- / 2
Super compacte samenvatting ideaal als tentamenvoorbereiding - hst 1-14
Hoofdstuk 1: basisgespreksvaardigheden
Wat de zender aan de ontvanger wil overbrengen, is de boodschap. Soms kan er ruis in de communicatie optreden: storingen in de communicatie die ervoor zorgen dat de boodschap bij de ontvanger anders overkomt.Er zijn 2 soorten ruis
-externe ruis: geluiden van buitenaf
-interne ruis: geluiden vanuit binnen (hoofdpijn, haast etc.)
Waarnemen: het door middel van de zintuigen kennisnemen van bepaalde personen, voorwerpen, onderwerpen, gebeurtenissen of situaties.Een andere factor die ervoor kan zorgen dat de boodschap van de zender niet zo bij de ontvanger overkomt als de zender bedoelt, is de referentiekamer (een eigen pakket van ideeën, normen, waarden en attitudes) van de zender en de ontvanger.
Boodschappen kunnen 4 aspecten bevatten:
-het zakelijke (referentiële) aspect: dingen die je verwacht
-het expressieve aspect: de manier waarop de boodschap gebracht wordt
-het relationele aspect: de manier waarop de zender en ontvanger met elkaar communiceren
-het appellerende aspect: het doel van de boodschap
Non-verbale communicatie die duidelijk zichtbaar zijn:
-lichaamshouding -gebaren -hoofdbewegingen
Non-verbale communicatie die niet duidelijk zichtbaar zijn:
-knikkende knieën -trillende onderlip -vlekken in de nek van de zenuwen -sneller ademhalen Feedback geven en ontvangen: feedback betekent letterlijk ‘terugkoppeling’. Met feedback kan worden aangegeven of de boodschap van de zender goed is begrepen.Feedback geven en ontvangen doe je dus niet zomaar; er zijn verschillende zaken waarmee je
rekening moet houden. Deze staan hieronder:
-feedback moet beschrijvend zijn -feedback moet concreet en specifiek zijn -feedback moet vanuit het hier en nu worden gegeven -feedback moet de subjectiviteit van de spreker duidelijk aangeven -feedback moet worden gecontroleerd door de ander door naar zijn mening te vragen -bij feedback moet worden aangegeven wat het effect is van het gedrag van de ander
- / 2