Stu
dent:
Studentnummer:
Klas:
Vak: Mothodisch handelen (Drie werelden model)
Docent:
1 1 / 3
Inleverdatum: 17-04-2020
Inhoudsopgave Leeswijzer..........................................................................................................................................3 Casus.................................................................................................................................................4 Hulpvraag..........................................................................................................................................4 Leertaak 1: Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd m.b.t. de eerste vraag van het drie wereldenmodel.................................................................................................................................4 1.1 Reflecteer op het gesprek aan de hand van de eerste vraag van het drie-wereldenmodel.Waarover praat ik met cliënten?.......................................................................................................4 1.2 Beschrijf kort waarover het gesprek globaal gaat: wat is het hoofdthema waar de cliënt mee zit? Geef daarbij ook aan wat de hulpvraag van de cliënt is..............................................................4 1.3 Beschrijf waar het gehele gesprek m.b.t. de wereld over ging. Doe dit zo dat de lezer door hetlezen van deze drie paragraafjes een goed beeld van de inhoud van het gesprek krijgt...............5 1.4 Vervolgens beoordeel je in hoeverre de drie werelden evenredig aan bod zijn gekomen...........5 1.5 Geef jezelf, met behulp van de theorie waar je dus expliciet naar verwijst, verbeteradvies met betrekking tot dit criterium...............................................................................................................6 Leertaak 2: Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd mbt de tweede vraag van het drie wereldenmodel.................................................................................................................................6 2.1 Kies een uitspraak uit het gesprek. Beschrijf wat de cliënt heeft gezegd en wat jij daarop hebt gezegd...............................................................................................................................................6 2.2 Analyseer in hoeverre deze uitspraken wel of niet passen in een open en gelijkwaardig gesprek met andere woorden: in welke wereld valt de uitspraak van de client, welke geldigheidsclaim hoort daarbij, hoe ga jij om als hulpverlener met die geldigheidsclaim en in hoeverre past je reactie in een open en gelijkwaardig gesprek...................................................................................................7 2.3 Geef jezelf, met behulp van de theorie, verbeteradvies met betrekking tot dit criterium (of beargumenteer waarom het gesprek dat je hebt geanalyseerd al goed genoeg was)........................7 Leertaak 3 Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd mbt de vraag of je sensibel bent voor de thematieken in de verschillende werelden........................................................................................7 3.1 Kies een belangrijke uitspraak van de cliënt (die voor de opdracht geschikt is) uit het gesprek.Beschrijf ook hoe je op deze uitspraak bent ingegaan.......................................................................7 3.3 Beschrijf in hoeverre je bent ingegaan op de achterliggende thematieken en hoe je ook/beter op de uitspraak van de cliënt had kunnen ingaan..............................................................................9 Leertaak 4 (ik-jij-wij-het) Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd m.b.t. de vraag of er sprake is van een ‘wij’ in je gesprek: hoe verbind je je met de cliënt?..............................................................9 4.1 Reflecteer over de vraag of je in contact bent: in hoeverre creëer je een gevoel van ‘wij’?.........9 4.2 Wat doe je (in dit opzicht) goed?...............................................................................................10 4.3 Wat is er (in dit opzicht) voor verbetering vatbaar?...................................................................10 4.4 Betrek ook de resultaten van leertaak 2 bij het beantwoorden van de vraag in hoeverre je een gevoel van ‘wij’ creëert...................................................................................................................10
2 2 / 3
Literatuurlijst...................................................................................................................................11 Leeswijzer Leertaak 1: Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd m.b.t. de eerste vraag van het drie wereldenmodel 1.Reflecteer op het gesprek aan de hand van de eerste vraag van het drie-wereldenmodel.
2.Beschrijf kort waarover het gesprek globaal gaat: wat is het hoofdthema waar de cliënt mee zit? Geef daarbij ook aan wat de hulpvraag van de cliënt is.
3.Beschrijf vervolgens in drie paragrafen (één per wereld) waar het gehele gesprek (dus niet alleen een gedeelte van vijf minuten) m.b.t. die wereld over ging.
4.Vervolgens beoordeel je in hoeverre de drie werelden evenredig aan bod zijn gekomen 5.Geef jezelf, met behulp van de theorie waar je dus expliciet naar verwijst, verbeteradvies met betrekking tot dit criterium.Leertaak 2: Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd mbt de tweede vraag van het drie wereldenmodel 1.Kies een uitspraak uit het gesprek. Beschrijf wat de cliënt heeft gezegd en wat jij daarop hebt gezegd.
2.Analyseer in hoeverre deze uitspraken wel of niet passen in een open en gelijkwaardig gesprek (dit is criterium 2 van het drie-wereldenmodel) met andere woorden: in welke wereld valt de uitspraak van de client, welke geldigheidsclaim hoort daarbij, hoe ga jij om als hulpverlener met die geldigheidsclaim en in hoeverre past je reactie in een open en gelijkwaardig gesprek.
3.Geef jezelf, met behulp van de theorie, verbeteradvies met betrekking tot dit criterium (of beargumenteer waarom het gesprek dat je hebt geanalyseerd al goed genoeg was).Leertaak 3: Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd mbt de vraag of je sensibel bent voor de thematieken in de verschillende werelden 1.Kies een belangrijke uitspraak van de cliënt (die voor de opdracht geschikt is) uit het gesprek.Een belangrijke uitspraak is een uitspraak waar je als hulpverlener niet aan voorbij moet gaan. Beschrijf ook hoe je op deze uitspraak bent ingegaan.
2.Bedenk per wereld welke thematieken achter deze uitspraak kunnen zitten (minimaal twee per wereld). Dus wat kun jij je voorstellen dat zich per wereld afspeelt, waardoor de cliënt deze uitspraak in het gesprek doet. Dit zijn de thematieken. Wat betreft de objectieve wereld vraag je je af welke feitelijke gebeurtenissen of welke objectief waarneembare zaken er kunnen spelen. Beargumenteer ook waarom deze thematieken van belang kunnen zijn voor de situatie of hulpvraag van de cliënt.
3.Beschrijf in hoeverre je bent ingegaan op de achterliggende thematieken en hoe je ook/beter op de uitspraak van de cliënt had kunnen ingaan. Leertaak 4: (ik-jij-wij-het) Analyseer een gesprek dat je hebt gevoerd m.b.t. de vraag of er sprake is
van een ‘wij’ in je gesprek: hoe verbind je je met de cliënt?
1.Reflecteer over de vraag of je in contact bent: in hoeverre creëer je een gevoel van ‘wij’?
2.Wat doe je (in dit opzicht) goed?
3.Wat is er (in dit opzicht) voor verbetering vatbaar?
4.Betrek ook de resultaten van leertaak 2 bij het beantwoorden van de vraag in hoeverre je een gevoel van ‘wij’ creëert.
- / 3