Scheikunde H3 3.1
Stofeigenschappen metalen:
-Geleiden van elektrische stroom -Geleiden van warmte -Glanzend uiterlijk -Hoog smeltpunt -Vervormbaar tijdens verhitting -Mengt goed in vloeibare fase Legering (alliage): mengsel van samengesmolten metalen. Een legering is harder dan een zuiver metaal dat makkelijk vervormbaar is.Metaalbinding: de vrij bewegende valentie-elektronen houden de positieve atoomresten bij elkaar. Aantrekkingskracht tussen de negatieve vrije elektronen en de positieve atoomrest.(Hoge smelt- en kookpunten).Wanneer door een uitwendige kracht een laag metaalatomen in een metaalrooster een stukje wordt verschoven, ontstaat weer dezelfde opbouw. Vervormbare zuivere metalen.Doordat er atomen met een andere grootte in het metaalrooster zijn ingebouwd, is het regelmatige patroon verstoord. De atoomlagen in het metaalrooster van de legering kunnen dan niet meer zo gemakkelijk langs elkaar schuiven.Edelheid is de mate waarin metalen reageren met water en zuurstof. Metalen die niet of nauwelijks reageren zijn edel, andersom zijn ze onedel. Alkalimetalen zijn zeer onedel, aardalkalimetalen ook maar wel minder.
3.2 Vanderwaalsbinding: deze binding ontstaat doordat moleculen tijdelijk een positieve en negatieve kant hebben die andere moleculen aantrekken. Aantrekkingskrachten door de grootte van de massa. Hoe groter de massa hoe sterker de vanderwaalsbinding hoe hoger de smelt- en kookpunten.Atoombinding/covalente binding: niet-metaalatomen waarvan de buitenste schil niet vol zitten met elektronen maken elektronenparen met andere niet-metaalatomen zodat hun schil toch vol komt te zitten. Atoombindingen kan je weergeven met een streepje: H-H een streepje staat voor een elektronenpaar.
Covalentie: geeft aan hoeveel
gemeenschappelijke elektronenparen een niet-metaalatoom deelt.Atoomsoort Covalentie H, F, Cl, Br, I 1 O, S, Se 2 N, P3 C, Si4 B3 Aantal atomen Voorvoegsel 1Mono 2Di 3Tri 4Tetra 5Penta 6Hexa Atoomsoort Uitgang FFluoride ClChloride BrBromide IJodide OOxide SSulfide
- / 1