• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Stappenplannen en belangrijke opsommingen Strafprocesrecht: verdieping Master

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Stappenplannen en belangrijke opsommingen Strafprocesrecht: verdieping – Master Strafrecht UU – 2025-2026 Week 1: inleiding: recapitulatie, het EVRM, het EHRM, de EU: centrale concepten & legaliteit ..... In wet- & jurisprudentiebundel

Stappenplan: wanneer is er sprake van een criminal charge?

1.Stap 1: het begrip ‘criminal charge’ ex artikel 6 lid 3 EVRM is een autonoom begrip. Om de volle werking van de verdragsrechtelijke waarborgen te kunnen garanderen legt het EHRM de term ‘criminal charge’ autonoom (dus los van de kwalificatie die een lidstaat aan de procedure tot oplegging van een sanctie heeft gegeven) uit.EHRM Jussila §29 + noot punt 7.

2.Stap 2: een ‘criminal charge’ bestaat vanaf het moment dat een persoon officieel door de bevoegde autoriteit in kennis is gesteld van een beschuldiging dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd, of vanaf het moment waarop zijn situatie aanzienlijk is beïnvloed door maatregelen die door de autoriteiten zijn genomen naar aanleiding van een verdenking tegen hem.EHRM Ibrahim §249.

3.Stap 3: om te bepalen of sprake is van een ‘criminal charge’ moet voldaan worden aan de Engel- criteria. Belangrijk hierbij is dat de door het EHRM geformuleerde criteria (stap 5 & 6) niet cumulatief maar alternatief zijn.EHRM Jussila §30-31 + noot punt 2 & 7.

4.Stap 4: wordt de normschending naar nationaal recht ondergebracht in het strafrecht?Zo ja, dan is er automatisch sprake van een ‘criminal charge’. Er hoeft niet meer naar stap 5 & 6 gekeken te worden.Zo nee, dan kan er alsnog sprake zijn van een ‘criminal charge’ charge conform, het Öztürk-arrest. Door naar stap 5.EHRM Jussila §30 + noot punt 8.5a.Stap 5a: valt de aard van de overtreding onder een ‘criminal charge’? Dit valt onder te verdelen in het normadressaat-criterium en het sanctiedoel-criterium.EHRM Jussila §31 + noot punt 8.5b.Stap 5b: is er sprake van een algemene norm die eenieder kan raken (= normadressaat- criterium)?Bepalingen van bijv. tuchtrechtelijke aard vallen buiten deze categorie; deze zijn gericht tot een beperkte groep met een bijzondere status.EHRM Jussila §31 + noot punt 8.5c.Stap 5c: is de sanctie bestraffend (punitief) en afschrikkend van aard (sanctiedoel-criterium)?Is de sanctie bestraffend en afschrikkend van aard (en bijgevolg niet bedoeld als enigerlei vorm van herstel van de onrechtmatige toestand) dan is er sprake van een sanctie met een ‘criminal nature’ (bestraffende aard).EHRM Jussila §31 + noot punt 8.

6.Stap 6: wat is de zwaarte van de sanctie?

Het volstaat dat het strafbare feit naar zijn aard als strafbaar moet worden beschouwd (zie hier: stap 5c) óf dat het strafbare feit de betrokkene blootstelt aan een straf die naar haar aard en ernst thuishoor in het algemene strafrechtelijke domein.Het feit dat sprake is van een lichte sanctie leidt er niet toe dat de sanctie daardoor niet onder het begrip ‘criminal charge’ valt.Een belangrijke eigenschap die aantoont dat ‘iets een strafrechtelijke sanctie is, is vergelding.EHRM Jussila §31 + noot punt 8.

7.Stap 7: wanneer geconstateerd is dat sprake is van een ‘criminal charge’ komt de verdachte (in de meeste gevallen) de rechten toe van artikel 6 lid 3 EVRM.Het Hof maakt een onderscheid tussen ‘the hard core of criminal law’ en strafzaken die daar van verschillen zoals de zaak waarin aan Jussila een verhoging is opgelegd. Ten aanzien van deze laatste categorie hoeven de verdragsrechten niet even strikt te worden toegepast.EHRM Jussila §40-41 + noot punt 9.

8.Stap 8: conclusie; is er sprake van een criminal charge? En zo ja, is er sprake van ‘hard core criminal law’. Indien op beide vragen ‘ja’ geantwoord kan worden komt de verdachten de rechten onder artikel 6 lid 3 EVRM toe.

1 1 / 4

Stappenplan: wanneer mag er een inbreuk gemaakt worden op het recht op privacy ex artikel

  • lid 1 EVRM?
  • 1.Stap 1: benoem artikel 8 lid 1 EVRM: eenieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Dit is echter geen absoluut recht 2.Stap 2: op grond van artikel 8 lid 2 EVRM is geen inmenging van enig openbaar gezag toegestaan in de uitoefening van dit recht, tenzij (1) dit bij wet is voorzien, (2) het in een democratische samenleving noodzakelijk is én (3) dit in het belang is van (…).3a.Stap 3a: is de beperking bij wet voorzien? Dit valt onder te verdelen in de basis in het nationale recht en de kwaliteit daarvan.EHRM Gillan & Quinton §76 + noot punt 7. Zie ook EHRM Khan §25-26 .3b.Stap 3b: is er een voldoende wettelijke basis voor de beperking in het nationale recht?Dit hoeft GEEN wet in formele zin te zijn.EHRM Gillan & Quinton §76 + noot punt 7. Zie ook EHRM Khan §25-26 .3c.Stap 3c: is deze wettelijke basis van voldoende kwaliteit? Om dit te achterhalen bestaan er 4

aandachtspunten:

(1) De wet moet voldoende toegankelijk zijn; (2) De wet moet voldoende voorzienbaar zijn;

(3) De wet moet in overeenstemming zijn met de rule of law: dit zijn

rechtsbeschermende aspecten die opgenomen zijn en de inbreuk op de grondrechten beperkt.(4) De wet moet voldoende afgebakend zijn; het mag GEEN ‘unfetted power’ zijn. De mate van precisie van de wet – die niet van te voren in elke mogelijke situatie behoeft

te voorzien – hangt in aanzienlijke mate af van:

oDe inhoud van het instrument; oHet terrein waarop het betrekking heeft; en oHet aantal en de status van degenen tot wie de regeling is gericht.EHRM Gillan & Quinton §76-77 + noot punt 7. Zie ook EHRM Khan

§25-26.

4.Stap 4: is de beperking noodzakelijk in een democratische samenleving ex artikel 8 lid 2 EVRM?Dit is de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets.Proportionaliteit = de inzet van de beperking staat in redelijke verhouding tot het doel dat daarmee bereikt moet worden en is niet méér ingrijpend dan noodzakelijk.Subsidiariteit = de beperking wordt alleen ingezet als er geen minder ingrijpende methode bestaat om hetzelfde doel te bereiken.

5.Stap 5: is de beperking ex artikel 8 lid 2 EVRM in het belang van: De nationale veiligheid; De openbare veiligheid; Het economisch welzijn van het land; Het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten; De bescherming van de gezondheid of de goede zeden; of De bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

6.Stap 6: conclusie; indien op ALLE bovenstaande vragen ‘ja’ geantwoord kan worden, is er sprake van een gerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 lid 1 EVRM en mag het recht op privacy dus beperkt worden.Stappenplan: er is sprake van een verdragsschending op grond van artikel 6 EVRM door onbehoorlijk verkregen bewijs, en dan?

5.Stap 1: benoem artikel 6 lid 1 EVRM: bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak (…).

5.Stap 2: het gebruik van wat onrechtmatig werd verworden bewijs hoeft niet per se de grondslag van de bewijsvoering aan te tasten; onrechtmatigheid staat dus niet gelijk aan ‘unfairness’.EHRM Khan §34 + noot punt 1.

5.Stap 3: het is niet de taakvan het Hof om de toelaatbaarheid van bijzondere bewijsvarianten te beoordelen. Dit is de zaak van het nationale recht.EHRM Khan §34 + noot punt 1.

5.Stap 4: de vraag die het Hof moet beantwoorden is of de procedure in haar geheel, inclusief de wijze waarop het bewijs is verkregen, ‘fair’ was.

2 2 / 4

Dit houdt een onderzoek in naar de ‘onwettigheid’ in kwestie en, wanneer er sprake is van schending van een ander verdragsrecht, naar de aard van de vastgestelde schending.Het Hof bekijkt met name of de verdachte voldoende en adequate mogelijkheden heeft gehad om de bewijsverkrijging in de nationale procesgang aan te vechten.EHRM Khan §34 + noot punt 1.

5.Stap 5: niet elke verdragsschending is fataal. Indien ‘the proceedings as a whole where fair’ is de verdragsschending niet fataal.EHRM Bykov §97-98.Dit stappenplan wordt verder aangevuld in week 6.Stappenplan: positieve verplichting van de Staat tot het onderzoeken en evt. opsporen en vervolgen van politieagenten o.g.v. art. 3 EVRM 1.Stap 1: benoem artikel 3 EVRM: niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijk of vernederende behandelingen of bestraffingen.

2.Stap 2: indien dit recht geschonden wordt moet de Staat 2 maatregelen nemen om voldoende herstel hiervoor te bieden.EHRM Gäfgen §116 & 121 + noot punt 2 .

3.Stap 3: de eerste maatregel is dat de Staat een degelijk en effectief onderzoek moet doen naar de schending.Dit onderzoek dient effectief te zijn; Dit onderzoek dient onafhankelijk te zijn; Dit onderzoek dient snel en voortvarend te zijn; Dit onderzoek moet gericht zijn op de identificatie en de bestraffing van de verantwoordelijkheden; en Dit onderzoek moet kunnen bijdragen aan het achterhalen van de toedracht.EHRM Gäfgen §116-117 & 121 + noot punt 2 .

4.Stap 4: de tweede maatregel is dat de Staat voldoende compensatie moet bieden voor de schending.Voor voldoende compensatie na schending van artikel 3 EVRM kan niet worden volstaan met compensatie voor het slachtoffer. De verantwoordelijke overheidsfunctionarissen

moeten worden vervolgd en gestraft. Dus:

oEr moeten straffen of maatregelen worden getroffen die ook daadwerkelijk afschrikwekkend zijn; oDe straf of maatregel moet proportioneel zijn; oDe straf of maatregel moet onder nationaal recht geschieden; en oEr moet op zijn minst de mogelijkheid zijn om compensatie te zoeken en te verkrijgen voor de schade die de aanvrager heeft geleden als gevolg van de ernstige mishandeling.EHRM Gäfgen §116, 118-119, 123 & 127 + noot punt 2 .

5.Stap 5: er is slechts sprake van passende en voldoende compensatie na een schending van het verdrag als de remedie ‘effective’, ‘adequate’ and ‘accessible’ is.Bijv. overmatige vertragingen bij een vordering tot schadevergoeding maken het rechtsmiddel in het bijzonder ineffectief.EHRM Gäfgen §127 + noot punt 3.Week 2: voorarrest en verdedigingsrechten in het vooronderzoek in het licht van het EVRM en de EU ......In wet- & jurisprudentiebundel

Opsomming: algemene bepalingen recht op rechtsbijstand

Het recht op een eerlijk proces is tevens van toepassing op het vooronderzoek, het recht is namelijk toepasbaar vanaf het moment dat er een ‘criminal charge’ is.EHRM Ibrahim §253.

Artikel 28 lid 1 Sv: de grondslag voor het recht op een advocaat.

Artikel 28 lid 1 jo. artikel 27c lid 2 en 3 Sv:

oEen niet-aangehouden verdachte wordt voorafgaand aan het eerste verhoor een mededeling gedaan van zijn recht op rechtsbijstand (artikel 27c lid 2 Sv).oEen aangehouden verdachte wordt onverwijld na aanhouding in elk geval voorafgaand aan een eerste verhoor schriftelijk gewezen op zijn recht op rechtsbijstand (artikel 27c lid 3 Sv).

3 3 / 4

Artikel 28 lid 1 jo. artikel 27ca Sv: er wordt nogmaals mededeling gedaan aan de verdachte over zijn recht op rechtsbijstand voorafgaand aan de inverzekeringstelling, de inbewaringstelling en het onderzoek ter terechtzitting.Artikel 28 lid 1 jo. artikel 28a lid 1 +2 Sv: de verdachte kan vrijwillig en ondubbelzinnig afstand doen van het recht op rechtsbijstand, tenzij het Sv anders is bepaald. De verdachte moet ingelicht worden over de gevolgen hiervan & er moet hiervan een proces-verbaal opgemaakt worden.Artikel 28b lid 1-3 Sv: er bestaan 3 typen zaken: oA-zaken = de hulp-OvJ regelt op eigen initiatief de inschakeling van een raadsman ten behoeve van consultatiebijstand na aanhouding van een kwetsbare verdachte of bij een verdenking van een 12-jaarsfeit (artikel 28b lid 1 Sv).Verdachte kan alleen afstand doen van zijn recht op rechtsbijstand op grond van artikel 28a lid 1 Sv, nadat hij door een raadsman over de gevolgen daarvan is ingelicht (artikel 28c lid 2 Sv).oB-zaken = de hulp-OvJ regelt op verzoek van de verdachte van VH-feiten via de piketcentrale de inschakeling van een raadsman (artikel 28b lid 2 Sv).oC-zaken = indien de verdachte is aangehouden voor een niet-VH-feit, en hij rechtsbijstand wenst (= op eigen initiatief van de verdachte), wordt hij in de gelegenheid gesteld om telefonisch contact op te nemen met een door hem gekozen raadsman (artikel 28b lid 3 Sv).Artikel 28b lid 4 jo. artikel 28a lid 1 + 2 Sv : indien de aangewezen óf gekozen raadsman niet binnen 2 uur beschikbaar is, kán de hulp-OvJ, wanneer de verdachte afstand doet van zijn recht op rechtsbijstand, beslissen dat met het verhoor van de verdachte wordt begonnen.

Opsomming: 2 typen rechtsbijstand

1)Het recht op consultatiebijstand (= een privégesprek tussen de verdachte en de raadsman

voorafgaand aan het verhoor):

oHoofdregel = raadsman moet binnen 2 uur na kennisgeving beschikbaar zijn (artikel 28b lid 4 Sv).oRaadsman is niet binnen 2 uur beschikbaar, dan kan hulp-OvJ besluiten dat met het verhoor van de verdachte wordt begonnen, indien de verdachte hiermee instemt (artikel 28b lid 4 Sv jo. artikel 28a lid 1 + 2 Sv).LET OP! Zwaardere eis voor A-zaken: verdachte kan dan pas afstand doen indien hij door een raadsman op de hoogte is gesteld van de gevolgen (artikel 28c lid 2 jo. artikel 28b lid 1 jo. artikel 28a lid 1 +2 Sv).oDuur = verdachte mag maximaal 30 minuten met zijn raadsman onderhoud hebben (artikel 28c lid 1 Sv).Dit mag eenmalig verlengd worden met max. 30 minuten (artikel 28c lid 1 Sv).oUitzondering = van de consultatiebijstand (& ook van de verhoorbijstand) kan worden afgezien door de hulp-OvJ indien er sprake is van een dringende noodzaak om (artikel

28e lid 1 jo. lid 2 Sv):

Lid 2 onder a: ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de

fysieke integriteit van een persoon te voorkomen; of

Lid 2 onder b: te voorkomen dat aanzienlijke schade aan het onderzoek wordt

toegebracht.LET OP! Deze beslissing kan alleen genomen worden met toestemming van de OvJ (artikel 28e lid 3 Sv) + deze bepaling moet opgenomen worden in het proces-verbaal (artikel 28e lid 4 Sv)!LET OP! Om te mogen afzien van de consultatiebijstand (of de verhoorbijstand) moeten er ‘compelling reasons for restriction zijn’ en moet er sprake zijn van een ‘overall fairness’. Het is immers een inbreuk

op artikel 6 lid 1 EVRM:

Toets 1: compelling reasons. Beperkingen zijn alleen

toegestaan:

i.In uitzonderlijke gevallen; ii.Ze tijdelijk van aard zijn; iii.Er een individuele beoordeling van de specifieke omstandigheden i.c. moet plaatsvinden; en iv.Er een basis bestaat in het nationale recht voor de beperking (in dit geval artikel 28e lid 1 + 2 Sv).

  • / 4

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

With its step-by-step guides, this document made learning easy. Definitely a impressive choice!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Stappenplannen en belangrijke opsommingen Strafprocesrecht: verdieping – Master Strafrecht UU – 2025-2026 Week 1: inleiding: recapitulatie, het EVRM, het EHRM, de EU: centrale concepten & legal...

Unlock Now
$ 1.00