Samenvatting WFT-basis 2024 Wet financieel toezicht
Auteur: Bryan Cuperus
- / 9
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: professioneel gedrag ......................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2: integriteit ........................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3: adviesvaardigheden ......................................................................................................... 13 Hoofdstuk 4: de financiële sector .......................................................................................................... 14 4.1, aanbieders en distributeurs van financiële producten .............................................................. 16 4.2, toezicht op financieel dienstverleners (functioneel toezicht en strafrechtelijk toezicht) ......... 19 4.3, klachten over de financiële dienstverlening ............................................................................... 20 Hoofdstuk 5: WFT .................................................................................................................................. 23 Hoofdstuk 6: de financiële positie van de klant .................................................................................... 28 Hoofdstuk 7: de juridische positie van de klant .................................................................................... 30 Hoofdstuk 8: inkomstenbelasting ......................................................................................................... 32 Hoofdstuk 9: erfrecht en successiewet ................................................................................................. 36 9.1, erfrecht ....................................................................................................................................... 36 9.2, erfbelasting (successiewet) ........................................................................................................ 37 9.3, schenkbelasting (successiewet).................................................................................................. 38 Hoofdstuk 10: betalen en sparen .......................................................................................................... 40 10.1, betalen ...................................................................................................................................... 40 10.2, sparen ....................................................................................................................................... 42 Hoofdstuk 11, beleggen ........................................................................................................................ 44 Hoofdstuk 12: lenen .............................................................................................................................. 47 12.1, consumptief krediet ................................................................................................................. 47 12.2, crowdfunding ........................................................................................................................... 50 12.3, hypothecair krediet .................................................................................................................. 50 12.4, rente ......................................................................................................................................... 54 12.5, verstrekken van krediet ............................................................................................................ 54 Hoofdstuk 13: verzekeringen (1) ........................................................................................................... 57 13.1, wat is verzekeren? .................................................................................................................... 57 13.2, verschillende risico’s en verzekeringen ................................................................................... 57 13.3, afsluiten van een verzekering................................................................................................... 59 13.4, mededelingsplicht .................................................................................................................... 61 13.5, het einde van de verzekering ................................................................................................... 62 13.6 schade-, levens & zorgverzekeringen ........................................................................................ 63 13.7, particuliere en sociale verzekeringen ....................................................................................... 65 13.8, indeling binnen de verzekeringsbranche ................................................................................. 66 2 / 9
3
Hoofdstuk 14: verzekeringen (2) ........................................................................................................... 67 14.1, schadeverzekeringen voor particulieren .................................................................................. 67 14.2, verzekeringen voor bedrijven................................................................................................... 69 14.3, levensverzekeringen ................................................................................................................. 70 14.4, pensioensverzekeringen ........................................................................................................... 72 14.5, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen ..................................................................................... 73 14,6 persoonlijke ongevallenverzekering .......................................................................................... 75 14.7, zorgverzekering ........................................................................................................................ 75 14.8,verzekeringsvormen die niet onder wft vallen ......................................................................... 77
- / 9
4
Hoofdstuk 1: professioneel gedrag
Wat is adviseren?
De wet financieel toezicht geeft de volgende definitie van adviseren:
Adviseren is het in de uitvoering van een beroep of bedrijf aanbevelen van een of meerdere specifieke financiële producten aan een bepaalde consument.Als iemand dus een advies geeft over een financieel product, is diegene een adviseur volgens de wet.
Een persoon is dus geen adviseur volgens wft als diegene:
• Een algemene aanbeveling doet. Er wordt hierbij algemene uitleg gegeven en er wordt geen specifiek product geadviseerd.• Algemene informatie geeft over producten. Ook als dit tot verkoop leidt is dit volgens wft geen advies.• Schades begeleidt. Een persoon die uitsluitend schades begeleidt is geen adviseur.
Doorverwijzen naar anderen Als je te weinig over een onderwerp weet, is het verstandiger om de klant door te verwijzen naar collega’s of derden, zoals de notaris (voor bijvoorbeeld testamenten of erfrecht) of een accountant (voor bijvoorbeeld het wijzigen van de rechtsvorm).
Wft-regels • De klant moet voldoende en juist zijn geïnformeerd De adviseur moet alleen feitelijk juiste informatie verstrekken en moet de klant altijd zelf laten beslissen. Ook moet de adviseur de taal aanpassen per klant. Klanten die er niet veel van af weten zal de adviseur dus geen vaktaal moeten voorschotelen.➢ Precontractuele fase Dit is de periode vóór het afsluiten van de overeenkomst, er is dan meer behoefte aan informatie.➢ Postcontractuele fase Dit is de periode na het afsluiten van de overeenkomst. Als er tijdens de looptijd wijzigingen optreden, moet de adviseur de klant op de hoogte stellen. Voor bepaalde levensverzekeringen is een adviseur verplicht om de klant elk jaar te informeren over de opgebouwde waarde.• De adviseur moet zich houden aan adviesregels In het advies moet de adviseur rekening houden met de informatie die de adviseur van de klant heeft gekregen over de situatie. De belangrijkste informatie komt in een klantprofiel. Deze regels gelden alleen voor impactvolle producten, dus niet voor dingen als een schadeverzekering.De adviesregels gaan uit van het ‘ken-uw-klant-principe’. Dit houdt in dat er eerst klantonderzoek gedaan moet worden, de informatie daarna geanalyseerd moet worden (risicoprofiel maken), vervolgens een advies opgesteld moet worden en dit advies dan aan de klant toegelicht moet worden.
Het klantprofiel • De huidige en toekomstige financiële situatie, alleen vragen naar inkomsten die zeker zijn.• De kennis van en ervaring met het geadviseerde product.• De doelstellingen ofwel wensen.• De risicobereidheid van de klant, hoeveel risico is de klant bereid te nemen? Risicotolerantie is het risico dat de klant kan lopen en risicoperceptie het risico dat de klant wil lopen.Er wordt gekeken naar al bestaande risico’s en risico’s die kunnen komen door het afsluiten van dit financiële product. 4 / 9