Stilstaan bij gedrag Samenvatting theorietoets Meervoudig Risico Model Balansmodel Visies op gedrag Ecologisch Medisch Biologisch
Gedragsmodel: leertheoretisch/cognitief
Interactioneel Oplossingsgericht Professional in de Spiegel Constructpsychologie 1 / 3
Meervoudig Risico Model (MRM) – Van der Ploeg Figuur 1 Meervoudig Risicomodel - Van der Ploeg Indeling gedragsproblemen – Van der Ploeg Problematisch gedrag kan je waarnemen. Dit kan je op twee verschillende manieren
omschrijven, namelijk:
1.Externaliserende gedragsproblemen Externaliserend gedrag krijgt de meeste aandacht omdat het wordt opgemerkt door anderen en het gedrag kan andere personen storen.-Agressief (verbaal of fysiek) -Hyperactief -Oppositioneel gedrag (verzettend of tegenstaand gedrag) 2.Internaliserende gedragsproblemen Wanneer personen meer in zichzelf probleemgedrag vertonen is dit lastiger te zien, dit krijgt minder snel de aandacht.-Angstig -Depressief -Fobieën De persoon laat vervolgens bepaald probleemgedrag zien.Probleemgedrag is wat je ziet aan mensen.Sociale steun zorgt ervoor dat mensen vol blijven houden.Belangrijk om iemand door negatieve gebeurtenissen heen te slepen en deze steun ook na deze gebeurtenissen vol te houden. Het gaat dus niet om eenmalige steun maar blijvende steun.Voorbeelden traumatische
gebeurtenissen: overlijden in directe
omgeving, ernstig ongeluk (of getuige), ouders scheiden, pestgedrag.School, gezin en vrije tijd zijn van invloed op de persoon. 2 / 3
Meervoudig Risico Model – Van der Ploeg Het MRM biedt inzicht in risico’s. Er zijn verschillende risicofactoren in de persoon zelf en in de omgeving van de persoon. Er wordt onderscheid gemaakt in vier risicofactoren in de persoon zelf en 5 risicofactoren in de omgeving van de persoon.Risicofactoren in de persoon zelf 1.Zelfbeeld De indruk van jezelf, houding t.o.v. jezelf, het oordeel over jezelf. Gekoppeld aan eigen gedrag, prestaties, emoties, fysieke mogelijkheden.
2.Zelfhandhaving (coping) De wijze waarop iemand omgaat met stressvolle omstandigheden (gedrag, cognitie, emoties) en de mogelijkheid tot inschatten van situaties.-De manier van coping (manier waarop je jezelf kan handhaven) verschil per
persoon, bijv.: muziek luisteren, wandelen, sporten of praten.
3.Zelfbeschikking (locus of control) Causaal verband tussen inspanning en behaalde prestatie.-Voorbeelden positieve locus of control: Examen behaald omdat je vindt dat je er hard voor hebt geleerd of examen niet gehaald omdat je er niet goed voor hebt geleerd.
-Voorbeelden negatieve locus of control: Examen behaald en je zegt dat het komt
doordat het best makkelijk was en je geluk hebt gehad terwijl je er gewoon hard voor hebt geleerd.
Bij internaliserende gedragsproblemen: negatieve zelfbeschikking
-Succes: externe attributie
-Falen: interne attributie (leven = pech en geluk)
Bij externaliserende gedragsproblemen: positieve zelfbeschikking
-Succes: interne attributie
-Falen: externe attributie (leven = resultaat van mijn inspanning)
4.Zelfcontrole Macht over eigen driften en behoeften, weerstand tegen verleidingen, omgaan met behoeftebevrediging, beheersen van impulsen.Risicofactoren buiten de persoon 1.School/opleiding Schoolbeleving, schooluitval (het niet naar school gaan), schoolklimaat (komen docenten beloften na, is het veilig, mag je kritiek hebben), schoolkenmerken (bereikbaarheid ov, criminaliteit, is de school opgezet vanuit een geloofsovertuiging of een andere overtuiging).
2.Gezin Opvoedingsstijl, gezinsinteracties, gezinsfunctioneren, problemen ouders (medisch, psychisch, sociaal, financieel).
3.Vrije tijd Vrijetijdsbesteding, leefstijl, riskant gedrag, vrienden (kan positief stimulerend zijn of juist uitdagen om te spijbelen/roken/experimenteren met drugs/conflicten opzoeken met autoriteit.
4.Trauma’s Eenmalig (zeer ernstig, bijv. ernstig ongeluk), repeterend (minder ernstig, bijv.pestgedrag/mishandeling).MRM is een ecologisch model.Het zelfbeeld is een belangrijke factor in de persoon.Positief zelfbeeld positieve locus of control.Attributie betekent toekenning.Zelfcontrole is iets wat je aanleert maar je laat jezelf soms toch gaan.
Schoolfactoren:
Beschermende factoren: positieve relatie leerkracht- leerling, positief
en voorspelbaar klasse- en schoolklimaat, positieve relatie met groepsgenoten, competenties leerkracht, goede zorg(structuur)
Bedreigende factoren: conflictueuze relatie leerkracht-leerling,
negatieve klasse- en schoolklimaat, afwijzing door groepsgenoten , leermoeilijkheden, gebrek aan didactische en pedagogische competenties leerkracht & klassenmanagement
Factoren in het gezin:
Beschermende factoren: warme ondersteunende opvoedingsrelatie,
gestructureerd gezinsleven, voldoende inkomen , goede behuizing, realistische verwachtingen.
Risicofactoren: gebrek aan warmte en sensitiviteit, psychosociale of
medische problemen van een ouder, inconsistentie in pedagogische relatie, laag inkomen, slechte behuizing, opgroeien in een éénoudergezin, gehandicapte broer of zus, opgroeien in twee culturen.Veerkracht: mensen die met moeilijke situaties kunnen omgaan hebben veerkracht omdat ze weer uit de situatie komen.
- / 3