Scheikunde samenvatting hoofdstuk 2
Wat je moet weten:
Eenheden omrekenen Massa hoe zwaar een voorwerp is (kg g ) Volume hoeveel ruimte een voorwerp in neemt ( cm³ , dm³, m³) Massa en volume % = Deel • 100% geheel §2.2
Bijzondere eigenschappen van water:
1.Dichtheid: in de vloeibare fase hebben moleculen geen vaste plek en
kunnen ze vrij bewegen. Bij de meeste stoffen is de dichtheid van de vloeistof kleiner dan de dichtheid van een vaste stof. Bij water en ij is het anders de water moleculen bij ijs zitten verder uit elkaar dan in water daardoor weegt 1L ijs minder dan 1L water.
2.Soortgelijke warmte: water een heeft een grote soortelijke warmte. Dat
betekent dat er veel warmte nodig is om 1kg water een graad warmer te make. Als het water afkoelt, komt deze warmte weer vrij. Daardoor stijgt in de zomer het oppervlaktewater langzaam en in de winter koelt het heel langzaam af. Deze eigenschap van water zorgt ervoor dat er niet al te grote temperatuurwisselingen komen in gebieden met veel water.
3.Hoog kookpunt (extra kracht = H-brug): we vergelijken het kookpunt
van water met die van methaan omdat de moleculen van beide stoffen ongeveer even zwaar zijn. Het kookpunt van water is 373Kelvin dat is hoog als je dat vergelijkt met methaan dat een kookpunt van 112 Kelvin heeft. Dat komt door de kracht tussen moleculen bij methaan werken alleen de vanderwaalskrachten terwijl watermoleculen een kleine positieve elektrische lading aan het ene kant van het molecuul hebben en een kleine negatieve lading aan de andere kant. Deze krachten zijn sterker dan die vanderwaalskrachten. Bij het koken moeten de watermoleculen elkaar loslaten. En daar is meer warmte voor nodig., hierdoor is het kookpunt van water hoog.
4.Groot oplos vermogen: water is een heel goed oplosmiddel voor
verschillende stoffen. Het heeft een groot oplos vermogen. Zo bestaat bloed voornamelijk uit water, in bloed kunnen allerlei stoffen oplossen.En die worden naar alle delen van je lichaam gevoerd. 1 / 2
H2O (s) ijs H2O (l) water H2O (g) damp/stoom §2.3
Oplossingen: een oplossing is een mengsel van vloeistoffen en andere
stoffen waarvan de moleculen door elkaar zijn gehusseld. Een oplossing is altijd helder of doorzichtig
Suspensies: een suspensie bestaat uit korreltjes van een vaste stof die
zweven in een vloeistof. Een suspensie is altijd troebel of ondoorzichtig.Oplosbaarheid (vaste stoffen en gassen) = het maximaal aantal grammen dat je van een stof kan oplossen.Vaste stoffen= hoe hoger de temperatuur van de vloeistof des te groter de oplosbaarheid Gassen= hoe hoger de temperatuur van de vloeistof des te kleiner de oplosbaarheid Rekenen met oplosbaarheid Onverzadigde oplossing er kan nog meer worden opgelost Verzadigde oplossing de maximale hoeveelheid is opgelost Oververzadigde oplossing er is meer dan de maximale hoeveelheid toegevoegd, wat te veel is lost niet meer op.§2.4 Destilleren= Destillatie is een techniek om door middel van condenseren twee of meer stoffen in een oplossing te scheiden. Je destilleert vloeistoffen als het gemengde stoffen zijn en als het opgeloste vaste stoffen zijn.Destillatie verschil in kookpunt= Laagste kookpunt destillaat Hoogste kookpunt residu Adsorberen= Bij adsorptie wordt een stof uit een mengsel gehaald door middel van binding aan een vaste stof. De stoffen hechten zich aan het oppervlak van de vaste stof.De vaste stof wordt ook wel adsorptiemiddel genoemd. Adsorptie wordt gebruikt bij het scheiden van gas- en vloeistofmengsels.Membraanfiltratie= scheidingstechniek waarbij je een vlies maakt met zulke kleine gaatjes waar alleen watermoleculen doorheen kunnen het grote
- / 2