STATIONSPROEF SKILLS LAB I & II
1 / 10
SKILLS LAB I – STATIONS UITGEWERKT:
- Injectie
- Anatomie naald
- Voorbereiding inspuiting
- Naalden
- Injectie subcutaan
- Injectie intramusculair
- Injectie intraveneus
- Katheter
- Dosis en infuus
- Staalname
- Melk
- Bloed
- Bloedbuisjes
- Urine
- Kristallen
- Faeces
- Microscoop
II. Bloedonderzoek
4. ERGONOMIE
5. MATERIAAL EN METHODE
SKILLS LAB 2 – STATIONS UITGEWERKT:
- Chirurgie
- Handschoenen open
- Handschoenen gesloten
- Kiel aantrekken
- Chirurgisch veld voorbereiden
- Hechten
- Knopen leggen
- Rub en scrub
- Bandage
- Robert Jones
- Jersey
- Klinisch onderzoek
- Hond
- Kat
- Paard
- Rund
- Anamnese gesprek
methode
methode
- Omgaan met
- Hond
- Benaderen
- Kat
- Algemeen
- Paard
- Longeren
- Paardenknoop
- Rectaal onderzoek
- Rund
- Benaderen
- Halsteren
- Neusnijper
- Fixatie
- Staart
- Afleiding/prev
- Haptic cow
- Lama
- Vangen
ii. Bijzondere hantering iii. Positionering iv. Fixatie
ii. Fixatie
ii. Benaderen iii. Halsteren iv. Leiden
vi. Fixeren vii. Afleidingstechnieken viii. Opzadelen ix. Hoofdstel
xi. Deken opdoen
ii. Drijven iii. Verplaatsen naar opvoelbox iv. Fixeren
bloedafname
entie slaan
ii. Halsteren iii.
2 / 10
1
INHOUD
stationsproef – skills lab I ........... 1 injectie ....................................... 1 Voorbereiding inspuiting .......... 1 Anatomie naald .................... 1 Voorbereiding ...................... 1 Factoren ............................... 2
NAALDEN .................................. 2
Verschillende soorten .......... 2 Gebruik ................................. 3
INJECTIE SUBCUTAAN ............... 3
video blackboard .................. 4 stappenplan ......................... 5
INJECTIE INTRAMUSCULAIR ..... 6
video blackboard .................. 7 stappenplan ......................... 7
INJECTIE INTRAVENEUS ............ 8
video blackboard .................. 9 stappenplan ....................... 10 katheter steken ...................... 12 uit pdf ................................. 14 stappenplan ....................... 15 video blackboard ................ 16 voorschrift schrijven ............... 18 dosis en infuus ......................... 20 infuussnelheid berekenen - vloeistoftherapie .................... 20 compendium........................... 22 dosis berekenen ...................... 22 staalname ................................ 23 melkstaalname ....................... 23
BLOEDNAME .......................... 28
bloedbuisjes ....................... 29 bloedonderzoek ................. 29 urine staal en kristallen .......... 31
METHODES VOOR URINE-
AFNAME ............................. 31
faeces onderzoek .................... 32 microscoop ............................. 33 Stationsproef – skills lab II ........ 35 chirurgie ................................... 35 chirurgische scrub .................. 35 handschoenen aandoen (dit is open methode) ....................... 36 kiel aandoen ........................... 36 chirurgisch veld voorbereiden 37 hechten ................................... 37 knopen leggen ........................ 38 bandage ................................... 38 robert jones ............................ 38 jersey ...................................... 38 klinisch onderzoek ................... 39 Stap 1: voorbereidend werk: SIGNALEMENT opstellen ........ 39
GRHOKAD ........................... 39
Stap 2: binnenkomst >
Algemene indruk .................... 39 Algemene indruk ................ 39
Stap 3: Anamnese .................. 44
Opbouw anamnese: ........... 44
Stap 4: Algemeen Klinisch
Onderzoek .............................. 45 1) Als een dier gestresseerd
is: eerst
lichaamstemperatuur meten
............................................ 45
2) Mucosae ......................... 45 3) Huidturgor ...................... 46 4) Lymfeknopen (verspreid over hele dier, dus tijdens rondgang dier) .................... 46 5) Pols (en hartauscultatie) 47 6) Ademhaling .................... 48
Stap 5: Specifiek onderzoek .... 49
a) Pijnproeven .................... 49
b) Percussie ........................ 51
c) Palpatie ........................... 52
d) Auscultatie ..................... 52
Stap 6: DDx ............................. 54
Stap 7: Diagnose (Dg) ............. 54
Stap 8: Behandeling of therapie
(Tx) .......................................... 54
Stap 9: Prognose .................... 54
Auscultatie: cardiologie ......... 55
Palpatie hart ....................... 55 Auscultatie hart .................. 56
omgaan met: ............................ 61
hond......................................... 61 hond benaderen ..................... 61 hond bijzondere hantering ..... 61
hond: positionering ................ 62
In en uit kennel ................... 62 Naar zit ............................... 62 Naar sternaal zet de hond eerst in zit ! 62 Naar laterale ligging (zijlig) . 64 Optillen hond...................... 66
hond: fixatie ........................... 67
Fixatie lichaam .................... 67 Fixatie staande hond .......... 68 Fixatie hoofd ....................... 69 Venepunctietechnieken ..... 71 Andere ................................ 72 kat ............................................ 74
kat: algemeen ......................... 74
kat: fixatie .............................. 75
Handdoekmethodes .......... 75 Halsdoek met 1 voorpoot vrij
........................................... 78
Alternatieven fixatie kat: ... 79
PAARD...................................... 80
paard longeren ...................... 80 paard benaderen ................... 80 paard halsteren ..................... 82 paard leiden ........................... 83
Paard: paardenknoop ............ 83
paard: fixeren ........................ 85
Fixatie voor bloedafname v.jugularis ............................. 85 Afleidingstechnieken ......... 85
paard: opzadelen ................... 87
OPMERKINGEN .................. 88
paard hoofdstel ..................... 89
paard: klinisch onderzoek ...... 91
temperaturen .................... 91
paard: rectaal onderzoek....... 91
paard: (weide)deken opdoen 92
rund ......................................... 93
rund: benaderen .................... 93
Rund: drijven .......................... 93
Rund: verplaatsen naar
opvoelbox .............................. 94 Van de stal naar de
opvoelbox: ......................... 94
Van de opvoelbox naar de
stal: .................................... 95
Rund: fixeren.......................... 96
halsteren ............................ 96 neusnijper aandoen (geen fixatie maar afleiding) ........ 98 fixatie voor bloedafname v.jugularis ............................. 99 staart fixeren ................... 100 afleiding/preventie slaan . 101 Rund: rectaal onderzoek: haptic cow ...................................... 103
LEVEL 1: PELVIS EN CERVIX
......................................... 103
LEVEL 2: VINDEN EN
IDENTIFICEREN VAN DE
UTERUS ............................ 103
lama ....................................... 105 lama vangen ........................ 105 lama halsteren ..................... 105
3 / 10
1
STATIONSPROEF – SKILLS LAB I
INJECTIE
VOORBEREIDING INSPUITING
ANATOMIE NAALD
- Stamper
- Spuit
- Tip
De tip moet stevig in de hub, het uiteinde van de naald bevestigd. De naald zelf heeft nog een bevel, waarin zich het lumen van de naald bevindt. De naald is beschermd door een plastic hoes als deze in de verpakking zit.
VOORBEREIDING
Nagels moeten kort, proper, EN JUWELEN MOETEN UIT. De asceptie is heel belangrijk.Voorbereiden spuit naald en injectievloeistoef.
Eerst moet de naald, die we specifiek hebben uitgekozen om het gewenste product (water of olie-achtige substantie) en een spuit op een hygiënische en liefst steriele manier uit de verpakking halen. Verpakkingen op de bananenschil manier openmaken. BELANGRIJK: tip van de spuit en hub van de naald mogen niet aangeraakt worden. Hierna bevestigen we de naald stevig op de spuit. Niet te stevig, zodat we de naald na de inspuiting kunnen afkoppelen.
De toe te dienen injectievloeistof zit meestal in een al dan niet doorzichtige flacon, bovenaan voorzien van een rubberen dop. VOORALEER de flacon aan te prikken, wordt gekeken naar de houdbaarheidsdatum en wanneer de flacon voor de eerste keer is aangeprikt. Farmaceutische industrie garandeert het goedblijven van de vloeistoffen na het aanprikken enkel als de rubber dop in het middelste gedeelte wordt aangeprikt.
Als we de vloeistof uit een flacon halen, wordt deze gevuld met een dode ruimte, waardoor het aspireren van de hoeveelheden moeilijk kan worden. Om dit te vermijden kunnen we al een beetje lucht in de spuit nemen. Opgepast bij nieuwe flacons, de druk is hier al zeer hoog.Extra lucht bijvoegen kan het proces net moeilijker maken. Nadat we de dop hebben gereinigd met ontsmettingsalcohol prikken we de naald in het midden van de rubberen dop, en draaien de flacon en naald en spuit ondersteboven. We spuiten de lucht in de fles, en zien dat de naald zich geheel in de vloeistof bevindt, vooraleer we het gewenste volume vloeistof aspireren of opzuigen. Als we zien dat er veel lucht wordt geaspireerd, nemen we meer vloeistof op dan gewenst. Hierna verwijderen we de naald uit de fles. Eventuele luchtbellen: op de naald tikken. De naald die gebruikt is om de vloeistof op te nemen is bot door het aanprikken van de rubber dop. We vervangen de naald op een aseptische wijze.