- / 3
PSYCHOANALYSE
Sigmund Freud (Duits) (1856-1939) →‘uitvinder’ van de psychoanalyse en heeft zowel de theorievorming als de hulpverleningspraktijk gestimuleerd. 1885
De uitgangspunten:
1.Gaat uit van de subjectieve ervaringen. Het gedrag wordt veroorzaakt door biologische aanleg en levensgeschiedenis.
2.Gedrag wordt niet altijd bewust aangestuurd.
3.Mensen hebben een onbewuste d.w.z. dat het bestaat uit wensen waarvan we soms niet wisten dat we ze hadden of dat je ze hebt weggestopt. Het onbewuste blijft gedrag beïnvloeden.
4.Conflictmodel: De compromis tussen een wens (zelf opgelegd) en een verbod.
Bv. Ik wist dat het niet mocht, maar ik deed het toch.
5.Al het gedrag heeft een betekenis . Vergissingen of ongelukjes bestaan niet, het heeft allemaal een verborgen betekenis. De taak van de psychoanalytische therapeut is om verborgen betekenissen te verhelderen.
6.Ervaringen uit de eerste levensjaren zijn belangrijk om de persoonlijkheid van de volwassene te bepalen.
Geschiedenis:
Freud determinisme = zoeken naar oorzaken van gedrag
-Mechanistische benadering: aangeboren driften
-Romantische benadering: onbewuste
-Personalistische benadering: hermeneutische methode = betekenis voor gedrag en
dromen □
Freuds theorieontwikkeling: hypnose weerstand dromen□
Hypnose: terug naar herinneringen.□
Weerstand: psychisch mechanisme voorkomt pijnlijke herinneringen die boven willen komen.Daarnaast is er binnen het onbewuste geen goed onderscheid tussen fantasie en echte herinneringen.□ Droominhoud: de droominhoud die wordt herinnerd is de vermomming van onbewuste wensen.
Het mensbeeld:
-Mechanistisch en personalistisch mensbeeld (Dualistische benadering) -Pessimistisch = geen eigenbaas en de driften (agressies) besturen de mens -Optimistisch = bewust worden van onbewuste driften en wensen en daardoor de baas worden
-Bio psychosociaal model: Nadruk op psyché maar wel te combineren
Inleiding van de Psychoanalyse:
Drie verschillende mensbeelden:
-Mechanische mensbeeld -Organische mensbeeld -Personalistische mensbeeld Vroege psychoanalyse (mechanistisch) = bio psychische benadering aangeboren (biologische) driften veroorzaken gedrag□Latere psychoanalyse (personalistisch) = bio psychische benadering, psychisch niveau staat centraal (subjectieve ervaringen)
De klassieke Theorie:Onbewuste mentale processen
1.Bewuste: Alles wat zich onder mijn aandacht afspeelt.
2.Voorbewuste: De kennis die nu niet onder je aandacht is, maar die je wel op kan roepen.
3.Onbewuste: Daar weet je niks van, vaak zitten er kinderlijke wensen en herinneringen die teveel angst opwekken om bewust te zijn. 2 / 3
Dynamisch proces:
Dromen, versprekingen of neurotisch gedrag (bijv. overdreven angst) zijn een compromis tussen de onbewuste wensen of herinneringen en de censuur van het (voor)bewuste.□
*primaire proces (onbewuste)□Het streeft naar verwerkelijking van wensen:
lustprincipe Het is irrationeel = ongevoelig voor bewuste redenen (geen normen en waarden) *secundaire proces ((voor)bewuste)□ Het is gericht op de doelmatigheid (met waarden en normen)□Het kenmerkt zich door rationaliteit (overwegingen), oftewel het realiteitsprincipe Drifttheorie: Freud veronderstelde 2 aangeboren driften: -Levensdrift / seksuele drift: lust en zelfbehoud. Alles eruit halen wat er in zit. Eros
-Doodsdrift: agressie en vernietiging. Deze driften sturen ons gedrag Thanatos
-Libido Driftenenergie van Eros Objectenenergie Energie op anderen Psychische structuur -ID (es) Bevrediging driften – 0 tot 1 jaar. (onbewuste) Onbewuste wensen staan gelijk aan wat je nu ziet. BV. Een baby heeft honger en gaat huilen, want die wil nu eten.
Conflict: ik wil eten, maar ik moet wachten op mijn moeder.
-EGO (ich) Rede, gezond verstand, rationele structuur– 1 tot 3 jaar. (bewuste) De wensen uit het onbewuste kunnen afgewogen worden naar de realiteit. BV. Als ik honger heb en ik hoor mijn moeder, dat weet ik dat mijn eten er zo aan komt.-SUPEREGO (úberich) Geweten Ik-ideaal – 4 tot 5 jaar (voorbewuste) Het ontstaan van het geweten. Wie mag ik zijn, wie kan ik zijn, wie wil ik zijn.Er is altijd een conflict tussen Id en Superego, dat het Ego moet oplossen. Maar het conflict blijft altijd en zal nooit worden opgelost.Ontwikkelingsfasen Psychoseksuele ontwikkeling 1.Fase 1: Orale fase (mond is erogene zone) 0-1 jaar. = ID, Onafhankelijkheidsconflict.
2.Fase 2: Anale fase (Anus is erogene zone) 1-3 jaar = EGO, autonomie/zelfcontrole 3.Fase 3: Fallische fase (Fallus, geslachtdeel is erogene zone) 3-6 jaar = SUPEREGO, rivaliteit/identiteit 4.Fase 4: Oedipale fase (genitaliën) 3-6 jaar = Identiteitsontwikkeling door Oedipus Oedipusconflict: Het conflict wat je moet doormaken om het superego te ontwikkelen. Het houdt in dat je emoties voor de moeder en van vijandschap en jaloezie ten opzichte van de vader, gaat verwerken waardoor je, je gaat identificeren.
5.Fase 5: Latentie fase (geen, rust) 6-12 jaar.
6.Fase 6: Genitale fase (genitaliën) 12+ jaar = De leeftijd waarop je relaties met andere aan durft te gaan. Mits je de andere conflicten goed hebt doorlopen. Pubertijd Freud heeft 2 mogelijkheden bij het niet harmonieus verlopende driftenontwikkeling: Fixatie: dat het kind blijft steken in de fase hij weet het conflict niet voldoende op te lossen. Krijgt hij later last van.
Regressie: Vervalt weer terug in een oudere fase die hij al doorlopen heeft.
Ontwikkelingen na Freud Hechtingstheorie Bowlby Volgens Bowlby is er maar 1 aangeboren iets en dat is hechting.0-2 hechtingsfase 2-8 beginnende gehechtheid
- feitelijk gehechtheid
Separatieangst: angst om gescheiden te worden.
Het hechtingsproces:
- / 3