Tentamenvoorbereiding Strafrechtelijke Aansprakelijkheid 2024 – 2025 Week 1 Voorwaarden voor strafbaarheid Een menselijke gedraging (1), die valt binnen de grenzen van een DO (2), die wederechtelijk is (3) en verwijtbaar (4) Het zijn dus 4 cumulatieve componenten, aan alle 4 moet voldaan worden.Welke voorwaarde moeten worden vervuld voordat er sprake is van een strafbaar feit.-1. Menselijk gedraging oIs een doen of nalaten oMoet wel echt van een mens zijn -2. Gedraging moet vallen binnen een wettelijke delictsomschrijving oAlleen als het verboden is in de wet, is het strafbaar -3. Wederrechtelijkheid oIn strijd met het recht oAls een gedraging valt binnen een strafbepaling kan je er bijna altijd van uitgaan dat het de handeling ook in strijd is met het recht
oWaarom is deze voorwaarde er er zijn namelijk uitzonderingen:
Het kan zijn dat een gedraging wel in strijd is met een strafbepaling, maar niet in strijd is met het recht. Dan word aan de eerste 2 voorwaarde voldaan maar niet aan de 3 e .Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je jezelf moet verdedigen. Je maakt iemand dan bijvoorbeeld dood omdat je jezelf moest verdedigen. Je handelt dan alsnog in strijd met het recht want er is een verbod op doodslag. Het gedrag is niet wedrechtelijk, want in de wet staat dat je je jezelf mag verdedigen. Het gedrag is dus nog wel steeds in strijd met de strafbepaling, maar is dus wel toegestaan.-4. Verwijtbaarheid oHet gedrag moet aan de schuld van de dader te wijten zijn.oAls een gedraging valt binnen een strafbepaling, gaan we er in beginsel van uit dat de gedraging ook verwijtbaar is. We gaan er in het strafrecht vanuit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen.oEen gedraging is dus bijna altijd verwijtbaar, maar ook hier zijn uitzonderingen op mogelijk Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand in een psychose zit en geen controle heeft over zijn eigen gedrag.Materiele en formele delicten Materieel geformuleerd delict / materieel geformuleerd Formeel is de handling die strafbaar is en niet het gevolg
- in de delictsomschrijving moet het handelen centraal staan.
oVoorbeeld: Rijden zonder rijbewijs, de handeling van het rijden zonder
rijbewijs is al strafbaar, er hoeft dan niet eens een ernstig gevolg in te treden.Materieel het gevolg is strafbaar Commissie en omissie delicten Omissie delict je pleegt een delict door na te laten Commissie delict het handelen is strafbaar Oneigenlijk omissiedelict een commissiedelict wat word begaan door nalaten 1 / 4
Lex specialis & logische specialiteit Lex specialis = een specifieke strafbepaling krijgt voorrang bij een algemene bepaling, als beide op hetzelfde delict van toepassing zijn.Logische specialiteit = een bijzondere strafbepaling alle elementen van een algemene strafbepaling behelst, maar aanvullend elementen toevoegt die het specifieke maken.Geprivilegieerde logische specialis = een logische specialis die een lager strafmaximum kent. Bijv. kinderdoodslag Gekwalificeerde logische specialis = een bijzondere strafbepaling die een hoger strafmaximum kent dan de algemene strafbepaling.Beslismodel Formele voorvragen (348 Sv) -1. Is de dagvaarding geldig?-2. Is de rechter bevoegd?-3. Is het OM ontvankelijk -4. Redenen tot schoring van de vervolging?Materiele hoofdvragen (350S v ) -1. is het tll feit bewezen? (bewijsvraag) -2. Is het bewezenverklaarde strafbaar? (kwalificatievraag) -Is de verdachte strafbaar? (strafbaarheidsvraag) -Welke sanctie? (sanctietoemetingsvraag) Bestanddelen Bestanddelen zijn de vereisten waar een gedraging aan moet voldoen. Deze vereisten staan in de DO en aan alle bestandleen moet zijn voldaan om van get strafbare feit te kunnen spreken.Voorbeeld: artikel 302 S (zware mishandling) Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie
De bestanddelen zijn dan/ wat bewezen moet worden:
-Opzettelijk -Zwaar lichamelijk letsel toebrengen -Aan een ander.Elementen Zijn een soort basisvoorwaarde van een strafbaar feit. deze hoeven in beginsel niet bewezen te worden en zijn verondersteld. De elementen zijn: wederrechtelijkheid & verwijtbaarheid Bij de meeste delicten worden wederrechtelijkheid & verwijtbaarheid dus verondersteld (ideaaltypische DO). Maar er zijn uitzonderingen wanneer deze wel moeten worden bewezen; -Niet- ideaaltypische DO -Culpoze delicten 2 / 4
Soorten delictsomschrijvingen / delicten Ideaaltypisch delict -Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid worden verondersteld en hoeven niet bewezen te worden.-W & V worden bij de 3 e hoofdvraag behandeld, maar worden verondersteld te zijn vervuld.Niet- ideaaltypische DO -Hierbij is de wederrechtelijkheid opgenomen als elementen. Deze moet dan dus bewezen worden.-De wederrechtelijkheid word bij de 1 e hoofdvraag behandeld.Culpoze delicten -Verwijtbaarheid is opgenomen als bestanddeel in de vorm van culpa.-Een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen een wettelijke DO, die wedrechtelijk is en verwijtbaar. Verwijtbaarheid en wederrechtelijkheid worden dan in principe verondersteld. MAAR bij culpoze delicten word de verwijtbaarheid niet verondersteld. Ook word de wederrechtelijkheid bij culpoze delicten niet verondersteld. Wederrechtelijkheid is geen element en moet apart bewezen worden als onderdeel van culpa.-De verwijtbaarheid word bij de 1 e hoofdvraag behandeld.Rechterlijk beslisschema De materiele vragen komen uit 350 Sv en de einduitspraken uit 351 en 352 Sv.
Hoofdvraag 1: Kan bewezen worden dat de verdacht heeft gedaan waar hij van word
beschuldig?
-Ja: door naar vraag 2
-Nee: Vrijspraak (352 lid 1 Sv)
Indien er sprake is van een culpoos delict of een niet-ideaaltypisch delict, worden de wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid bij de 2 e hoofdvraag behandeld. Indien deze niet kunnen worden bewezen volgt er dus vrijspraak.Hoofdvraag 2: levert het bewezen verklaarde feit ook een strafbaar feit op? (kwalificatie)
-Ja: door naar vraag 3
-Nee OVAR (352 lid 2 Sv)
Hoofdvraag 3: is de verdachte strafbaar
-Hier komen bij een ideaaltypische DO de wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid aan de orde.-In beginsel worden de wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid hierbij veronderstel.
Behalve als er sprake is van een strafuitsluitingsgrond:
oRechtvaardigingsgrond (wederrechtelijkheid) oSchulduitsluitingsgrond (verwijtbaarheid) -Ja door naar vraag 4 -Nee OVAR (352 lid 2 Sv) Hoofdvraag 4: welke straf moet er worden opgelegd? 3 / 4
Strafuitsluitingsgronden
Strafuitsluitingsgronden:
-Rechtvaardiginggronden oNemen de wederrechtelijkheid weg oNoodweer -Schulduitsluitingsgronden oNemen de verwijtbaarheid weg oOntoerekeningsvatbaarheid
- / 4