• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Spraak-taalstoornissen samenvatting

Class notes Dec 26, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Spraak-taalstoornissen samenvatting H5 t/m H10 Hoofdstuk 5 Lyn heeft een taalachterstand 5.1 De communicatie van Lyn in kaart gebracht De taalanalyse van Lyn is te vinden in het boek.

5.2 Taal en taalverwerving Een kind dat de moedertaal verwerft, leert de systemen ervan kennen en gebruiken. Elke taal bestaat uit meerdere regelsystemen: een klanksysteem, een woordenschat en grammatica. Naast deze verbale regelsystemen hebben ook de intonatie en gezichtsexpressie een groot aandeel in de taal.Op dit moment is er veel aandacht voor de vroege taalontwikkeling, onder meer in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Die aandacht is logisch, gezien de enorme gevolgen die taalproblemen hebben voor het leren van kinderen en voor hun kansen in de toekomst.Ouders imiteren de toonhoogte en de geluiden van de baby en ze voegen er spontaan verbale taal aan toe. Een baby leert daardoor de stemklanken te herkennen en de verschillende klanken te onderscheiden en na te doen. Dit beurtgedrag tussen ouder en kind: naar elkaar kijken, luisteren en om de beurt op elkaar reageren, is een universeel onderdeel van de interactie en een belangrijke start in het leren van de moedertaal.Ook gaat een kind de taal op een gegeven moment verinnerlijken. Dat betekent dat hij zichzelf bij handelingen innerlijk met de taal begeleidt die hij eerder van zijn moeder of vader hoorde.Voor de taalmogelijkheden van een meertalig kind zijn er twee belangrijke aspecten: de taal van het kind zelf, maar ook het (interculturele) contact daarover met de ouders. De taal van een kind die de tweede taal verwerft, wordt tussentaal genoemd. Deze term betekent dat er al een systeem zit tussen het beginnend en het volledig beheersen van de tweede taal.De passieve taal houdt in: waarnemen en begrijpen (‘ontvangen’) van gesproken of geschreven taal (taalreceptie of taalbegrip). De actieve taal houdt in: bedenken en mondeling of schriftelijk uiten (‘zenden’) van taal (taalexpressie of taalproductie).Bij zichtbare non-verbale taal kun je denken aan iemand zijn gezichtsuitdrukking. Veel doven gebruiken gebarentaal. Ook kunnen er symboolsystemen worden gebruikt. Er zijn non-verbale elementen van gesproken taal die hoorbaar zijn en waarmee een kind de boodschap kan overbrengen. Bijvoorbeeld de luiheid, de intonatie ofwel de zinsmelodie van de gesproken taal, het spreektempo, de spreekpauzes en de klemtonen. 1 / 3

5.3 Verbale taalontwikkeling Een jong kind leert de taal altijd eerst passief en vervolgens actief te gebruiken. De ontwikkeling van

de verbale taal van een kind verloopt in een bepaalde volgorde:

1.Eerst leert het kind klanken onderscheiden en maken (het niveau van de fonologie).In de baarmoeder leert het kind al de stemklank en het spraakritme van de moeder kennen.In de wieg gaat het kind geluiden en klanken preciezer onderscheiden. Hierna ontdekt hij van alles aan zijn eigen lichaam. Het kind probeert steeds meer klanken te produceren.

2.Vervolgens gaat het kind de betekenis van de taal begrijpen en zelf betekenisvolle lettergrepen en woorden gebruiken (het niveau van de semantiek).Een éénjarige kan meestal ook woorden en korte zinnetjes begrijpen, reageren op zijn naam en duidelijk maken wat hij wilt. Ook kan er lichaamstaal bij komen kijken.

3.Weer wat verder in de ontwikkeling maakt hij zinnen van twee en meer woorden (het niveau van de syntaxis).Wanneer een kind twee jaar is, kan hij zinnen van twee of meer woorden maken. Daarmee kan hij al veel meer uitdrukken dan met een woord. Hij legt verbanden tussen woorden. Het kind gebruikt ook gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Het kind doet echt mee in de communicatie.

4.Daarna gaat hij de verbuigingsregels begrijpen en toepassen (het niveau van de morfologie).Als het kind ouder wordt, begint hij de regels van de taalvorm te kennen: twee keer een kip is: kip-pen. Maar twee keer een varken is: varken-s. Dit is best lastig. Aan de morfologische fouten die een kind maakt kun je dus goed zien hoe hij zich ontwikkeld.Tot slot kan aan deze indeling van de verschillende taalniveaus nog de pragmatiek worden toegevoegd. De pragmatiek is het niveau van het taalgebruik in de interactie. Hoe neemt het kind initiatieven, hoe is zijn beurtgedrag enz. Dat zijn belangrijke observatievragen bij de pragmatiek of het taalgebruik.

De voorwaarden voor een optimale taalontwikkeling zijn de volgende:

Voor het kind:

-Het kan goed horen -Het heeft behoefte aan contact met andere -Enz.

In de omgeving is voldoende taalaanbod:

-De ouders stimuleren het kind door samen te communiceren in een veilige omgeving -De taal die in de omgeving wordt gebruikt is correct, vertrouwd en goed te volgen Voldoende opleiding en financiële middelen van de ouders spelen mee in het scheppen van voorwaarden voor een stimulerende taalomgeving.Wanneer deze voorwaarden niet of nauwelijks aanwezig zijn kunnen ernstige taalproblemen ontstaan.

5.4 Taalproblemen Taalproblemen van kinderen variëren van bijvoorbeeld een wat latere start met praten tot een ernstige taalontwikkelingsstoornis of kinderafasie. Kinderafasie is een verworven taalstoornis ten gevolge van letsel in het taalgebied in de hersenen als de taalontwikkeling al normaal op gang is gekomen. Afasie bij kinderen komt veel minder vaak voor dus daar wordt niet verder op ingegaan.Bij een vrij grote groep kinderen treedt een spraak- of taalontwikkelingsstoornis op.Wanneer een kind een tweede taal leert, kunnen op alle taalniveaus problemen optreden: Fonologisch kunnen er problemen zijn bij het vormen van klankpatronen die in de eerste taal niet voorkomen, zoals schr of ui. 2 / 3

Semantisch zijn er problemen met het vinden van de juiste woorden en het begrijpen van de betekenis ervan.Syntactisch: de woordvolgorde in een zin verschilt vaak van die in de moedertaal.Morfologisch: de manier van vervoegen kan anders zijn, de uitgangen -je of -tje zijn bijvoorbeeld typisch voor met name het Nederlands.Ook in het opbouwen van de woordenschat of het lexicon zijn er, zeker in het begin, problemen in de communicatie. Het taalgebruik kan daarom veel moeizamer verlopen voor een kind dat het Nederlands als een tweede taal leert (een NT2-kind).Kinderen, maar ook volwassenen die een tweede taal leren, zullen een geruime periode last hebben van inferentie. Dat betekent dat verschijnselen uit de eerste taal doorwerken in de andere taal. Met generalisaties, dat wil zeggen: wat geleerd is in de ene context toepassen in andere contexten, probeert het kind de regels van het Nederlands te verwerven.Broddelen is een taalstoornis waarbij een kind na de taalverwerving, dus na een jaar of zeven, nog steeds onvloeiend, slordig, chaotisch en vaak snel spreekt.Dyslexie is een erfelijke aandoening waarbij het lezen en het spellen problemen oplevert. Kenmerken van dyslexie zijn: traag leren, problemen met het lezen en spellen van woorden en lettergrepen en vertraagde verwerking van spraakklanken.Wanneer een taalprobleem min of meer op zichzelf staat, spreken we van een primair taalprobleem.Als het taalprobleem echter samenhangt met – of het gevolg is van – een ander handicap of probleem, noemen we dat een secundair taalprobleem.

Primaire taalproblemen kunnen ontstaan door:

1.Onvoldoende auditieve mogelijkheden Een kind van +/- 3 jaar zit midden in een gevoelige periode voor het leren van taal. Als een kind vaak verkouden is kan hij de taal niet consequent goed horen. Sommige kinderen horen de taal in hun omgeving minder goed doordat ze zich niet goed kunnen concentreren.

2.Erfelijke taalzwakte Van erfelijke taalzwakte is sprake wanneer bij de ouders, broertjes en zusjes ook problemen met de taal zijn vastgesteld.

3.Onvoldoende taalstimulering door de omgeving.Onvoldoende taalstimulering vanuit de omgeving betekent dat de ouders van het kind op een ineffectieve manier taal aanbieden aan het kind.

Secundaire taalproblemen kunnen ontstaan door:

Een ernstig gehoorhandicap Een ernstige afwijking in de bouw en de werking van de spraakorganen: denk hierbij aan een schisis (hazenlip).Neurologische stoornissen: door een beschadiging aan het zenuwstelsel kunnen de taalproductie en het taalbegrip afwijkend zijn.

Een ernstig psychologisch probleem: een traumatische ervaring bijvoorbeeld.

Problemen met leren: door cognitieve problemen kost ook het verwerven van de regels van het taalsysteem moeite.Gedragsstoornissen kunnen problemen met het taalgebruik veroorzaken, bijvoorbeeld kinderen met AD(H)D (een aandachtstekortstoornis met of zonder hyperactiviteit) of met PDD-nos (een niet nader gespecificeerde pervasieve ontwikkelingsstoornis).Een slechte lichamelijke conditie: de taalontwikkeling loopt net als de rest langzamer.

  • / 3

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 26, 2025
Description:

Spraak-taalstoornissen samenvatting H5 t/m H10 Hoofdstuk 5 Lyn heeft een taalachterstand 5.1 De communicatie van Lyn in kaart gebracht De taalanalyse van Lyn is te vinden in het boek. 5.2 Taal en t...

Unlock Now
$ 1.00