, juridisch-empirisch, ‘law and’-onderzoek (p.2).
• Fundamenteel vs. toegepast onderzoek: theorieontwikkeling vs. praktische
oplossingen.Kort samengevat: Verschillende methoden bieden verschillende invalshoeken; keuze hangt af van vraag en doel.Reflectie voor tentamenrelevantie
Met deze geïntegreerde samenvatting beheers je:
• Verschil academisch vs. praktisch juridisch werk.• Iteratief karakter van onderzoek en fasen.• Criteria en valkuilen bij themakeuze.• Kenmerken en beoordeling van een onderzoeksvraag.• Onderscheid en toepassing van onderzoeksmethoden.Waarschuwing voor tentamen: Let op valkuilen bij te brede thema’s, onvoldoende precisie in vragen, en bij methoden die niet aansluiten bij de vraag.
- / 3