Thema Lever & Nier Week 15 Nierfuncties Anatomie Anatomie (kunnen aanwijzen op een afbeelding conform leerdoel 1) Nederlands Medische term Verhouding tot omliggende structuren NierRenLigt retroperitoneaal en heeft de volgende relaties met omliggende structuren: boven:
grenst aan de bijnieren. Voor: de rechter nier
grenst aan de lever en de twaalfvingerige darm, de linker nier aan de maag en pancreas.
Achter: ligt tegen de rugspieren (zoals de m.
psoas major en de m. quadratus lumborum).
Binnenzijde: de nieren zijn verbonden met de
urineleiders, die urine naar de blaas transporteren. Ze worden beschermd door vetkapsels en de onderste ribben.UreterUreterLigt retroperitoneaal en heeft de volgende relaties met omliggende structuren: boven:
verbinding met het nierbekken (pyelum). Voor:
kruist bloedvaten zoals de iliacale vaten.Achter: ligt tegen de m. psoas major. Onder: eindigt in de blaaswand. De ureter loopt van de nier naar de blaas en transporteert urine.BlaasVesica urinae Ligt intraperitoneaal in het bekken en slaat urine op voordat deze wordt uitgescheiden.
Boven: darmen (bij mannen de dunne darm,
bij vrouwen de baarmoeder). Voor:
schaambeen (os pubis). Achter: bij mannen de
prostaat en zaadblaasjes, bij vrouwen de
baarmoeder en vagina. Onder:
bekkenbodemspieren.Urinebuis UrethraVervoert urine van de blaas naar buiten en heeft bij mannen ook een rol in de
voortplanting. Boven: blaashals (verbinding
met de blaas). Voor: schaambeen (os pubis).
Bij mannen: loopt door de prostaat,
bekkenbodemspieren en penis. Bij vrouwen:
ligt dicht tegen de voorwand van de vagina.Blaasspier M.detrusorVerantwoordelijk voor het samentrekken van de blaas tijdens het plassen. Het vormt de spierwand van de vesica urinae en heeft de volgende relaties: buitenste laag: grenst aan het perivesicale vet en het peritoneum
(bovenkant). Binnenzijde: bekleed met het
blaasslijmvlies. Onderzijde: overgang naar de
blaashals en de interne sluitspier (m. sphincter internus).Inwendige sluitspier van de blaas
- sfincter internus Bevindt zich in de blaashals en heeft de
volgende relaties: boven: m. detrusor
(blaasspier). Onder: overgang naar de urethra.
Bij mannen: grenst aan de prostaat. Bij 1 / 2
vrouwen: grenst aan de voorwand van de
vagina. De spier reguleert reflexmatig het vasthouden en loslaten van urine.Uitwendige sluitspier van de blaas
- sfincter externus Bevindt zich in de bekkenbodem en zorgt voor
vrijwillige controle over het urineren en heeft de volgende relaties: bij mannen: omringt de membraneuze urethra, direct onder de prostaat, binnen de bekkenbodemspieren. Bij
vrouwen: omringt de urethra in het onderste
deel, dicht bij de vaginale voorwand, binnen de bekkenbodemspieren.Merg MedullaSpeelt een rol in de concentratie van urine en het transport naar het nierbekken en heeft de volgende relaties: buiten: grenst aan de cortex
renalis (nierschors). Binnen: sluit aan op het
nierbekken (pyelum) via de nierpapillen.
Inwendig: bevat de pyramides renales, die
urine verzamelen en naar de papillen voeren.Schors CortexIs verantwoordelijk voor de filtratie van bloed en de productie van voorurine en heeft de volgende relaties: buiten: grenst aan het
nierkapsel. Binnen: omringt de medulla
(niermerg). Inwendig: bevat glomeruli en de
begin- en eindgedeelten van de nierbuisjes (nefronen).Nierpiramide Pyramis renalis Spelen een rol in het verzamelen en concentreren van urine en heeft de volgende relaties: boven: grenst aan de cortex renalis
(nierschors). Onder: heeft de nierpapil, die
uitmondt in het nierbekken (pyelum). Binnen:
bevat de verzamelbuizen die urine naar de nierpapil transporteren.Nierbekken PyelumFungeert als een verzamelplaats voor urine voordat het wordt afgevoerd naar de
urineleider. Boven: verbonden met de
nierpiramides via de nierpapillen. Binnen:
ontvangt urine van de verzamelbuizen. Onder:
verbindt met de ureter (urineleider), die de urine naar de blaas transporteert.Nierlichaam NefronHet is de functionele eenheid van de nier en speelt een cruciale rol in filtratie, resorptie en uitscheiding van stoffen. Het heeft de volgende relaties: boven: het nierlichaampje (glomus) ligt in de cortex renalis (nierschors).
Onder: de lus van Henle en verzamelbuizen
bevinden zich in de medulla renalis (niermerg).
Omgeving: de bloedvaten, waaronder de
afferente en efferente arteriolen, zijn betrokken bij de filtratie en circulatie van bloed rondom het nefron.Nierlichaampje GlomerulusSpeelt een centrale rol in de filtratie van het bloed en heeft de volgende relaties: boven: het glomerulus bevindt zich binnen het nierlichaampje (capsula van Bowman) in de
cortex renalis (nierschors). Onder: het
glomerulus is omgeven door het kapsel van
Bowman. Omgeving: de afferente arteriole
brengt bloed naar de glomerulus en de efferente arteriole voert bloed af.Kapsel van Bowman Capsula glomeruli Vangt de gefilterde vloeistof op die uit de
- / 2