Tentamen Minor Kraam, Kind, Jeugd
Geboortezorg les 1:
Leerdoelen Digitaal College:
-De student heeft kennis van de anatomie en fysiologie van de ongecompliceerde zwangerschap, zodanig dat zij/hij in staat is op basis klinisch redeneren verpleegkundige zorg aan zwangeren te verlenen en/ of te beargumenteren, rekening houdend met cultuurspecifieke kenmerken. -De student kan normale zwangerschapsproblemen benoemen.-De student heeft kennis van de embroyonale en foetale ontwikkeling -De student heeft kennis van reguliere controles en onderzoeken tijdens een ongecompliceerde zwangerschap -De student kan benoemen wat de invloed is van teratogene factoren tijdens de zwangerschap
Leerdoelen les 1:
-De student heeft kennis van zwangerschapscomplicaties die betrekking hebben op kinderlijke en moederlijke factoren, zodanig dat zij/hij in staat is op basis klinisch redeneren verpleegkundige zorg aan zwangeren te verlenen en/ of te beargumenteren.
De student benoemt:
-de verpleegkundige aandachtspunten bij de verschillende zwangerschapstermijnen -Gravida Para Moeder -de kenmerken/complicaties van een zwangerschapshypertensie, (pre)-eclampsie en HELLP-syndroom bij zowel moeder als pasgeborene -de kenmerken van hyperemesis gravidarum -de kenmerken van prematuriteit en dysmaturiteit -de verschillende meerlingzwangerschappen zodanig dat hij/zij deze kennis toe kan passen tijdens klinisch redeneren
Kennisclip ongecompliceerde zwangerschap deel 1:
Hormonale regeling van de voortplanting:
LH is nodig voor de rijping van de follikels in de eierstokken. LH zorgt ervoor dat follikel openbarst en er ovulatie plaats vindt. De eicel wordt opgenomen in een van de eileiders en zal daar 12-24 uur overleven, voordat het afsterft. Bevruchting vindt plaats in eileider!Na de eisprong veranderd de follikel in het gele lichaam > deze gaat onder invloed van LH, hormonen produceren > oestrogeen en progesteron > zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt > hoe meer progesteron, hoe meer de hypofyse wordt afgeremd in de aanmaak van LH hormoon > doordat dit minder wordt, zal gele lichaam stoppen en als deze niet bevrucht wordt het ook afbreekt > zonder geel 1 / 4
lichaam, geen progesteron geproduceerd, baarmoederslijmvlies dunner en afgestoten > menstruatie vindt plaats.De menstruatiecyclus wordt geregeld door drie organen > ovaria, endometrium en hormonen
Ovaria : follikelrijping onder invloed van hormonen. Wanneer follikel barst
komt het eitje vrij (ovulatie) en blijft in de eileider wachtend op een bevruchting
Endometrium : verdikt zich en maakt zich klaar voor innesteling van de
bevruchte eicel. Indien geen bevruchting dan wordt het endometrium afgestoten = menstruatie
Hormonen : aangestuurd door hypothalamus en hypofyse in de hersenen
Hypothalamus scheidt LHRH uit waardoor de hypofyse FSH en LH gaat produceren.FSH produceert oestrogenen en LH produceert m.b.v. het corpus luteum progesteron.Geboorteregeling > anticonceptiemiddelen
Meest gebruikte: pil > hormonen die ervoor zorgen dat er geen eicel
vrijkomt > het slijmvlies wordt ongeschikt voor innesteling > in het baarmoederhalskanaal ontstaat een slijmprop (moeilijk voor zaadcel) Combinatiepil (meest): 2 hormonen:
1 oestrogeen: voorspelbare menstruatie
2 Ostageen: niet zwanger worden > maken van LH en FSH tegen
Vanaf 24 weken levensvatbaar!Toch ongewenst zwanger?
Morning afterpil: eisprong wordt uitgesteld. Oestrogeen binnen 24-36 uur
(na onbeschermde seks).Als eisprong al is geweest na onbeschermde seks > koperspiraal, binnen
- dagen geplaatst > zorgt voor geen innesteling
Overtijdsbehandeling tot 6 weken en 2 dagen (geen bedenktijd), hierna 5 dagen bedenktijd
1 Medicamenteus (tot 9 weken): 1
e dag behandeling zorgt ervoor dat het zwangerschapshormoon niet meer werkt. Na 2 dagen andere pil die krampen veroorzaakt en een ‘miskraam’ opwekt
2 Instrumentaal (vanaf 6 weken): zuigcurettage plaatselijke verdoving of
narcose
Ongecompliceerde zwangerschap:
Normale zwangerschap 40 weken: het merendeel van de zwangeren
bevalt tussen de 37-42 weken 2 / 4
Zwangerschap drie semesters:
1 e
semester: tot 16 weken
2 e
semester: 16-28 weken
3 e
semester: vanaf 28 weken
Klachten en verschijnselen zwangerschap:
-Vermoeidheid -Misselijk -Vaak plassen -Brandend maagzuur -Stemmingswisselingen -Bandenpijn -Pijnlijke borsten -Slecht slapen -Hoofdpijn -Lage rugpijn -Afkeer van voedsel en geuren -Opgeblazen gevoel -Vreetbuien -Striae Verloskundige VS gynaecoloog
Verloskundige:
-Geen medische indicatie -Thuisbevalling -Verloskundige richt zich op zwangerschap en bevalling
Gynaecoloog:
-Medische indicatie (pre-existente bloeddruk, gemelli (tweeling), hellp in anamnese, afwijkende ligging) -Fertiliteitszorg -Ziekenhuis bevalling -Houdt zich bezig met aandoeningen en afwijkingen van de vrouwelijke geslachtsorganen en gecompliceerde bevallingen
Controles:
Zelf contact opnemen met gynaecoloog of verloskundige 1 e
controle: 8-10 weken
Termijnecho: 10-12 weken
2 e
controle: 14-16 weken
16 e
– 24
e
week: om de vier weken
24 e
– 30
e
week: om de drie weken
30 – 36
e
week: om de twee weken
36 – 42
e
week: iedere week 3 / 4
Prenatale diagnostiek
Combinatietest: verhoogde kans op down-, edward-, of patausyndroom.
Bestaat uit 2 onderzoeken:
-Een bloedonderzoek tussen de 9 en 14 weken -Een nekplooimeting bij de baby
Vlokkentest (chromosomen): tussen 11 – 14 weken, stukje placentaweefsel
weggenomen via buik of vagina
Vruchtwaterpunctie (chromosomen): tussen 15 – 16 weken vruchtwater
opgezogen via de buikwand
20 weken echo: uitgebreid echoscopisch onderzoek naar de ontwikkeling
van de organen van de baby
NIPT (nog in studie): bloedonderzoek moeder naar DNA van de placenta
(down-, edwards- of patausyndroom
Indicatie:
-36 jaar of ouder -Medische indicatie -Mogelijke erfelijke aandoening in familie
Prenatale ontwikkeling:
Verdeeld in drie semesters:
1 e
semester: eerste drie maanden > embryonale fase
2 e
semester: tweede drie maanden > foetale fase
3 e
semester: laatste drie maanden > snelle groei foetus
Embryonale fase:
Aanleg meeste organen t/m 10 e zwangerschapsweek Na 6 dagen na bevruchting gaat embryo naar endometrium toe, om in te nestelen.
3 kiemlagen:
-Endoderm (binnenste): de keel, slokdarm, long, maag, lever, darm
-Mesoderm (middelste): tussenwervels skelet, rode bloedcellen,
spieren, begin hart
-Ectoderm (buitenste): huid, nagels, zweet, tranen, neurale buis (eind
week 4)
Foetale fase:
Organen groeien en ontwikkelen verder 3 e
trimester:
Gekenmerkt door een snelle groei van de foetus
Na de geboorte: neontale fase
Ongecompliceerde zwangerschap deel 2:
- / 4