Tweede deel HC 8 – Geheugen Lange termijn geheugen is al als je iets langer dan 30 seconden onthoudt -Grote capaciteit -Grote tijdsspanne
Patiënt H.M.: hippocampus verwijderd wegens epilepsie. Hij had geen
geheugen voor recente informatie, wel geheugen voor informatie van voor de operatie. Hij had probleem met opslaan van informatie.
Serial position curve: Woorden aan het begin en einde van een woordenlijst
worden het beste onthouden, woorden in het midden van de lijst het slechtst
-Primacy effect: informatie aan begin van de lijst onthoud je beter
oOorzaak: woorden aan begin van lijst worden het meeste
herhaald waardoor je ze beter onthoudt
-Recency effect: informatie aan einde van de lijst onhoudt je beter
oOorzaak: als je klaar bent met de lijst dan is er niets meer om
met je net geleerde woorden te interfereren (geen retroactive interference meer) -> ze zitten ongestoord in je STM STM en LTM zijn gescheiden systemen, maar wel wederzijds afhankelijk Lange termijn geheugen
-Expliciete geheugen: je bent je er bewust van dat je het geheugen aan
het ophalen bent oEpisodisch geheugen -> voor persoonlijk ervaren gebeurtenissen
Adhv dit kan je een mentale tijdreis maken: je ervaart de
gebeurtenissen opnieuw oSemantisch geheugen -> voor feiten, niet persoonlijk oVaak interactie tussen episodisch en semantisch geheugen ->
autobiografisch geheugen (VB: je weet nog welke docent jou de
duits woordjes heeft geleerd) -Impliciete geheugen HC 9 – Geheugen (H6-8)
Patiënt H.M. kon wel leren (dus kon wel iets in zijn LTM opslaan): expliciete
geheugen werkte niet, maar impliciete informatie dus wel.Impliciete geheugen: geheugen voor dingen waar je niet bewust van bent 1 / 2
-Procedurele geheugen: geheugen voor acties/motoriek, zoals fietsen
en spreken
oImpliciet: want je kan het onbewust doen, je hoeft er niet echt
over na te denken
-Subliminal priming: kan je mensen beïnvloeden zonder dat ze het
doorhebben
oSubliminaal: dingen die je niet bewust waarneemt
Bv tijdens film heel erg kort het woord popcorn tonen, en dan zouden mensen sneller popcorn kopen tijdens de pauze
oPropaganda effect: als je iets heel vaak hoort dan ga je dat vaak
geloven
BV: als je heel vaak een reclame ziet, ga je denken dat dat
inderdaad het beste product is
-Leren/conditioneren:
oBV: In bepaalde situaties gedraag je je op een bepaalde manier,
onbewust
H.M. -> anterograde amnesie: verstoord geheugen voor informatie na een
bepaalde gebeurtenis, vanaf dat moment kan je geen geheugen meer vormen maar oud geheugen heb je nog wel
Encodering gaat fout: informatie in LTM opslaan
B.K. -> retrograde amnesie: verstoord geheugen van voor bepaalde
gebeurtenis, dus geen herinneringen meer aan alles vóór het incident.
Retrieval gaat fout: informatie uit LTM halen
Dus: het encodering proces en het retrieval/ophaal proces kan misgaan, ze
werken gescheiden -Zonder kwalitatieve encodering, heb je geen efficiënte retrieval
Optimaal coderen:
1.Rijke representaties vormen van wat je wil onthouden a.Arme representaties: maintenance rehearsal: gewoon je stof doorlezen, voor rijke representaties moet je elaborative rehearsal
doen: echt nadenken over de stof, verhalen erbij gebruiken,
voorbeelden, betekenis geven, etc.
b.Levels of processing theorie: shallow (arm) vs deep processing
(rijk)
- / 2