’T Hooge Nest - Roxanne van Iperen - Samenvatting
Afkortingen:
PB: persoonsbewijs
THN: ’t Hooge Nest
Woord vooraf In de nazomer van 2012 trekt Roxanne met haar gezin in een stacaravan in de tuin van ’t Hooge Nest. Ze gaan beginnen met het herstellen van het pand. In bijna iedere kamer ontdekken ze luiken in de houten vloeren of schuilplekken achter oude lambrisering. Daar treffen ze klaarstomen, bladmuziek en oude verzetskrantjes aan. Zo begint de reconstructie van ’t Hooge Nest.Mensch, durf te leven Het verhaal begint met een lied. Dirk Witte is een musicus, zijn ouders nemen dit niet serieus en op 15 jarige leeftijd gaat hij van school en in dienst bij een houthandel, hiernaast schrijft hij stug door aan zijn muziek. In 1914 neemt hij zijn lot in eigen handen en gaat naar het Concertgebouw, hij laat het horen aan Jean-Louis Pisuisse en die is enthousiast en neemt het op in zijn repertoire. Op 28 juni 1914 wordt Sarajevo, troonopvolger van Franz Ferdinand, doodgeschoten en begint de eerste Wereldoorlog. Dirk Witte is in deze periode gestationeerd als ziekendrager in militaire dienst. Hij schreef een reeks oorlogsliedjes, waaronder ‘Aspirine’. België toont verzet tegen Duitsland en vele Belgen vluchten naar Nederland. Met name Zeeland, Brabant en Limburg worden overspoeld met Belgen. Om de vluchtende Belgen te voorkomen, legt Duitsland een stroomdraad tussen Nederland en België. De chaos, de oorlog en de influx van vluchtelingen maken grote indruk op hem en hij schrijft door met muziek. Als de oorlog voorbij is, wordt hij heen en weer geslingerd tussen zijn leven in de kunstwereld en als zakenman waar hij een goed betaalde baan in de houthandel heeft. Dan brengt hij in 1917 ‘Mensch, durf te leven uit’. Het is een groot succes in naoorlogse Nederland. Hierna zegt Dirk zijn baan op in de houthandel, hij trouwt boven zijn klasse en in 1920 laten ze hun droomhuis bouwen. ’T Hooge Nest. Dirk kon toen nog niet bevroeden dat nog geen twintig jaar later, zijn strijdkreet zo letterlijk in het door hem gebouwde huis tot leven zal komen, alsof de ziel van het lied in de stenen zit gemetseld.Deel I - Oorlog Hoofdstuk 1. Een val op het Binnenhof.Mik van Gilse komt langs van Amsterdam naar THN om te vertellen dat Gerrit dood is. Hij is uit het raam gesprongen en kom met zijn hoofd op het Binnenhof terecht. Dit brengt de realiteit in 1 klap weer binnen. Gerrit Kastein is een neuroloog met stalen zenuwen en een stijve kop. Voegde zich bij het comité van Hulp voor Spanje, de Nederlandse afdeling van de Internationale Rode Hulp, samen met Janny. Gerrit ging als hoofd van de Nederlandse ambulance naar Spanje. Janny bleef in Nederland. Hij promoveerde in 1937 aan de Rijksuniversiteit van Leiden. Bracht in 1938 het boek ‘het rassenvraagstuk’, dit bevatte een wetenschappelijke vertaling over klassentegenstellingen en het antisemitisme in Duitsland, dit resulteerde in zijn stelling dat racisme onvermijdelijk in oorlog uitmondt.Als in 1942 de jodendeportaties beginnen maakt Kastein een lijst met Nederlandse collaborateurs en de eerste die van zijn lijst wordt gestreept is Hendrik Seyffardt. Hij is net door Anton Mussert als gemachtigde in zijn schaduw kabinet benoemd, de verwachting is zelfs dat hij tot minister van Oorlog wordt. Daarmee kan hij een dienstplicht, ten behoeve van Duitsland, doorvoeren. 2 leden van de cs-6 doen de moordaanslag, Seyffardt is alleen niet door maar zwaargewond en kan de SS nog doorgeven dat het 2 studenten zijn. Er worden razzia’s onder studenten gehouden, 600 studenten worden opgepakt en naar kamp Vught gebracht. Kastein heeft al een nieuw doelwit uitgekozen, Hermannus Reydon. Reydon is NSB’er, hoofdredacteur van Volk en Vaderland en is benoemd tot president van de Nederlandse Kultuurkamer en tot secretaris -generaal van Volksvoorlichting en Kunsten. Kastein wilt zelf de aanslag plegen en leent een wapen van verzet kameraad. Hij belt s’avond aan en Mevrouw Reydon doet open, Kastein schiet haar neer en wacht op meneer Reydon in de gang. Als die thuiskomt schiet hij onmiddellijk, Seyffardt Reydon is zwaargewond en overleed later in het 1 / 3
ziekenhuis. De heer en mevrouw Reydon zijn bewust geofferd door de Duitsers om Kastein in de val te laten lopen (nsb’ers genoeg). Van der Waals, ook wel Lucas Spoor, ook wel spion voor het SD die verzetsgroepen infiltreert, moet de banden met Kastein verder aanhalen in plaats van Kastein uit te leveren. Later die maand wordt Kastein in de boeien geslagen en naar het binnenhof, hoofdkwartier van de Sipo/SD, gebracht. Kastein is geen mak lam en als hij op het binnenhof uitstapt, schiet hij met een pistool die de Duitsers niet hadden gezien. Bij het verhoor vertrekken na een tijdje 2 van de 4 agenten voor koffie, de derde neemt plaspauze. Kastein vloert de laatste SD’er, trapt het raam in en neemt de sprong. Helaas komt hij ongelukkig terecht en is hij dood.Mik Gilse brengt nog verder nieuws over de laatste ontwikkelingen, tijdens het eten met bedrukte, serieuze gezichten. Na het eten en als de kinderen in bed liggen halen ze mooie herinneringen aan Kastein op.Hoofdstuk 2. De slag om de nieuwmarkt.Joseph Brilleslijper vecht om de hand van Fijtje Gerritse. Hun familie zijn tegenpolen, Joseph uit een rondreizende, Jiddisch sprekende muzikanten en Fijtje uit een familie van vrome Friese Joden. Als Joseph om de hand vraagt, wordt hij het pand uit gebonjourd. Hij trommelt de reuzen van de Zeedijk op om mee te vechten en de familie Gerritse te laten zien wat hij waard is. Hij trommelt zijn broer Ruben, vrienden uit de Jodenbreestruit en de Joden Houttuin op, waaronder Stomme Opie. De 3 broers van Fijtje Gerritse worden op hun knieën gedwongen. Joseph neemt Fijtje mee en ze trekken in bij Ruben en zijn vrouw, op 1 mei 1912 trouwen ze. Ze krijgen in de 9 jaar daarop 3 kinderen, Janny, Lien en Jaap. Joseph en Fijtje werken hard en de kinderen worden opgevoed door de Jodenhoek, op straat. Fijtje werkt in de winkel die ze met behulp van Opa Jaap hebben kunnen overnemen, Fijtje geeft soms de boodschappen van Belgische , moeders, vluchtelingen gratis mee.Elke avond gaat het gezin naar Opa Jaap waar er muziek wordt gemaakt en gedanst. In de loop van de jaren 20 wordt het pand waar hun winkel, en daarboven hun woning, verkocht en moeten ze noodgedwongen verhuizen. Fijtje verliest haar winkel en Joseph verdient niet genoeg in zijn eentje voor het gezin en ze moeten naar een nog kleinere woning verhuizen. Als in 1925 Opa Jaap overlijdt, kan Joseph met Ruben de groothandel overnemen. Het gezin verhuist naar een grotere woning buiten de Jodenhoek. In de ochtend als hun ouders zijn vertrokken en Jaap nog ligt te slapen, gaan de zussen Janny en Lien naar het Schinkelbad. Als de zussen ouder worden en de lagere school hebben afgemaakt, voor een naopleiding is er geen geld, helpen ze in het huishouden, werken als naaisters en zorgen voor Jaap. Hiernaast neemt Lien danslessen en Janny houdt het naaiatelier maar een half jaar vol. Janny gaat dan in een laboratorium werken en hier mag ze soms cursussen volgen, EHBO, Engels, Frans en Duits leert ze hier. Ze verdiept zich ook in het communisme, Marx en gaat met iedereen het debat aan. Janny ziet al vroeg de dreiging van het fascisme en de dreiging van de vriendenbond van Hitler, Mussolini en Franco.Lien woont inmiddels op zichzelf, in een kunstenaarscommune. Als Lien bedrust moet houden van een hersenschudding komt een nieuwe huisgenoot haar bloemen brengen, Eberhard Rebling. Ze zijn tegenpolen maar muzikaal een goed duo. Lien geeft dansvoorstellingen terwijl Eberhard die op de piano begeleidt. Ze komen met gelijkgestemde studenten in contact zoals Gerrit Kastein, Hoboïst Haakon Stotijn en zijn vrouw Mieke en economiestudent Bob Brandes. Janny ontmoet Bob als ze vaak bij haar oudere zus op bezoek gaat. De moeder van Bob krijgt lucht over deze relatie en belt Eberhard op om Bob toe te spreken; het meisje, Janny, uit een discutabel koopmans milieu is te min voor haar zoon. Eberhard stelt haar gerust dat de familie Brilleslijper goede dochters voortbrengt. Bob neemt Janny mee naar de film, gaat hij met haar mee en vertrekt niet meer van haar huis. De ouders van Bob weigeren toestemming te geven voor het huwelijk. In september trouwen Bob en Janny, Janny is zwanger, Bob plaatst een advertentie in de krant, waardoor zijn ouders worden lastig gevallen met felicitaties. Een maand later wordt Robert geboren en in de winter van 1939 nemen Bob en Janny hun eerste onderduiker in huis, Alexander de Leeuw. Alexander is fel tegen het fascisme.Hoofdstuk 3. De bruine pest. 2 / 3
De bezetting is gaande en Nederland denkt dat het hier allemaal gaat meevallen, Nederland heeft zich afzijdig gehouden en wordt daar nu vast wel voor beloond. Voor de Joden heeft de bezetting niet veel gevolgen, ze zijn goed geïntegreerd in de samenleving. Als Lien deze positiviteit uitspreekt naar haar zus Janny zegt zij dat ze voorlopig niet zo vaak meer moet komen. Lien vraagt of het Eberhard is. Waarop Janny zegt dat ze hem vertrouwt als haar eigen familie. Janny wil dat haar zus niet vaak komt om haar te beschermen.In oktober krijgt Bob een ariërverklaring, waarop ambtenaren in Nederland verplicht zijn om aan te geven of zij zelf of familieleden joods zijn. Janny en Bob vullen niets in. Iedereen die de verklaring heeft ingevuld en bekend is joods te zijn, wordt een maand later ontslagen. Rudolph Cleveringa houdt een protestrede als hij het college overneemt van zijn ontslagen en joods collega Meijers. Na de toespraak barst er een Wilhelmus uit. Een dag later wordt Cleveringa gearresteerd en tot de zomer van 1941 vastgehouden in het Huis van Bewaring.Hoofdstuk 4. Staakt! Staakt! Staakt!De spanning loopt op in Amsterdam. WA’ers (Weerbaarheidsafdeling) worden agressiever en de bezitter heeft nieuwe richtlijnen voor de politie uitgevaardigd waarin staat dat ze de neb beter moeten beschermen en Wa’ers aanhouden verboden is. In februari 1941 breken er meerdere vechtpartijen uit omdat men hoort dat wa’ers op oorlogspad zijn. De vechtpartijen zijn tussen nsb gezinde burgers enerzijds en anderzijds joodse, niet-joodse en communistische burgers. Bij een van die gevechten overlijdt Hendrik Koot aan een schedelbasisfractuur. Dezelfde nacht wordt de Jodenbuurt hermetisch afgesloten. De joodse raad doet oproep om alle wapens in te leveren. Als snel volgende Razzia’s; mensen worden uit hun huizen gesleurd. Op het Jonas Daniël Meijerplein worden 427 Joodse mannen opgepakt. Lodewijk Visser doet beroep dat de secretaris generaal zich hard maakt voor deze jongens. Hij vangt bot. De Duitsers worden zo gek van deze man dat ze hem dreigen af te voeren naar een concentratiekamp, in 1942 overlijd visser aan een hersenbloeding.Op 24 februari, 1 dag na de razzia’s, verspreid een pamflet waarin wordt opgeroepen tot staking.Eerder die dag zijn leden van CPN bijeengekomen voor een opgelucht staking. Er wordt aangespoord tot actie en zelfs dat je anderen moet aansporen tot actie. De dag hierna is de februaristaking. Er is telkens maar 1 iemand nodig in het bedrijf die de zaak in gang zet. Een mooi voorbeeld van een dameshoedenfabriek wordt genoemd, een jongen daar dooft de kachel waardoor de hele fabriek platligt, het personeel verlaat massaal het pand. De volgende dag verspreid het verzet zich ook naar andere delen van het land. Het is van korte duur want de Duitse politie slaat de staking ruw uiteen. De deelnemende steden krijgen boetes van de Duitsers, de Amsterdamse burgemeester wordt vervangen door een pro-Duitse burgervader. De Joodse Raad doet een oproep dat iedereen weer aan het werk moet gaan.Hoofdstuk 5. Kinderen van de oorlog.Op het moment dat de februaristaking plaatsvindt zit Janny letterlijk bovenop de vijand, ze zit een etage hoger dan waar het NSB dagblad wordt gedrukt. Een verdieping hoger kopieert ze haar eerste verzetsblaadje. Janny breidt haar activiteiten uit en huurt daarvoor een pandje in de Haagse Schilderswijk waar ze een ondergrondse drukkerij opzet. Tijdens de Februaristakingen zijn veel tussenpersonen gearresteerd, Janny krijgt nu te maken met vreemden, zijn het avonturiers? Zijn het mollen? Of mensen zoals zij? Het maakt haar nerveus. Gelukkig krijgen ze aan beide kanten codewoorden. De groeiende paranoia komt doordat er geruchten zijn over de werkkampen, dat joden nergens meer naartoe komen en dat joden moeten opgeven hoeveel huizen ze hebben, welke bus ze pakken, reizen is al bijna niet mogelijk. Een latere stap is om heel Nederland jodenvrij te maken en ze centraal op 1 plek te hebben, de jodenbuurt lijkt de ideale plek. De versperringen worden weggehaald maar de borden ‘’Joodsche wijk’’ blijven staan. In December 1941 bespreekt Lien haar zorgen met Ida Rosenheimer, die is wel bedrukt want ze hoort van familie dat joden in Polen en Tsjechoslowakije dat joden in getto’s worden samengedreven en iedereen die weerstand biedt wordt in een concentratiekamp gezet. Ida vindt Lien naïef en waarschuwt haar, Hitler zegt al 20 jaar dat hij de joden wilt vernietigen. Janny breidt haar activiteiten uit en Bob werkt bij de voedselvoorziening. Janny biedt ook onderdak aan onderduikers. De eerste opgejaagde communisten kloppen bij hun aan en zo ook Kees Schalker, voormalig tweede kamerlid en leider CPN. Robbie weet niet beter dan dat er af en
- / 3