• wonderlic tests
  • EXAM REVIEW
  • NCCCO Examination
  • Summary
  • Class notes
  • QUESTIONS & ANSWERS
  • NCLEX EXAM
  • Exam (elaborations)
  • Study guide
  • Latest nclex materials
  • HESI EXAMS
  • EXAMS AND CERTIFICATIONS
  • HESI ENTRANCE EXAM
  • ATI EXAM
  • NR AND NUR Exams
  • Gizmos
  • PORTAGE LEARNING
  • Ihuman Case Study
  • LETRS
  • NURS EXAM
  • NSG Exam
  • Testbanks
  • Vsim
  • Latest WGU
  • AQA PAPERS AND MARK SCHEME
  • DMV
  • WGU EXAM
  • exam bundles
  • Study Material
  • Study Notes
  • Test Prep

Taal - Overzicht belangrijke regels

Class notes Dec 27, 2025 ★★★★★ (5.0/5)
Loading...

Loading document viewer...

Page 0 of 0

Document Text

Taal - Overzicht belangrijke regels Persoonsvorm (PV) De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet.Als je een zin vragend maakt, komt de persoonsvorm vooraan.

oVoorbeeld: Hij loopt naar school. → Loopt hij naar school?

Als je de zin in een andere tijd zet, verandert alleen de persoonsvorm.

oVoorbeeld: Hij loopt naar school. → Hij liep naar school.

Gezegde Bestaat uit de persoonsvorm en alle andere werkwoorden in de zin.

oVoorbeeld: Hij heeft een boek gelezen.

Gezegde = heeft gelezen Onderwerp

Vind je door te vragen: wie of wat + persoonsvorm?

oVoorbeeld: Wie loopt? → Hij.

Als je de persoonsvorm van enkelvoud naar meervoud verandert, verandert het onderwerp mee.

oVoorbeeld: Hij loopt. → Zij lopen.

In een vragende zin staat het onderwerp direct achter de persoonsvorm.

oVoorbeeld: Loopt hij naar school?

Lijdend voorwerp (LV)

Vraag: wie of wat + onderwerp + gezegde?

oVoorbeeld: Wie of wat leest hij? → Hij leest een boek. → een

boek is het lijdend voorwerp.Bij een naamwoordelijk gezegde is er geen lijdend voorwerp.Meewerkend voorwerp (MV)

Vraag: aan wie/ voor wie + onderwerp + gezegde + lijdend

voorwerp?

oVoorbeeld: Zij geeft haar broer een cadeau. → haar broer is

het meewerkend voorwerp.Bijwoordelijke bepaling Geeft extra informatie over plaats, tijd, reden, manier, richting, frequentie, oorzaak of doel.

oVoorbeeld: Hij fietst elke dag naar school. → “elke dag” en

“naar school” zijn bijwoordelijke bepalingen. 1 / 2

Naamwoordelijk gezegde Bestaat uit een koppelwerkwoord (zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen) en een naamwoord dat iets zegt over het onderwerp.

oVoorbeeld: Zij is blij.

Gezegde: is blij

“is” = koppelwerkwoord “blij” zegt iets over het onderwerp.Hoofdzin en Bijzin

Hoofdzin: de persoonsvorm staat meestal op de tweede plaats.

oVoorbeeld: Ik denk dat hij komt.

o“Ik denk” is de hoofdzin.

Bijzin: kun je vaak herkennen doordat je ‘niet’ tussen het onderwerp

en de persoonsvorm kunt zetten.

oVoorbeeld: dat hij (niet) komt → bijzin.

Twee hoofdzinnen

Twee hoofdzinnen verbind je met nevenschikkende voegwoorden:

en, maar, want, noch, dan, dus

oVoorbeeld: Ik ga naar huis en ik lees een boek.

Gebiedende wijs Drukt een opdracht of bevel uit.

oVoorbeeld: Ga zitten!

Zodra er een onderwerp achter de persoonsvorm staat, is het gebiedende wijs.

oVoorbeeld: Kom jij hier!

Je of jij Je wordt jij als het onderwerp is.oJe loopt naar school. → Jij loopt naar school.Je wordt jou als het geen onderwerp is.oIk zie je. → Ik zie jou.

  • / 2

User Reviews

★★★★★ (5.0/5 based on 1 reviews)
Login to Review
S
Student
May 21, 2025
★★★★★

I was amazed by the practical examples in this document. It helped me ace my presentation. Truly superb!

Download Document

Buy This Document

$1.00 One-time purchase
Buy Now
  • Full access to this document
  • Download anytime
  • No expiration

Document Information

Category: Class notes
Added: Dec 27, 2025
Description:

Taal - Overzicht belangrijke regels Persoonsvorm (PV) De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet. Als je een zin vragend maakt, komt de persoonsvorm v...

Unlock Now
$ 1.00