‘Uses and Gratifications Theory’ Onderzoekers waren bezorg dat mediaconsumenten te gecontroleerd werden door de massamedia. Naarmate de media diverser en democratischer werd speelden gebruikers een steeds actievere rol. Met deze theorie proberen onderzoekers te begrijpen waarom gebruikers verschillende mediabronnen kiezen, en uiteindelijk aan welke behoeftes die keuzes moeten voldoen Uses en Gratifications Theory, bestaand uit drie stadiums van onderzoek en ontwikkeling.
Stadium 1:
In 1944 probeerde onderzoeker Herta Herzog de achter radio-soapseries te begrijpen. Ze categoriseerde hun voldoeningen in drie categorieën 1.Emotionele bevrijding (door naar problemen van anderen te luisteren) 2.Wishful denken (plaatsvervangende voldoening door de acties van personages) 3.Educatief (luisteraars leerden van de sociale voorbeelden en pasten die kennis toe op toekomstige potentiële situatie) In deze periode maakt Moslow ook zijn behoeftepiramide, deze is verbonden met de Uses
and Gratidications Theory: (steeds een lever hoger)
Ook Wilbur Schramm een theorie ontwikkeld om te bepalen welk aanbod van
massacommunicatie door een bepaald individu zal worden geselecteerd:
Stadium 2:
Van 1969-1974 probeerden McQuail, Blumler, Brown, Elihu Katz, Michael Gurevitch en Hadassah Haas verder te brainstormen over de redenen waarom consumenten voor media kozen. Door mediakanalen uit te breiden, hebben ze uiteindelijk een lange lijst met verschillende modellen/redenen gevonden om mediagebruik uit te leggen:
- / 1