Scriptie intrinsieke motivatie toegepaste psychologie 2025 1 / 4
Scriptie intrinsieke motivatie toegepaste psychologie 2025 Voorwoord Dit onderzoeksrapport is het resultaat van mijn inspanningen bij het onderzoeken van de intrinsieke motivatie van de leerlingen bij de stichting voor X te Amsterdam. Dit onderzoek heeft mij gaandeweg veel helpen leren over de motivatie van leerlingen en wat daaraan bijdraagt. Ik ben dankbaar voor deze kennis die ik heb opgedaan die ik hoop toe te kunnen passen later in mijn loopbaan en daarbuiten.Ik wil de gelegenheid nemen om mijn scriptiebegeleider X bedanken, voor haar steun en begeleiding die mij hielp in het voltooien van dit onderzoek. Ik ervoer veel steun en vertrouwen tijdens mijn onderzoek, wat een aangenaam gevoel over mijn kunnen. In haar rol als begeleider werd ze ondersteund door X waarvoor ook mijn dank. Verder wil ik ook x en x bedanken voor hun aanvullende hulp daar waar ik het nodig. Daarnaast wil ik ook graag mijn familie en vrienden bedanken voor hun onvoorwaardelijk steun waardoor ik steeds de motivatie bij elkaar kon brengen om aan dit onderzoek te werken.X wil ik vooral bedanken dat hij de gelegenheid creëerde om mijn onderzoek van feedback te voorzien en voor zijn bemoediging tijdens mijn onderzoek. Ten slotte ook dank aan X, met in het bijzonder X en X in hun rollen als praktijkbegeleider, en dat zij mij hebben voorzien in de benodigde materialen en informatie voor de uitvoer van dit onderzoek.Ik hoop van harte dat dit onderzoek u voorziet van de nodige kennis met betrekking tot het thema.Veel leesplezier toegewenst! 2 / 4
Scriptie intrinsieke motivatie toegepaste psychologie 2025 Samenvatting In dit onderzoek is onderzocht hoe het is gesteld met de intrinsiek motivatiebeleving bij het NAAM PROJECT van Stichting voor X. Dit is onderzocht door middel van de IMI, een vragenlijst die de drie psychologische behoeftes (autonomie, verbondenheid en competentie) meet, in combinatie met een semigestructureerd interview die meer diepgang biedt in de resultaten.Uit een navraag van scholen, leerlingen en mentoren was op te merken dat het niet goed gesteld was met de motivatie van leerlingen. Om dit duidelijker in kaart te brengen is een onderzoek opgezet waaruit moet blijken hoe het gesteld was met de intrinsieke motivatie tijdens het NAAM PROJECT. Dit is onderzocht met de IMI, een vragenlijst die op basis van de zelfdeterminatietheorie, de intrinsieke motivatie meet. Naast de IMI is er met een vijftal leerlingen een semigestructureerd interview gehouden die verdiepende antwoorden bieden op hoe de leerlingen hun motivatie beleefden.Uit de resultaten van dit onderzoek komt naar voren dat de leerlingen die meedoen met het NAAM PROJECT intrinsiek gemotiveerd zijn. Ze ondervinden plezier in het maken van de opdrachten, voelen zich competent tijdens het NAAM PROJECT, hebben een goede band met hun mentor en ondervinden een bepaalde mate aan vrijheid.Op basis van bovenstaande gegevens wordt X aanbevolen om te kijken of ze hun mentoren meer kunnen ondersteunen, onderwijzen en trainen op het aanleren van vaardigheden die de drie psychologische basisbehoeftes bevredigen zodoende om de intrinsieke motivatie van de leerlingen in stand te houden, dan wel te bevorderen. Door middel van voor- en nabesprekingen kunnen ze in de gaten houden in hoeverre het de mentoren lukt om de vaardigheden aan te leren en toe te passen.Voor een vervolgonderzoek wordt aanbevolen om het onderzoek uit te voeren in het huidige schooljaar, voor een grotere steekproef. Daarnaast moet er opgelet worden of de verhouding in geslacht gelijk zijn zodat representativiteit van beide geslachten wordt gewaarborgd als de validiteit van het onderzoek. Om de validiteit verder te versterken is een onderzoek naar de constructvaliditeit van de IMI aangeraden. Ten slotte zou een verkortere versie van de vragenlijst bijdragen aan een vlotter verloop van het onderzoek.Ook wordt aangeraden dat er dieper wordt gekeken naar de verhouding tussen mentor en het geslacht van de leerling. Resultaten van dit onderzoek laat zien dat meisjes zich meer verbonden voelen met hun mentoren dan jongens. Doordat meer meisjes meedoen met het NAAM PROJECT dan jongens is onderzoek op dat gebied aanbevolen Ten slotte is een onderzoek naar de factoren buiten de intrinsieke motivatie aanbevolen. X kan onderzoek doen naar de methode en het materiaal dat wordt ingezet om te achterhalen in hoeverre het invloed uitoefent op de motivatie van de leerlingen. 3 / 4
Scriptie intrinsieke motivatie toegepaste psychologie 2025 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding........................................................................................................................6 1.1Aanleiding.....................................................................................................................................6 1.2Onderzoeksvraag..........................................................................................................................8 1.3Doelstelling...................................................................................................................................8 Hoofdstuk 2 Theoretische achtergrond............................................................................................10 2.1.Intrinsieke motivatie..................................................................................................................10 2.2.Autonomie.................................................................................................................................11 2.3.Betrokkenheid............................................................................................................................12 2.4.Competentie..............................................................................................................................13 2.5Rol van de leerkracht in het bevorderen van de motivatie.........................................................14 2.6Geslacht en motivatie.................................................................................................................16 2.7Conceptueel model.....................................................................................................................16 Hoofdstuk 3 Onderzoeksdesign........................................................................................................19 3.1Onderzoeksmethode...................................................................................................................19 3.2Onderzoeksdoelgroep.................................................................................................................19 3.3Onderzoeksinstrument................................................................................................................20 3.4Procedure...................................................................................................................................20 3.5Analyse.......................................................................................................................................21 Hoofdstuk 4 Onderzoeksresultaten..................................................................................................23 4.1Uitvoering onderzoek.................................................................................................................23 4.2Resultaten Kwantitatieve data....................................................................................................23 4.3Resultaten kwalitatieve data......................................................................................................25 Hoofstuk 5 Conclusie, discussie en aanbevelingen...........................................................................28 5.1Conclusie.....................................................................................................................................28 5.2Discussie.....................................................................................................................................30 5.3Aanbevelingen............................................................................................................................32 5.4.Rol van de Toegepast Psycholoog..............................................................................................35 Literatuurlijst...................................................................................................................................37 Bijlagen............................................................................................................................................40 Eigen werkverklaring............................................................................................................................59
- / 4