Samenvatting
- / 4
Ter voorbereiding op het schriftelijk examen, de SJN-cursus – Jacht & Fauna beheer.
De lesstof bestaat uit 13 verschillende hoofdstukken. Elk hoofdstuk bevat relevante informatie om tot je te nemen. Echter is niet elk hoofdstuk relevant om te leren, waardoor sommige hoofdstukken ook niet zijn samengevat.
In de samenvatting zijn de belangrijkste onderwerpen per hoofdstuk genoteerd. Voor het hoofdstuk; 3 t/m 8 en 10 + 11 zijn flitskaartjes/oefenkaartjes opgenomen deze zijn te vinden in een aparte bijlage. Het is erg belangrijk om dit goed te leren!
- / 4
Hoofdstuk 1: Wet- en regelgeving
1.1 De jacht en de regels die daarvoor gelden
Als jager zijn er twee wetten waar je veel mee in aanraking komt:
• Wet wapens en munitie, Wwm • Wet natuurbescherming, WnB Wnb; Alle dieren in NL zijn beschermd, dus inclusief de wildsoorten en dieren die op de vrijstellingslijst staan. Er zijn 4 dieren uitgezonderd van de Wet natuurbescherming.
- Bruine en zwart rat, huismuis en mol
Elke provincie kan afwijken van de Wnb doormiddel van;
- Provinciale vrijstelling
- Provinciale ontheffing
- Provinciale opdracht
Sprake van jacht als het gaat om bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild en pogingen daartoe. (*Doden van een ree, is dus geen jacht → een ree is geen wildsoort!).
Bij jacht is benutting van het wild het doel. Daarom mag er wel worden gejaagd, als er geen reden voor schadebestrijiding of populatiebeheer is. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met een redelijke wildstand.
Wildsoorten: * tijdens jachtseizoen
- Haas, konijn, fazant, wilde eend, houtduif
Jachtaktehouder mag jagen, en daardoor afwijken van verbodsbepaling die bedoeld zijn om in het wild levende dieren te beschermen.
Dieren op vrijstellingslijst: Wettelijk beschermd; in het kader van beheer en
schadebestrijding. Hele jaar tijdens zonsopgang tot zonsondergang.
- Vos, kauw, zwarte kraai, Canadese gans, konijn en houtduif
1.2 Jachtmiddelen
• Jachtmiddelen: (direct middel)
- Geweer (niet elk geweer)
- Hond
- Jachtvogels (Haviken en slechtvalk)
- Eendenkooi
- Fretten en buidels
• Jachtmiddelen: (indirect middel)
- Lokkers
- Levende eenden (geringd, niet verminkt) 3 / 4
- Camouflage schermen
Voor schadebestrijding meer middelen en methoden.
1.3 Jachtverboden
Jachtverboden:
- Op wild waarop de jacht niet is geopend
- met andere dan de tot jagen geoorloofde middelen
- met een geweer in een jachtveld dat niet voldoet aan de gestelde regels
- op zondagen, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag en tweede Pinksterdag, beide
- op begraafplaatsen
- voor zonsopgang en na zonsondergang
- indien de grond met sneeuw is bedekt
- op wild dat zich ten gevolge van hoge waterstand ophoud op hoog gelegen gedeelten
- op wild dat zich bevindt in of in de nabijheid van wakken of bijten in het ijs
- op wild voor zover dat als gevolg van onvoldoende bevedering niet in staat is te
- op wild dat als gevolg van weersomstandigheden in uitgeputte toestand verkeert
- binnen een straal van 200 meter rond plaatsen waar voer of aas is of wordt versterkt
- Met het geweer in bebouwde kommen van gemeenten en in de onmiddellijk aan die
- Vanaf of vanuit een motorrijtuig dan wel een ander voertuig
- Vanaf of vanuit een vaartuig, als er harder wordt gevaren dan 5 km per uur.
- Vanuit een luchtvaartuig
- Met een geweer binnen een afpalingskring van een eendenkooi
Kerstdagen en Hemelvaartsdag
van het terrein
vliegen
met als oogmerk wild te lokken.
kommen grenzende terreinen
• Uitzonderingen
- Wilde eenden mogen een halfuur voor zonsopgang en halfuur na
- Jacht op eend en houtduif toegestaan bij sneeuw, geen sprake van het volgen
- Jacht op haas, fazant en konijn bij sneeuw waarbij anders dan voor de voet
zonsondergang bejaagd worden.
van een sneeuwspoor.
wordt gejaagd. Er is dan geen sprake van het volgen van een sneeuwspoor, denk aan druifjacht.
1.4 Jachtrecht en jacht houder Jachtrecht is verbonden aan het eigendom van grond, eigenaar heeft dus het eerste jachtrecht. Indien sprake is van erfpacht, gaat het jachtrecht over naar die ander, tenzij de eigenaar het expliciet benoemd.
Degene die het jachtrecht heeft is de jachtgerechtigde. Dit kan de eigenaar zijn, erfpachter maar ook de vruchtgebruiker zijn. Als je jachtgerechtigde het jachtrecht niet afstaat is hij jachthouder. Als de jachtgerechtigde het wel afstaat dan is de ander de jachthouder. In dat geval mag de jachtgerechtigde er niet jagen! De jachthouder wel.
- / 4