SPSS samenvatting handelingen toets 2020 Inhoudsopgave Voorwoord.............................................................................................................................................1 Deel 1: Hoe werkt SPSS...........................................................................................................................2
- Verschillende documenten.............................................................................................................2
- Opdrachten uitvoeren....................................................................................................................6
- Werken met de Syntax.................................................................................................................14
1.1 Dataset document....................................................................................................................3 1.2 Syntax document......................................................................................................................4 1.3 Output document.....................................................................................................................5
2.1 Je hebt informatie nodig over de sample.................................................................................6 2.2 Je wil de data aanpassen..........................................................................................................8 2.3 Je wilt de data die gebruikt wordt voor het vormen van tabellen en grafieken aanpassen....10 2.4 Je moet zelf de data invoeren.................................................................................................11 2.5 Je moet een toets uitvoeren...................................................................................................11 2.6 Je moet iets achterhalen over de correlaties tussen variabelen.............................................12 2.7 Je wilt gebruik maken van non-parametric statistics (Chi^2-test)..........................................13
Deel 2: Alle opdrachten die je zou moeten uitvoeren op een rijtje......................................................16 Voorwoord Het is aan te raden om een document in SPSS voor je te nemen, zodat je mee kunt kijken en je goed zult begrijpen wat er bedoelt wordt. Ik heb geprobeerd dit document zo duidelijk mogelijk te maken,
1 1 / 4
zodat je het zonder enige voorkennis kunt begrijpen. Wel is het aan te raden zelf te oefenen voor aanvang van de toets. De tekst is gebaseerd op de oefeningen van SPSS via Canvas. De vragen die je zal moeten beantwoorden, staan niet letterlijk in dit document. Om sommige vragen te beantwoorden zul je een aantal opdrachten moeten combineren. Dit document is bedoelt om uit te leggen welke opdrachten je leert uit te voeren met de oefeningen van SPSS. Echter moet je om sommige vragen te beantwoorden, verschillende opdrachten combineren. Om snel te kunnen weten wat je moet doen, is het heel handig om te oefenen met SPSS. Zorg dat je de opdrachten onder de knie hebt en dat je weet wanneer je welke opdracht moet toepassen. Als het goed is kun je dan elke
vraag beantwoorden. Veel succes met het maken van de toets! Je kan het :)
Ter verduidelijking het eerste deel van deze samenvatting is bedoeld om het programma onder de knie te krijgen. Het tweede deel is heel handig voor de toets. Ik zou wel het gehele document printen zodat je altijd alles kunt terug zoeken. Je kunt natuurlijk altijd de afbeeldingen uit het document verwijderen, dan kost het minder inkt ;)
Oranje: opdrachten (behalve in deel 2, omdat anders deel 2 geheel oranje is)
Groen: definities
Deel 1: Hoe werkt SPSS
- Verschillende documenten
Er zijn verschillende documenten die je nodig hebt om SPSS te gebruiken:
2 2 / 4
Dataset Output Syntax 1.1 Dataset document De dataset wordt op de toets gegeven. Deze moet je downloaden en daarna openen.
Een bestand downloaden:
Klik op het blauw onderstreepte document in de opdracht. Het bestand gaat nu downloaden.Dit document heeft 2 tabbladen (net zoals dat je in excel in een document meerdere tabbladen kunt hebben). Je kunt onderaan het document switchen van tabblad. 1 tabblad heet 'Data view'. Het andere tabblad heet 'Variable view'.Data view: hier staat de gehele data set met de afhankelijke variabelen per proefpersoon.
Kolom (van boven naar beneden): afhankelijke variabele
Kolom 1: nummers proefpersonen (deze kolom is blauw)
Rijen (van links naar rechts): antwoorden per proefpersoon
Rij 1: de namen van de afhankelijke variabelen (deze rij is blauw)
Variable view: hier staat de uitgebreide informatie over de variabelen.
Voor elke variabelen worden er een aantal specificaties gemaakt:
Name: naam van de afhankelijke variabelen (soms staat de variabele voluit geschreven, soms met een afkorting). Deze naam gebruik je ook in de syntax (zie hoofdstuk 3).
Label: Hier staat beschreven wat er precies wordt bedoeld met de variabele
Values: Hier staat soms gespecificeerd wat er met welk cijfer wordt bedoeld. Bijvoorbeeld voor geslacht. Dan staat er 1; man 2;vrouw. Dan wordt er in de dataset dus aangegeven met een 1 dat het om een man gaat en met een 2 dat het om een vrouw gaat.Mocht je meer willen weten over hoe de values zijn gespecificeerd, klik dan op waarover je meer specificatie zoekt. Klik vervolgens op het blauwe vierkantje met 3 puntjes. Er opent zich nu een nieuw schermpje met de gezochte informatie.
3 3 / 4
Missing: Hier staan de getallen die gebruikt worden om aan te geven dat een bepaalde waarde onbekend is (bijvoorbeeld 8, 99,999) Als je deze waarde bij de benoemde variabele ziet staan in de dataset weet je dat de waarde van deze variabele niet bekend is.Measures: meetniveau van de variabele. Keuze uit Scale, ordinal of nominal (je moet kunnen opzoeken om wat voor meting het gaat, kijk hiervoor dus bij de variable view ) Er is meer informatie beschikbaar over de variabelen, maar deze zijn niet heel relevant.Voorbeeld van een dataset document 1.2 Syntax document Op deze pagina staat alles wat je uitvoert in taal verwerkt. Dit is een handige manier om acties uit te voeren, omdat je op deze manier gelijk ziet wat er eventueel mis kan zijn gegaan. Het is erg aan te
- / 4