Scriptie dementie voorbeeld ouderen en omgeving mobiliteit
- / 5
Scriptie dementie voorbeeld ouderen en omgeving mobiliteit
Voorwoord Voor u ligt het adviesrapport ten behoeve van de module ‘Zorgverbetering’ voor de opleiding HBO- verpleegkunde aan Christelijke Hogeschool X te PLAATS. Dit adviesrapport is geschreven voor het project NAAM Noord Nederland met als doel kwaliteitsverbetering door middel van het uitvoeren van kwaliteitsonderzoek. Het adviesrapport is geschreven in de periode van oktober 2024 tot en met december 2024.
In dit adviesrapport staat het thema ‘dementie en een logische omgeving’ centraal. Dit adviesrapport
wordt geschreven met tweeledig doel:
- Om de opdrachtgever en andere belangstellenden op de hoogte te stellen van het proces en de
uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek en verbetertraject.
- Om examinatoren van de opleiding in de gelegenheid te stellen het uitgevoerde onderzoek en
verbetertraject en de verslaggeving daarover te beoordelen en vast te stellen of er is voldaan aan de eisen die gesteld worden aan onderzoek op bachelorniveau.
Het schrijven van dit adviesrapport is door de onderzoekers als een leerzame periode ervaren. De onderzoekers hebben zich kunnen ontwikkelen in hun kwaliteiten en de samenwerking. Hierdoor zijn de onderzoekers geslaagd in het schrijven van het adviesrapport. De onderzoekers willen graag de volgende mensen bedanken voor de bijdrage die ze hebben geleverd bij de totstandkoming van ons adviesrapport.
- / 5
Scriptie dementie voorbeeld ouderen en omgeving mobiliteit
Samenvatting Dementie is een hersenaandoening, er bestaan vele verschillende vormen van dementie. Ten gevolge van dementie treden veranderingen op in de hersencellen, dit tast het functioneren aan en heeft ziekteverschijnselen tot gevolg (Tilro & Vries, 2011). Dementie is een veel voorkomende progressieve hersenziekte, waarvan de prevalentie in Nederland zal toenemen. Zo ook in PLAATS in de gemeente PLAATS. Er is onderzoek gedaan naar wat er nodig is om het dorp PLAATSdementievriendelijker in te richten. In een dementievriendelijke omgeving worden mensen met dementie instaat gesteld om deel te blijven nemen aan het sociale leven.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het project NAAM Noord Nederland. De NAAM methode is een werkwijze waarin stapsgewijs onderzocht wordt met de lokale stakeholders hoe de leefomgeving gezonder ingericht kan worden, door slimme aanpassingen te doen in de buurt. Bij het NAAM project wordt nauw samengewerkt met andere organisaties (NAAM Noord Nederland, sd).
Het doel van dit adviesrapport is het schrijven van een advies voor een dorp als PLAATS in de gemeente PLAATS. Het praktijkonderzoek is uitgevoerd in het dorp X in dezelfde gemeente. In het advies worden aanbevelingen gegeven voor het creëren van een dementievriendelijke omgeving gegeven.
De volgende hoofdvraag is geformuleerd: Op welke manier kunnen de professionals de leefomgeving van het dorp PLAATS in de gemeente PLAATS dementievriendelijker inrichten voor ouderen boven de 65 jaar oud die de diagnose dementie hebben?
Tijdens de dataverzameling is er wetenschappelijk literatuuronderzoek gedaan om de deelvragen te kunnen beantwoorden. Vervolgens zijn er semigestructureerde individuele interviews en een focusgroep interview afgenomen. De uitkomsten van deze interviews zijn getranscribeerd en vervolgens is er een coderingslijst opgesteld. Daarnaast is er een bezoek gebracht aan het dorp X en is er tijdens dit bezoek geobserveerd op een dementievriendelijke fysieke leefomgeving.
De belangrijkste resultaten zijn als volgt de fysieke leefomgeving draagt bij aan de kwaliteit van leven van de mensen met dementie. Echter blijkt dat de zorgprofessionals hier nog onvoldoende kennis over hebben. Het ziektebeeld dementie wordt bewust en onbewust gestigmatiseerd door de sociale leefomgeving. In het literatuuronderzoek zijn verschillende interventies gevonden, hier zijn de zorgprofessionals al actief mee bezig. Daarnaast is dementie is een maatschappelijk probleem, waarin de wijkverpleegkundige en de casemanager een rol kunnen spelen in de zorg voor de thuiswonende oudere met dementie.
In de discussie wordt besproken wat de validiteit en betrouwbaarheid heeft kunnen belemmeren en worden de methoden kritisch besproken. Het vooronderzoek heeft vertraging opgelopen, door het coronavirus heeft het onderzoek een ander verloop gekregen dan in vooraf was beoogd.
In de aanbevelingen wordt benoemd dat er nog vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd over de wensen, behoeften en belangen van mensen met dementie en hun mantelzorgers. 3 / 5
Scriptie dementie voorbeeld ouderen en omgeving mobiliteit
Inhoudsopgave Titelpagina......................................................................................................................................................... 1 Voorwoord ........................................................................................................................................................ 2 Samenvatting .................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Inleiding ................................................................................................................................ 7 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................................... 7
1.1.1 NAAM Noord Nederland ............................................................................................................ 7
1.2 Dementie en een Dementievriendelijke leefomgeving ................................................................... 8
1.2.1 Dementie .................................................................................................................................... 8
1.2.2 Dementievriendelijke omgeving ................................................................................................ 8
1.2.3 Gemeente ................................................................................................................................. 10
1.2.4 Cijfers dementie ....................................................................................................................... 10
1.3 Probleemstelling ............................................................................................................................. 11 1.4 Doelstelling ..................................................................................................................................... 12
1.4.1 Korte termijn doel .................................................................................................................... 12
1.4.2 Lange termijn doel .................................................................................................................... 12
1.5 Vraagstelling ................................................................................................................................... 13
1.5.1 Hoofdvraag ............................................................................................................................... 13
1.5.2 Deelvragen ................................................................................................................................ 13
1.6 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 13 1.7 Begripsdefiniëring ........................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 2: Methode ............................................................................................................................. 15 2.1 Participatief actieonderzoek........................................................................................................... 15 2.2 Methode voor dataverzameling en analyse .................................................................................. 17
2.2.1 Deelvraag 1 ............................................................................................................................... 17
2.2.2 Deelvraag 2 ............................................................................................................................... 19
2.2.3 Deelvraag 3 ............................................................................................................................... 20
2.3 Validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid .............................................................................. 20
2.3.1 Validiteit .................................................................................................................................... 20
2.3.2 Betrouwbaarheid ...................................................................................................................... 21
2.4.3 Bruikbaarheid ............................................................................................................................ 21
Hoofdstuk 3: Communicatie en Evaluatie ............................................................................................... 22 3.1 Communicatieplan .......................................................................................................................... 22 4 / 5