Scriptie pedagogiek crisisopvang veiligheid structuur mentale crisis situatie 1 / 4
Scriptie pedagogiek crisisopvang veiligheid structuur mentale crisis situatie Voorwoord Werken met mensen is iets wat ik graag doe, vooral met kinderen en jongeren.Na de Havo wilde ik de Pabo gaan doen. Het leek me leuk om kinderen iets te leren.Ik gaf me op voor de Pabo maar hoe dichter we naar augustus gingen hoe meer ik mijn twijfels kreeg.Eigenlijk sta ik helemaal niet graag voor de klas, werk ik ook graag een op een met kinderen en ben ik iemand die van een uitdaging houd.Een vriendin van me ging kijken bij de open dag van Pedagogiek in X. Dit leek me ook erg leuk. De opleiding is specifiek gericht op kinderen en jongeren en vooral erg breed. Dat laatst vond ik wel spannend, op deze manier staat de toekomst nog open. Deze opleiding had een doelgroep die me aanspreekt en je kunt er alle kanten mee op. Het leek me een opleiding met veel uitdaging.Ik heb bewust gekozen voor verschillende stages met verschillende doelgroepen. Ik heb hierbij wel steeds stages gelopen bij instanties waar probleemgedrag en specifieke stoornissen voorkwamen. Dit is iets wat ik interessant vind en waar voor mij uitdaging in zit.Als afstudeerstage wilde ik een echte uitdagende stage en koos ik voor de crisisopvang.Deze scriptie komt voort uit mijn afstudeerstage bij crisisopvang ’t X in X.De scriptie is geschreven in het kader van mijn laatste jaar stage van de opleiding Pedagogiek aan de Fontys Hogescholen in X.In het begin keek ik op tegen het afstuderen. Dit was de eerste keer dat we een onderzoek alleen moesten doen. Ook ben ik meer iemand van de praktijk dan van de theorie.Gelukkig beviel de stage me erg goed en kon ik een onderzoek doen in wat ik echt leuk vond en waar ’t X echt wat aan heeft. Een extra stimulans voor mij was dat ik iets kon maken wat echt gebruikt gaat worden.Binnen ‘t X heb ik een ontwikkelingsonderzoek gedaan naar een beloningssysteem voor alle groepen van ’t X. Niet alleen voor de groep waar ik stage liep maar voor alle crisisgroepen. Het was veel werk en het heeft veel tijd gekost maar uiteindelijk was dit het zeker waard. Ik heb er alle vertrouwen in dat het gaat werken.Ik wil mijn scriptiebegeleidster X bedanken voor haar uitstekende begeleiding. Bij haar kon ik altijd terecht. Daarnaast wil ik X bedanken vanuit de opleiding.Tenslotte wil ik alle medewerkers van ’t X bedanken voor hun medewerking.Zonder hun medewerking en enthousiasme was het niet gelukt. 2 / 4
Scriptie pedagogiek crisisopvang veiligheid structuur mentale crisis situatie Samenvatting De vraag: ‘Hoe kan ik een beloningsmodel in de vorm van een fasemodel zo inrichten dat het functioneert?’, is de vraag die mij tijdens het schrijven van deze scriptie heeft bezig gehouden. De doelstelling hierbij is: een bijdrage leveren aan het bieden van veiligheid, structuur en rust aan cliënten die in een crisissituatie binnen komen bij ’t X.Daarnaast levert het een bijdrage aan een eerste kleine gedragsverandering bij deze cliënten.Om een antwoord op bovenstaande vraag te kunnen geven ben ik op zoek gegaan naar literatuur die van belang is bij het maken van een beloningssysteem voor de crisisopvang. Hierbij is de doelgroep erg belangrijk. Ook ben ik op zoek gegaan naar theorieën die aansluiten bij het fasemodel.Om tot een goed ontwikkelingsonderzoek te komen heb ik gebruik gemaakt van een open interview voor alle medewerkers van ’t X. Hierbij was mijn doel: erachter te komen waar men tegen aanloopt bij een nieuwe crisis en hoe zij denken over een nieuw beloningssysteem (het fasemodel). De uitkomst hiervan was de behoefte aan een nieuw beloningssysteem dat voor alle groepen van ’t X hetzelfde is. Het belangrijkste punt waar men tegenaan liep bij een nieuw crisis was: weinig informatie over de cliënt. De conclusie die ik hieruit kon trekken was dat ik voor een duidelijk en makkelijk hanteerbaar beloningsmodel moest zorgen.Het beloningsmodel moet meteen bij binnenkomst van een crisis opgestart worden, er zal geen observatieperiode zijn. De scorepunten kunnen naderhand aangepast worden. Na het open interview heb ik een stuurgroep opgestart met de medewerkers van ’t X. Met deze stuurgroep is besproken welke richtlijnen belangrijk zijn voor het fasemodel. Ook is besproken hoe we het voor alle doelgroepen werkbaar konden maken en we het ook konden aanpassen aan het individu.Een orthopedagoge heeft het concept van het fasemodel bekeken en goedgekeurd. Hierna heeft het fasemodel beetje bij beetje vorm gekregen. Uiteindelijk heb ik nog het fasemodel getest op twee cliënten. Op deze manier kon ik bekijken of het fasemodel werkbaar was en hoe de cliënten erop reageerden.De cliënten reageerden erg positief op het fasemodel. Ze konden zelf beloningen uitkiezen wat het voor hen interessant maakt. Wel werd duidelijk dat de scorepunten te globaal waren en specifieker moesten worden. Dankzij het testen van het fasemodel heb ik dit nog kunnen aanpassen.De conclusie vanuit de onderzoeken is zorgen voor een duidelijk, gestructureerd fasemodel dat uitgaat van belonen. Daarnaast is het belangrijk dat de cliënten hun eigen beloningen mogen kiezen zodat het zo interessant mogelijk voor ‘hen’ is en ze zich verantwoordelijk voelen. Ook moet het een werkbaar model zijn en daarom wordt het per individu ingevuld en kunnen bijvoorbeeld de scoremomenten per groep verschillen.Bij binnenkomst van een cliënt wordt het fasemodel meteen gestart. Dit is duidelijk voor de cliënt en de scorepunten kunnen naderhand eventueel aangepast worden. 3 / 4
Scriptie pedagogiek crisisopvang veiligheid structuur mentale crisis situatie Inhoud Voorwoord.................................................................................................................................2 Samenvatting..............................................................................................................................3 Inleiding.....................................................................................................................................6
- De stage-instelling..................................................................................................................7
1.1 De organisatie...................................................................................................................7
1.1.1 Bestaansrecht.............................................................................................................7
1.1.2 Leefbaarheid............................................................................................................10
1.1.4 Management....................................................................................................................10
1.1.5 Omgeving................................................................................................................10
1.2 Crisisopvang ’t X...........................................................................................................11
1.2.1 X..............................................................................................................................11
1.2.2 X 2...........................................................................................................................12
1.2.3 X 4...........................................................................................................................13
1.2.4 Naam groep.............................................................................................................14
1.2.5 Locatie X 10 en 12 te X...........................................................................................14
1.2.6 Dagcentrum ‘De X..................................................................................................14
1.2 Aanleiding onderzoek.....................................................................................................15 2.1 Wat is licht verstandelijk beperkt?.................................................................................17
2.1.1 Licht verstandelijk gehandicapten met probleemgedrag.........................................18
2.2 Wat zijn gedragsstoornissen?.........................................................................................18
2.2.1 Kenmerken van ODD en CD...................................................................................19
2.3 Specifieke stoornissen....................................................................................................19
2.3.1 ADHD.....................................................................................................................20
2.3.2 Autisme...................................................................................................................21
2.3.3 Hechtingsproblematiek............................................................................................23
- Onderzoek............................................................................................................................27
3.1 Aanleiding tot het onderzoek.........................................................................................27 3.2 Doelstelling....................................................................................................................27
3.2.1 Definities.................................................................................................................28
3.3 Onderzoeksopzet............................................................................................................28
3.3.1 Het ontwikkelingsonderzoek...................................................................................29
3.3.2 Open interview........................................................................................................29
3.3.3 Gebruik stuurgroep..................................................................................................30
3.3.4 Procesevaluatie........................................................................................................31
- Het fasemodel.......................................................................................................................34
4.1 Kernpunten fasemodel....................................................................................................34
4.1.1 Werking fasemodel..................................................................................................36
4.1.2 Het belang van de fasen...........................................................................................36
4.2 Het behaviorisme............................................................................................................37
4.2.1 Operant conditioneren.............................................................................................37
4.3 Belonen of straffen?.......................................................................................................38
- Conclusies en aanbevelingen................................................................................................41
- / 4
5.1 Conclusies......................................................................................................................41 5.2 Aanbeveling....................................................................................................................41 Nawoord...................................................................................................................................43 Literatuurlijst............................................................................................................................44 Bijlage 1. Open interview.....................................................................................................46